Einde inhoudsopgave
Pleitbaar standpunt in het fiscale boete- en strafrecht (FM nr. 148) 2016/2.5.2.1
2.5.2.1 Omstandigheden waaronder een pleitbaar standpunt kan ontstaan
dr. mr. M.M. Kors, datum 21-11-2016
- Datum
21-11-2016
- Auteur
dr. mr. M.M. Kors
- JCDI
JCDI:ADS572319:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Dit is op te maken uit HR 23 september 1992, BNB 1993/193, r.o. 3.3.6; HR 10 maart 1999, BNB 1999/308, r.o. 3.6.1; HR 13 september 2000, BNB 2000/348, ECLI:NL:HR:2000:AA7073, r.o. 3.11; HR 8 februari 2002, BNB 2002/150, ECLI:NL:HR:2002:AD9105, r.o. 3.3; HR 11 november 2005, BNB 2006/147, ECLI:NL:HR:2005:AU6018, r.o. 3.5.
M.W.C. Feteris in zijn noot onder BNB 2004/75, onder 8.
M.W.C. Feteris in zijn noot onder BNB 2004/75 onder 10: “Een echte maatstaf geeft de Hoge Raad hiermee niet…”, R.M. Freudenthal in zijn noot onder BNB 2009/61: “Wanneer de Hoge Raad op zijn minst kenbaar zou maken welke overwegingen gelden, kan dat soms moeizame discussies over het fenomeen ‘pleitbaar standpunt’ helpen vormen.”
Zo ook: C. Bruijsten, Onzekerheid in fiscale rechtsvinding, Deventer: Wolters Kluwer 2016, p. 72.
J.A. Smit, ´De ontsluiering van het raadkamergeheim in de belastingrechtspraak´, FED 1989/ 760, p. 1982: “… het is kenmerkend voor het recht dat op verdedigbare gronden verschillende oplossingen voor een probleem (kunnen) worden verdedigd.”, R.E.C.M. Niessen, Rechtsvinding in belastingzaken, Amersfoort: Sdu 2009, p. 28: “…hij (de rechter, MK) ontkomt niet aan het maken van keuzes wanneer verschillende aanwijzingen in uiteenlopende richting wijzen of wanneer de invulling van de norm min of meer aan hem is overgelaten.”, P.J. van Amersfoort, ‘Belastingrechtspraak in twee feitelijke instanties. Een tussenbalans na vijf jaar’, WFR 2010/6850, p. 330: “Maar recht doen is heel vaak ook kiezen tussen twee of meer opvattingen, die alle verdedigbaar zijn.”, C. Bruijsten, ‘De waarschijnlijkheid van onzekere belastingposities’, WFR 2010/6851, p. 366.
C. Bruijsten legt in Bruijsten 2016 op p. 68-69 ook het verband met de rechtsvinding.
Vergelijk Bruijsten 2016, p. 68. Anders: F. de Jong, E. Sikkema, ‘Subjectieve bestanddelen’, in: Bijzonder strafrecht, Deventer: Kluwer 2011, p. 406, De Bont en Vissers 2014, p. 20, 24.
Vergelijk HR 28 mei 2004, BNB 2004/249, ECLI:NL:HR:2004:AP0228, r.o. 3.2.
M.W.C. Feteris in zijn noot onder BNB 2004/75 onder 12.
Anders, naar mijn mening ten onrechte Hof Amsterdam 8 oktober 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:4098, waarin in r.o. 4.5.6 werd overwogen dat: “in het maatschappelijk klimaat ten tijde van het opzetten en implementeren van de structuur en het doen van de aangiften, in de maatschappelijke kringen waarvan belanghebbenden en haar adviseurs deel uitmaakten structuren als de onderhavige als legaal en toelaatbaar werden beschouwd.”
In een aantal arresten heeft de belastingkamer van de Hoge Raad tot een pleitbaar standpunt geconcludeerd zonder dat het standpunt door een rechter in feitelijke instantie was gevolgd.1 Een standpunt kan volgens de belastingkamer derhalve ook pleitbaar zijn als er geen rechter is geweest die het standpunt van de belastingplichtige in het belastinggeschil heeft overgenomen.2
Op het eerste gezicht lijkt de belastingkamer van de Hoge Raad, zoals ook in de literatuur is opgemerkt, weinig aanwijzingen te hebben gegeven wanneer in een dergelijke situatie kan worden gesproken van een pleitbaar standpunt.3 De belastingkamer heeft regelmatig de formulering gebruikt “dat het standpunt zodanig pleitbaar is dat de belastingplichtige redelijkerwijs kon menen juist te handelen” of de formulering “dat voor het standpunt zodanige argumenten zijn aan te voeren dat niet kan worden gezegd dat de belastingplichtige dermate lichtvaardig heeft gehandeld”. Deze formuleringen verschaffen echter weinig duidelijkheid over de invulling van het pleitbaar standpunt begrip.4 Want wanneer is een standpunt dan zodanig pleitbaar dat een belastingplichtige kon menen juist te handelen of wanneer zijn voor een standpunt zodanige argumenten aan te voeren dat niet kan worden gezegd dat een belastingplichtige lichtvaardig heeft gehandeld?
In de arresten waarin is geoordeeld dat standpunten van de belastingplichtige in het belastinggeschil, als zij door het hof zijn gevolgd, pleitbaar zijn, zijn echter ook aanwijzingen te vinden over de omstandigheden waaronder een pleitbaar standpunt kan ontstaan.
Uit deze arresten volgt in de eerste plaats dat de argumenten die een standpunt pleitbaar maken voort moeten komen uit dezelfde rechtsbronnen en dezelfde rechtsvindingsmethoden die de rechter gebruikt om zijn beslissing over het belastinggeschil te nemen. Dit ligt ook in het verlengde van de hiervoor besproken voorwaarde dat het standpunt moet zien op het recht dat ten behoeve van de aangifte wordt geïnterpreteerd en toegepast. In de tweede plaats moeten er aan de hand van deze bronnen en methoden verschillende interpretaties of toepassingen van het recht voorhanden zijn geweest.5 Het hof blijkt immers anders te hebben geoordeeld over het rechtskundige standpunt dan de belastingkamer van de Hoge Raad. Hieruit is op te maken dat er ruimte voor het pleitbare standpunt ontstaat wanneer niet op voorhand duidelijk is welke interpretatie en toepassing van het belastingrecht uiteindelijk door de belastingkamer van de Hoge Raad zal worden gekozen.6
Het pleitbare standpunt is naar mijn mening geen gevolg van de ingewikkeldheid van de wet- en regelgeving op zich.7 Als de toepassing van het belastingrecht bijvoorbeeld als gevolg van gelede normstelling moeilijk is maar uiteindelijk wel tot een eenduidig antwoord leidt, kan niet worden gesproken van een pleitbaar standpunt.8 Dat wil overigens nog niet zeggen dat een belastingplichtige die het recht als gevolg van die ingewikkeldheid onjuist interpreteert of toepast zonder meer opzet of grove schuld aan de onjuiste belastingaangifte, -heffing of -betaling kan worden verweten. Dat moet steeds worden bekeken aan de hand van de criteria die gelden voor de vaststelling van opzet en grove schuld.9
In de jurisprudentie waarin het rechtskundige standpunt van de belastingplichtige als pleitbaar is aangemerkt omdat het door een rechter in een belastinggeschil is gevolgd, zijn de zojuist besproken twee omstandigheden niet benoemd. Dat hoeft ook niet, want zodra het standpunt door een rechter is gevolgd, is automatisch al aan deze omstandigheden voldaan. Bij rechtskundige standpunten die nog niet zijn gevolgd is het echter niet vanzelfsprekend dat aan de twee zojuist genoemde omstandigheden is voldaan. Om te beoordelen of ook deze standpunten pleitbaar zijn moet derhalve wel expliciet worden vastgesteld dat er aan de hand van de bronnen en methoden die de rechter gebruikt om zijn beslissing over het belastinggeschil te nemen verschillende interpretaties of toepassingen van het recht voorhanden zijn geweest.
Hierna wordt een aantal situaties besproken waarin een pleitbaar standpunt in de jurisprudentie is aangenomen. Vervolgens beschouw ik de verschillende bronnen en methoden die de rechter bij zijn beslissing over het belastinggeschil kan hebben gebruikt en laat ik zien waarom die bronnen en methoden tot verschillende uitkomsten kunnen leiden. Onder deze omstandigheden ontstaat er, zoals zojuist uiteengezet, ruimte voor een pleitbaar standpunt.10 Tot slot wordt onderzocht of de zojuist gegeven verklaring voor het ontstaan van het pleitbare standpunt is terug te vinden in de jurisprudentie.
Voordat hiertoe wordt overgegaan, wordt eerst het moment besproken aan de hand waarvan wordt beoordeeld of een pleitbaar standpunt aanwezig is.