Einde inhoudsopgave
De aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring (IVOR nr. 122) 2021/7.6.3.c
7.6.3.c De 403-maatschappij heeft een jaarrekening openbaar gemaakt
mr. E.A. van Dooren, datum 28-01-2021
- Datum
28-01-2021
- Auteur
mr. E.A. van Dooren
- JCDI
JCDI:ADS252237:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Voetnoten
Voetnoten
E.C.A. Nass 2019, p. 149.
A.G.S. Nass 2013, p. 479-480. Zie Rb. Rotterdam 15 april 1999, JOR 1999/119 (Lely Industries/Netagco Holding), r.o. 4.1.c en 6.2 en Hof Amsterdam (OK) 23 juli 2014, JOR 2014/233, m.nt. Bartman (Van Lieshout/Koks), r.o. 3.9-3.10. De laatste uitspraak heeft betrekking op een crediteur die weet dat de 403-maatschappij weer jaarrekeningen openbaar heeft gemaakt. Tijdens de zitting komt echter naar voren dat de crediteur er niet van op de hoogte is geweest dat de moedermaatschappij is vergeten de 403-verklaring in te trekken. Vgl. Beckman 1995a, p. 592-593.
Als de 403-maatschappij (weer) een jaarrekening openbaar heeft gemaakt die voldoet aan de voorschriften van titel 9 van Boek 2 BW, is dat om twee redenen van belang bij de beoordeling of het beroep van een crediteur op de vergeten 403-verklaring al of niet onaanvaardbaar is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid. Ten eerste is hieruit af te leiden dat de 403-maatschappij niet meer gebruikmaakt van de jaarrekeningvrijstelling van het groepsregime en dat de moedermaatschappij daarom (waarschijnlijk) is vergeten de 403-verklaring in te trekken.1 Daarnaast speelt mee dat een crediteur van wie de vordering voortvloeit uit een rechtshandeling die de 403-maatschappij heeft verricht nadat zij een jaarrekening openbaar heeft gemaakt die voldoet aan de voorschriften van titel 9 van Boek 2 BW, het niet heeft ontbroken aan de mogelijkheid om deze jaarrekening in te zien. Toen hij de relatie met de 403-maatschappij is aangegaan, en gedurende deze relatie, heeft hij de jaarrekening kunnen inzien. Hij heeft dus geen nadeel ondervonden van het feit dat de 403-maatschappij in het verleden gebruik heeft gemaakt van de jaarrekeningvrijstelling.
Evenals Nass ben ik van mening dat het enkele feit dat de 403-maatschappij weer een jaarrekening openbaar heeft gemaakt, op zichzelf niet voldoende is om mee te wegen in de beoordeling of het beroep van een crediteur op de vergeten 403-verklaring onaanvaardbaar is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid.2 Alleen als wordt bewezen dat een crediteur ervan op de hoogte is of behoort te zijn dat de 403-maatschappij weer een jaarrekening openbaar heeft gemaakt, kan dat een rol spelen bij deze beoordeling. Aangezien een crediteur geen invloed heeft op de keuze van de 403-maatschappij om gebruik te maken van de jaarrekeningvrijstelling van het groepsregime – of om een jaarrekening openbaar te maken die voldoet aan de voorschriften van titel 9 van Boek 2 BW –, heeft hij ten aanzien hiervan een beperkte onderzoeksplicht. Er moet sprake zijn van aanvullende omstandigheden waaruit blijkt dat de crediteur weet, of behoort te weten, dat de 403-maatschappij een jaarrekening openbaar heeft gemaakt en niet meer gebruikmaakt van de jaarrekeningvrijstelling van het groepsregime. Nass noemt als voorbeelden van mogelijk aanvullende omstandigheden dat de jaarrekening aan de crediteur is toegezonden, of dat de crediteur als aandeelhouder van de 403-maatschappij aanwezig is geweest bij de algemene vergadering waar de jaarrekening is vastgesteld. Als een crediteur weet, of behoort te weten, dat de 403-maatschappij een jaarrekening openbaar heeft gemaakt, is het aannemelijker dat zijn beroep op de vergeten 403-verklaring onaanvaardbaar is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid.