Einde inhoudsopgave
Het pre-insolventieakkoord 2016/6.11
6.11 Acceptance – wanneer is het akkoord aangenomen?
N.W.A. Tollenaar, datum 16-10-2016
- Datum
16-10-2016
- Auteur
N.W.A. Tollenaar
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Voetnoten
Voetnoten
§ 1126(c) US Bankruptcy Code: “A class of claims has accepted a plan if such plan has been accepted by creditors, other than any entity designated under subsection (e) of this section, that hold at least two-thirds in amount and more than one-half in number of the allowed claims of such class held by creditors, other than any entity designated under subsection (e) of this section, that have accepted or rejected such plan.”
Re Concord Square Apartments of Wood County, Ltd., 174 B.R. 71 (Bankr. S.D. Ohio 1994); Re Gilbert, 104 B.R., 206; In re Figter Ltd., 118 F.3d 635 (9th Cir. 1997); In re Gilbert, 104 B.R. 206 (Bankr. W.D. Mo. 1989); Debra A. Dandeneau, Developing and soliciting votes on a confirmable plan of reorganization in Chapter 11 cases, 2012, p. 72.
§ 1126(d) US Bankruptcy Code: “A class of interests has accepted a plan if such plan has been accepted by holders of such interests, other than any entity designated under subsection (e) of this section, that hold at least two-thirds in amount of the allowed interests of such class held by holders of such interests, other than any entity designated under subsection (e) of this section, that have accepted or rejected such plan.”
§ 1126(f) US Bankruptcy Code.
§ 1126(g) US Bankruptcy Code.
R.F. Broude, Reorganizations under Chapter 11 of the Bankruptcy Code, Law Journal Press, 2013, p. 11-34. Zie ook paragrafen 6.7-6.8 hierboven en 6.14.3 hierna.
Zie hierover nader paragraaf 8.8.1.
ABI, Commission to Study the Reform of Chapter 11, Final Report and Recommendations, 2012-2014, p. 257-258.
In de terminologie van Chapter 11 ziet “acceptance” slechts op de vraag of een bepaalde klasse met het akkoord heeft ingestemd. De Bankruptcy Code bepaalt niet wanneer het akkoord in zijn geheel wordt geacht te zijn aangenomen.
Een klasse van crediteuren heeft het akkoord geaccepteerd indien de crediteuren die vóór hebben gestemd tenminste 2/3 van het bedrag en meer dan de helft van het aantal vorderingen vertegenwoordigen van de crediteuren die op het akkoord hebben gestemd.1 Deze meerderheidseis verlangt geen vóór stem van een meerderheid van het aantal crediteuren, maar een vóór stem op de helft van het aantal vorderingen (“allowed claims”). Anders dan naar Nederlands recht, mag een crediteur die meerdere vorderingen heeft, voor iedere vordering een afzonderlijke stem uitbrengen, mits de vorderingen als voldoende separaat (“sufficiently separate”) zijn te beschouwen.2 Voor het stemmen op verhandelbare obligaties is dit relevant, omdat de identiteit en het aantal obligatiehouders onbekend is: men hoeft niet het aantal obligatiehouders te tellen, maar slechts het aantal obligaties waarop een vóór- of tegenstem is uitgebracht. Hoewel het aantal obligatiehouders in de regel niet bekend is, is het aantal obligaties wel bekend.
Een klasse van aandeelhouders heeft het akkoord aangenomen indien de aandeelhouders die vóór hebben gestemd ten minste 2/3 van het nominale bedrag vertegenwoordigen van de aandelen waarop een stem is uitgebracht.3
Klassen die het akkoord niet raakt (“unimpaired classes”), worden geacht vóór het akkoord te hebben gestemd (zie ook paragraaf 6.7).4 Klassen die onder het akkoord niets ontvangen, worden vermoed tegen het akkoord te hebben gestemd.5 Indien niet alle klassen vóór het akkoord stemmen, gelden verzwaarde homologatiecriteria (en is waardering van de onderneming noodzakelijk). Dit geeft een prikkel om ook aan out of the money klassen enige waarde toe te kennen en zodoende de instemming van alle klassen te verkrijgen.6
In het kader van de herziening van Chapter 11 stelt de ABI commissie voor om het vereiste van een meerderheid van het aantal vorderingen te vervangen door een meerderheidseis van het aantal crediteuren (“one creditor, one vote”). Onder het huidige recht kan een crediteur met meerdere vorderingen voor iedere vordering een separate stem uitbrengen, mits de vorderingen voldoende verschillend zijn. Dit zou volgens de commissie tot onduidelijkheid en geschillen leiden over de vraag of vorderingen wel of niet voldoende verschillend zijn. De problemen die zich voordoen bij een meerderheidseis van het aantal crediteuren (head count) bespreekt het rapport niet.7 Verder stelt de commissie voor de eis af te schaffen dat ten minste één klasse vóór heeft gestemd om voor cram down in aanmerking te komen. Volgens de commissie dient deze eis geen redelijk doel terwijl deze aanleiding geeft tot manipulatie en misbruik.8