De optimale rechtsvorm voor de samenwerking in het beroep
Einde inhoudsopgave
De optimale rechtsvorm voor de samenwerking in het beroep (VDHI nr. 139) 2017/2.2.6:2.2.6 De in dit onderzoek gehanteerde omschrijving van het begrip ‘beroep’
De optimale rechtsvorm voor de samenwerking in het beroep (VDHI nr. 139) 2017/2.2.6
2.2.6 De in dit onderzoek gehanteerde omschrijving van het begrip ‘beroep’
Documentgegevens:
mr. S.E. van der Waals, datum 30-01-2017
- Datum
30-01-2017
- Auteur
mr. S.E. van der Waals
- JCDI
JCDI:ADS389191:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
De Bruyne 1960, p. 16.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Als we alle in de geschiedenis, de wet, de jurisprudentie en de literatuur besproken kenmerken van het beroep naast elkaar zetten, komt daar de volgende omschrijving van het begrip uit voort. Het beroep werd van oudsher uitgeoefend vanuit ideële overwegingen, hierbij speelde commercialiteit geen (grote) rol (dat wil zeggen: de beroepsbeoefenaar verleende zijn diensten slechts tegen betaling van die diensten en niet tegen een betaling die afhankelijk is van het resultaat van die diensten1). De dienstverlening bestaat hoofdzakelijk uit een intellectuele prestatie op basis van persoonlijke kwaliteiten. Bovendien is er sprake van titelbescherming: het uitoefenen van een (vrij) beroep vereist een kwalificatie, zijnde een voorgaande opleiding. De beroepsbeoefenaar heeft (daarmee) een hoog opleidingsniveau (hbo of hoger) en dient zijn vaardigheden ook tijdens de uitoefening van zijn beroep op peil te houden door middel van permanente educatie. Daarnaast is een beroepsbeoefenaar altijd een natuurlijk persoon en draagt hij zelf de verantwoordelijkheid voor zijn werkzaamheid (professioneel autonoom). Voorts kenmerkt de dienstverlening zich door haar neutrale en onafhankelijke karakter, waarbij zowel de belangen van de cliënt als het algemeen belang (bijvoorbeeld de volksgezondheid of de rechtszekerheid) in beschouwing worden genomen. Centraal in de beroepsuitoefening staat bovendien de vertrouwensrelatie met de cliënt/opdrachtgever. Daarnaast wordt het beroep gekenmerkt door het feit dat er specifieke (beroeps)regels gelden voor de uitoefening ervan. Op de naleving van deze regels wordt toezicht gehouden door middel van het tuchtrecht. Tot slot bestaan er voor veel beroepen beroepsorganisaties die de belangen van een specifieke groep beoefenaren behartigen.
In het vervolg van dit onderzoek zal steeds van deze omschrijving van het vrije beroep worden uitgegaan.