De optimale rechtsvorm voor de samenwerking in het beroep
Einde inhoudsopgave
De optimale rechtsvorm voor de samenwerking in het beroep (VDHI nr. 139) 2017/2.2.8:2.2.8 Deontologie van het beroep
De optimale rechtsvorm voor de samenwerking in het beroep (VDHI nr. 139) 2017/2.2.8
2.2.8 Deontologie van het beroep
Documentgegevens:
mr. S.E. van der Waals, datum 30-01-2017
- Datum
30-01-2017
- Auteur
mr. S.E. van der Waals
- JCDI
JCDI:ADS391510:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Van Solinge 1988, p. 277.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zoals gezegd, is de maatschap van oudsher de rechtsvorm waarin beroepsbeoefenaren samenwerken.1 Deze rechtsvorm was ook de meest aangewezen. Immers, beroepsbeoefenaren kozen voor deze rechtsvorm omdat zij bij hun samenwerking niet primair naar winst streefden en vooral aangezocht werden vanwege hun persoonlijke kwaliteiten. De wettelijke bepalingen die voor de v.o.f. golden (en dus voor bedrijfsuitoefening) werden om die reden niet geschikt geacht voor de uitoefening van het beroep.
Het verschil tussen (het uitoefenen van een) beroep en bedrijf was dus één van de redenen dat door beroepsbeoefenaren vaak voor de maatschap als rechtsvorm voor hun samenwerking werd gekozen. Het is de vraag of deze reden in de huidige tijd nog steeds kan gelden als argument voor de keuze voor samenwerking in een maatschap. Zoals eerder immers al duidelijk werd, is het begrip ‘beroep’ lastig af te bakenen en er is zeer zeker een aantal grensgevallen aan te wijzen waarvan niet zeker is of we daar te maken hebben met een beroepsbeoefenaar, dan wel met iemand die bedrijfsmatig handelt.
In het licht van de vraag die in dit onderzoek centraal staat, is het interessant om te onderzoeken of de keuze voor de maatschap door beroepsbeoefenaren, van oudsher ook was ingegeven door andere omstandigheden dan enkel het feit dat de kenmerken van het beroep het beste bij de rechtsvorm van de maatschap aansloten. Het zou kunnen zijn dat de, voor de uitoefening van het beroep kenmerkende, beroepsregels hier een rol spelen. Wellicht hanteren of hanteerden de betrokken beroepsorganisaties regels die ertoe leiden of geleid hebben dat door de verschillende beroepsgroepen in maatschapsverband wordt en werd samengewerkt? Voor een antwoord op deze vraag zal de deontologie worden besproken van de beroepsgroepen die in dit onderzoek centraal staan. Achtereenvolgens zal de deontologie van de accountants, de architecten, de advocaten, de notarissen en de medisch specialisten worden besproken.
2.2.8.1 Deontologie van de accountants2.2.8.2 Deontologie van de architecten2.2.8.3 Deontologie van de advocaten2.2.8.4 Deontologie van de notarissen2.2.8.5 Deontologie van de medisch specialisten2.2.8.6 Tussenconclusie