Einde inhoudsopgave
De kapitaalverschaffer zonder stemrecht in de BV (VDHI nr. 116) 2013/4.4.2
4.4.2 Wat zijn certificaten?
R.A. Wolf, datum 14-03-2013
- Datum
14-03-2013
- Auteur
R.A. Wolf
- JCDI
JCDI:ADS382885:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
In zijn dissertatie bespreekt Van den Ingh deze driehoeksverhouding uitgebreid: zie Van den Ingh 1991, p. 11-14 en p. 151 e.v.
Een vermogensrecht in de zin van art. 3:6 BW. Asser/Maeijer, Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II* 2009, nr. 661; Van den Ingh 1991, p. 128 en Rensen 2005, p. 35.
Art. 3:84 lid 3 BW staat daaraan niet in de weg. Zie Asser/Maeijer, Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II* 2009, nr. 658; Van den Ingh 1991, p. 25-28 en HR 19 mei 1995, NJ 1996, 119, m.nt. WMK (Keereweer/Sogelease).
In de literatuur wordt een onderscheid gemaakt tussen certificering tegen aandelen en tegen contanten. Zie Van den Ingh 1991, p. 16-19.
Het gaat daarbij om het beding tussen de certificaathouder als schuldeiser en het administratiekantoor als schuldenaar. Een dergelijk beding in de zin van art. 3:83 lid 2 BW sorteert goederenrechtelijk effect. Het gevolg is dat het certificaat onoverdraagbaar is, zodat iedere overdracht in strijd met het beding ongeldig is. Het beding heeft absolute derdenwerking. Of de derde aan wie het certificaat is overgedragen op de hoogte was het beding, doet niet ter zake. Zie HR 17 januari 2003, LJN AF0168, NJ 2004, 281, m.nt. HJS, JOR 2003, 52, m.nt. M.H.E. Rongen (Oryx/Van Eesteren) en Asser/ Mijnssen, De Haan & Van Dam 3-I, 2010, nr. 202. Van beschikkingsonbevoegdheid van de vervreemder is geen sprake, omdat aan het voorvereiste van overdraagbaarheid niet is voldaan, zie F.E.J. Beekhoven van de Boezem & G.J.L. Bergervoet,Groene Serie Vermogensrecht, art. 3:83 BW, aant. 33, Deventer: Kluwer. Beekhoven van de Boezem & Bergervoet onderscheiden twee mogelijkheden van werking dat aan het beding toekomt, namelijk (i) obligatoire werking en (ii) absolute derdenwerking, hetgeen een kwestie van uitleg van het beding is. Overigens leidt een en ander ook tot wanprestatie van de vervreemder jegens zijn wederpartij met wie het beding van onoverdraagbaarheid is overeengekomen.
Asser/Maeijer, Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II* 2009, nr. 661 en uitgebreid Van den Ingh 1991, p. 129-132.
Zie Van den Ingh 1991, p. 198-202.
Zie Asser/Maeijer, Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II* 2009, nr. 659; Van den Ingh 2003 (1), p. 181; Zaman 2004 (2), p. 215; Van den Ingh 2008, p. 6 en uitgebreid: Van den Ingh 1991, p. 28-41. Kamerstukken II 2006/07, 31 058, nr. 3, p. 81 (MvT). Voor motieven bij beursvennootschappen: zie Van den Ingh 2008, p. 4-5 en Moerland 2002, p. 280 e.v.
Zie daarover onder meer Van den Ingh 1991, p. 19, voetnoot 18; Van den Ingh 2008, p. 9-10 en Heijstek 2006, p. 5.
In paragraaf 3.7.8 besprak ik kort de rechtsfiguur van certificaten van aandelen. Die rechtsfiguur is niet in de wet geregeld. Het gaat om een driehoeksverhouding.1 In de eerste plaats, de verhouding tussen de vennootschap en het administratiekantoor. Het administratiekantoor is in de praktijk veelal een stichting, afgekort tot STAK.2 De STAK is juridisch eigenaar en houder van de aandelen in de vennootschap. De STAK oefent alle aan de aandelen verbonden rechten uit. Niet alle aandelen in de vennootschap hoeven gecertificeerd te zijn. In de praktijk komt ook certificering van een deel van de aandelen voor. De rechtsverhouding tussen de vennootschap en de STAK wordt bepaald door de wet en de statuten.
In de tweede plaats, de verhouding tussen de STAK en de certificaathouders. De STAK geeft certificaten van aandelen aan de certificaathouders uit. Die rechtsverhouding is een contractuele – namelijk een beheersovereenkomst, zijnde een overeenkomst van eigen aard – en wordt vaak aangeduid als de administratievoorwaarden. Dat zijn de voorwaarden waaronder de STAK aan de certificaathouders de certificaten heeft uitgegeven. Die voorwaarden regelen het beheer en de administratie. Ook spelen in die verhouding de statuten van de STAK een rol. Het certificaat is als een vorderingsrecht van de certificaathouder jegens de STAK te beschouwen.3 Er is dus geen rechtstreekse financiële aanspraak jegens de vennootschap.
In de derde plaats, de rechtsverhouding tussen de BV en de certificaathouder. De inhoud van die verhouding werd onder het oude recht voornamelijk bepaald door het antwoord op de vraag of de certificaten met of zonder medewerking van de vennootschap waren uitgegeven. In het huidige BV-recht speelt de vraag of aan certificaten vergaderrecht is toegekend. Ik kom hierop in paragraaf 4.4.3 terug.
Naast deze driehoeksverhouding bestaat ook een rechtsverhouding tussen de certificaathouders onderling. Indien niet alle aandelen gecertificeerd zijn, speelt ook nog de verhouding tussen de certificaathouders en aandeelhouders in de BV een rol.
In de praktijk wordt een en ander als volgt vormgegeven. Eerst wordt een administratiekantoor opgericht (vaak een stichting). Vervolgens worden de administratievoorwaarden vastgesteld. Als laatste worden de aandelen ten titel van beheer4 aan de STAK overgedragen, waarna certificaten van aandelen aan de certificaathouders worden uitgereikt.5
Omdat het certificaat een vorderingsrecht is, is het overdraagbaar, tenzij zulks op grond van art. 3:83 lid 2 BW in de administratievoorwaarden uitgesloten is.6 Beperking van de overdracht van certificaten (op naam) door middel van blokkeringsclausules in de administratievoorwaarden is ook mogelijk7 en komt in de praktijk bij gecertificeerde aandelen in een BV vaak voor.
Door certificering van aandelen worden de aan het aandeel verbonden zeggenschaps- en financiële rechten gescheiden. Het aan het aandeel verbonden stemrecht wordt door de STAK, als aandeelhouder, uitgeoefend. De zeggenschap berust aldus bij de STAK, terwijl zij niet het kapitaal van de vennootschap heeft verschaft. De certificaathouders die het kapitaal hebben verschaft, hebben geen zeggenschap. De macht is aldus verschoven van een grotere groep aandeelhouders naar een kleine groep buitenstaanders, bestaande uit het bestuur van de STAK. In de administratievoorwaarden kunnen ook zeggenschapsrechten aan het certificaat verbonden worden, bijvoorbeeld ten aanzien van de samenstelling van het bestuur van de STAK.8
De samenstelling van het bestuur van de STAK kan divers zijn.9 Ingeval het motief van de certificering bedrijfsopvolging is, waarbij vader meerdere kinderen heeft en alleen de oudste zoon geschikt is hem in de onderneming op te volgen, zal het bestuur van de STAK doorgaans bestaan uit een bestuurslid namens de onderneming (bijvoorbeeld de zoon), een bestuurslid namens de andere kinderencertificaathouders, welke bestuursleden samen een onafhankelijk derde als bestuurslid benoemen teneinde besluitvorming in het bestuur van de STAK mogelijk te maken. Een soortgelijke situatie doet zich voor indien sprake is van een 50-50 aandelenverhouding in de vennootschap. De aandelen kunnen in dat geval worden gecertificeerd, waarbij iedere aandeelhouder tevens bestuurslid van de STAK benoemt. Beide bestuursleden benoemen vervolgens een onafhankelijk derde als bestuurslid, zodat de besluitvorming in de algemene vergadering (bij monde van de STAK als enig aandeelhouder) bij het staken der stemmen niet gefrustreerd zou worden.
De STAK ontvangt het dividend en andere uitkeringen. De administratievoorwaarden bepalen in de regel dat de STAK jegens de certificaathouders gehouden is een overeenkomstig dividend of andere uitkering ter beschikking te stellen aan de certificaathouders. Soortgelijke bepalingen treft men in de administratievoorwaarden aan met betrekking tot bonus-aandelen, stockdividenden en liquidatie-uitkeringen. In feite houdt de STAK de gecertificeerde aandelen voor rekening en risico van de certificaathouders. De waarde van de certificaten is gekoppeld aan de waarde van de aandelen. Zo zal bij een waardestijging van de aandelen in de regel ook de waarde van certificaten stijgen (en vice versa bij een waardedaling).
In de BV luiden certificaten op naam.10 Certificaatbewijzen worden niet uitgegeven. Het bestuur van de STAK houdt een register van certificaathouders bij. Levering van het certificaat op naam geschiedt door middel van cessie.11
Er zijn diverse motieven voor certificering,12 bijvoorbeeld bij bedrijfsopvolging of werknemersparticipatie. Ook kan certificering worden gebruikt om impasses te voorkomen, bijvoorbeeld ingeval twee aandeelhouders ieder de helft van de aandelen bezitten. Daarnaast kan de rechtsfiguur door kleinere aandeelhouders gebruikt worden om hun belangen te bundelen ten opzichte van grootaandeelhouders. Te denken is ook aan het verzekeren dat stemrechten in één hand blijven ingeval van echtscheiding of erfopvolging. Indien de certificering ongedaan wordt gemaakt, spreekt men van decertificering.13
Uit het voorgaande is af te leiden dat bij certificering het stemrecht verhuist van de certificaathouder naar de STAK, terwijl bij het stemrechtloze aandeel het stemrecht sowieso niet bestaat. Het is de vraag of het bestaan van stemrecht gewenst is, omdat het bestuur van de STAK bij uitoefening van het stemrecht ook rekening zal moeten houden met de (financiële) belangen van de certificaathouder (en uiteraard het statutaire doel van de STAK). Een ander verschil met het stemrechtloze aandeel is dat certificering tot hogere kosten leidt. Zo moet een STAK bij notariële akte worden opgericht. De STAK moet worden ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel en de te certificeren aandelen moeten bij notariële akte worden overgedragen. Daarnaast zullen administratievoorwaarden opgesteld moeten worden.