De systematiek van de vermogensdelicten
Einde inhoudsopgave
De systematiek van de vermogensdelicten 2017/3.2.0:3.2.0 Introductie
De systematiek van de vermogensdelicten 2017/3.2.0
3.2.0 Introductie
Documentgegevens:
mr. V.M.A. Sinnige, datum 02-01-2017
- Datum
02-01-2017
- Auteur
mr. V.M.A. Sinnige
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Van Bemmelen & Van Hattum 1954, p. 265-266. Omwille van de leesbaarheid heb ik de voetnoten weggelaten.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Art. 310 Sr luidt:
“Hij die enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort wegneemt, met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, wordt, als schuldig aan diefstal, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie.”
In het handboek van Van Bemmelen en Van Hattum wordt over deze bepaling onder meer gezegd:
“Het woord diefstal bestaat uit twee gedeelten: “dief” en “stal”. “Stal” en het daarmede samenhangende werkwoord stelen (oud-fries stela) zijn moeilijk met een ander woord in verband te brengen. De lettercombinatie “st” drukt in ieder geval vaak een beweging uit, die tot stilstand komt, zoals wij ook een beweging of een lawaai tot rust brengen aanduiden met het geluid st. Indien wij zouden mogen aannemen, dat “st” de rusttoestand is en dat “l” de lichte beweging vertegenwoordigt, dan zou stelen zijn: iets uit een toestand van rust en geborgenheid wegnemen. Daartegen zou “stellen” betekenen: iets weer in de positie van rust terugbrengen. Andere woorden voor stelen als bijv. “gappen” en “kapen” drukken eveneens waarschijnlijk een beweging in een bepaalde richting uit en houden derhalve verband met andere woorden, die “kijken naar”, “begeerte koesteren naar” betekenen, wat ook zit in het Engelse “to keep”.
Het woord “dief” hangt samen met het gothische bijwoord “piubjo”, hetwelk “heimelijk” betekent en dat waarschijnlijk is afgeleid van een indo-germaanse wortel teup-, tup-, welke de betekenis zou hebben gehad van heimelijk iets verrichten, misschien ook voorkomend in Litaus tupéti = op zijn hurken zitten en tupti, neerhurken. De dief was derhalve oorspronkelijk degene, die heimelijk op iets loerde en het wegnam.
In engere zin was diefstal derhalve naar germaanse opvatting de heimelijke wederrechtelijke wegneming van een zaak.”1
De taalkundige uitleg die aan het woord diefstal kan worden gegeven, lijkt redelijk in de buurt te komen van de strafbaarstelling in art. 310 Sr. De strafbepaling is sinds de inwerkingtreding van het huidige Wetboek van Strafrecht in 1886 inhoudelijk niet veranderd.2
Uit de delictsomschrijving van diefstal volgt dat de strafbaar gestelde handeling het ‘wegnemen’ is. De wetgever geeft geen definitie van wegnemen. Ook de wetsgeschiedenis geeft daarover niet met zo veel woorden uitsluitsel. Uit de samenhang van dit bestanddeel met de bestanddelen ‘goed’ en ‘het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening’ valt echter wel het een en ander af te leiden. Een ander handvat voor de vaststelling van de betekenis van het begrip wegnemen kan worden gevonden in de systematiek van het wetboek. Het bestanddeel wegnemen onderscheidt het delict diefstal in de eerste plaats van verduistering, waarvoor is vereist dat de dader het goed reeds anders dan door misdrijf onder zich heeft. Ook onderscheidt het bestanddeel wegnemen diefstal van afpersing en oplichting, waarvoor is vereist dat de dader iemand dwingt of beweegt tot afgifte. De betekenis van het bestanddeel wegnemen kan mitsdien mede achterhaald worden door het bestanddeel af te zetten tegen de bestanddelen ‘onder zich hebben’ en dwingen of bewegen tot ‘afgifte’.
Het is de vraag of de huidige interpretatie van wegnemen overeenkomt met de betekenis die de wetgever daar destijds aan toegedicht heeft. In het onderstaande wordt eerst de wetsgeschiedenis aangaande het bestanddeel wegnemen onderzocht. Daarna wordt bezien of, en zo ja hoe, dit bestanddeel zich in de rechtspraak verder heeft ontwikkeld. Daarbij komt ook de literatuur over ‘wegnemen’ aan de orde. Bij dit alles zullen ook de andere bestanddelen van art. 310 Sr worden betrokken, want de verschillende bestanddelen kunnen – zoals zal blijken – niet los van elkaar worden gezien.