Einde inhoudsopgave
Toerekening van kennis aan rechtspersonen (O&R nr. 98) 2017/2.5.3
2.5.3 Opzet en dergelijke
mr. B.M. Katan, datum 01-01-2017
- Datum
01-01-2017
- Auteur
mr. B.M. Katan
- JCDI
JCDI:ADS598481:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Of, bij voorwaardelijk opzet: de bewuste aanvaarding van de aanmerkelijke kans op het gevolg.
Art. 2:138 lid 9 BW en 2:248 lid 9 BW.
Art. 5:54 lid 3 BW (zie noot Vranken onder HR 15 oktober 2002, NJ 2003/48), 6:205 en 6:207 BW.
Zie Asser/Hijma 7-I* 2013/253: “Het opzetvereiste impliceert mede dat betrokkene moet weten hoe de vork werkelijk in de steel steekt.” Zie ook Jansen 2012a, p. 143 en de daar opgenomen verwijzingen. Bij art. 6:198 BW (zaakwaarneming) is de aanvankelijk gebruikte term ‘opzettelijk’ in het gewijzigd ontwerp vervangen door ‘willens en wetens’, zonder dat daarmee een inhoudelijke wijziging lijkt te zijn beoogd. Zie PG Boek 6, p. 792.
Opzet wordt vereist in een groot aantal wetsartikelen, in het bijzonder op het gebied van arbeidsrecht en verzekeringsrecht. Zie daarnaast art. 3:44 lid 3, 6:135 sub b, 7:23 lid 3, 7:184 lid 2, 7:527 lid 2 en 7:529 lid 2 en 3 BW.
Art. 6:193g sub g, q, v en w BW.
Art. 6:193g sub m BW.
Art. 7:527 BW, 7:529 BW en 7A:1828 BW; art. 513 lid 2 sub a Rv; HR 20 november 1998, NJ 1999/611 (Verkerk/Tiethoff q.q.) inz. art. 47 Fw.
Zie Boonekamp, GS Schadevergoeding, art. 6:101 BW, aant. 3.3.11.3 (bijgewerkt tot 20 februari 2016) en de daar opgenomen verwijzingen.
Zie Schelhaas, GS Verbintenissenrecht, art. 6:94 BW, aant. 6 (bijgewerkt tot 1 januari 2008) resp. Deurvorst, GS Schadevergoeding, art. 6:109 BW, aant. 91 (bijgewerkt tot 7 januari 2011). Meer in het algemeen over de invloed van opzet op contractuele remedies: Van Kogelenberg 2014.
40. Om opzettelijk te handelen, is een zeer sterke bewustzijnstoestand nodig, namelijk de wil om een bepaald gevolg teweeg te brengen en daarmee – noodzakelijkerwijs – wetenschap over de kans dat dat gevolg zal intreden.1 Kennis is een noodzakelijk bestanddeel van opzet. Fenomenen als een oogmerk,2 kwade trouw3 of opzet,4,5 of regels die termen bevatten als bedrieglijk,6 doelbewust7 frauduleus, bedrog, list of opligting, arglist of samenspanning8 vergen het ‘zwaarste’ type kennis dat of bewustzijnstoestand die een norm kan eisen. Ook als een norm geen opzet vereist, kan de toepassing van die norm wel worden beïnvloed door de aanwezigheid van opzet. Handelde de laedens opzettelijk, dan zal bijvoorbeeld minder snel worden geoordeeld dat een deel van de schade voor rekening van de gelaedeerde moet blijven wegens eigen schuld (art. 6:101 BW)9 en zal minder snel aanleiding zijn voor matiging van de boete of schadevergoeding (art. 6:94 resp. 6:109 BW).10