De intrekking van beschikkingen, mede in Europees en rechtsvergelijkend perspectief
Einde inhoudsopgave
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/III.10.3.5.2:III.10.3.5.2 Financiële genoegdoening
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/III.10.3.5.2
III.10.3.5.2 Financiële genoegdoening
Documentgegevens:
B. de Kam, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
B. de Kam
- JCDI
JCDI:ADS374104:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Europees bestuursrecht
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Bestuursrecht algemeen / Bestuursbevoegdheden
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Compensatie wordt slechts toegekend indien de omgevingsvergunning op bepaalde, in art. 4.2 lid 1 aanhef en onder h t/m Wabo genoemde gronden wordt ingetrokken.
Dit is de wettelijke term. Vgl. art. 4.2 lid 1 Wabo.
Stcrt. 1997, 246. Tot op heden bestaat nog geen circulaire die is aangepast aan het nieuwe art. 4.2 Wabo. Art. 4.2 komt in belangrijke mate overeen met art. 15.20 lid 1 aanhef en onder a Wm (oud). Zie Klijnstra en Geerdes 2012, p. 83.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In art. 4.2 lid 1 aanhef en onder h t/m m Wabo is bepaald dat degene tot wie een wijzigings- of intrekkingsbeschikking op grond van de artikelen 2.31 en 2.33 Wabo1 is gericht, een vergoeding2ontvangt wanneer kosten worden gemaakt of schade wordt geleden en dit redelijkerwijs niet of niet geheel voor zijn rekening behoort te komen. De gevallen waarin schadevergoeding wordt geboden zijn voorts blijkens de tekst van art. 4.2 lid 1 Wabo beperkt. Vanzelfsprekend vindt bijvoorbeeld geen vergoeding plaats, wanneer de omgevingsvergunning bij wijze van sanctie wordt ingetrokken. De omvang van de schadevergoeding bedraagt ‘een naar billijkheid te bepalen vergoeding’. Voor de vraag wanneer iemand in aanmerking komt voor schadevergoeding, is de Circulaire Schadevergoedingen van belang.3 Deze circulaire vormt een uitwerking van de artikelen 15.20 en 15.21 Wm (oud). Het betreft een op het égalitébeginsel gefundeerde schadevergoedingsregeling. Vereist is onder meer dat sprake is van een causaal verband tussen de geleden schade en het intrekkingsbesluit en dat het besluit leidt tot een onevenredige last voor de geadresseerde. Verder wordt een ondernemersrisico van ten minste 20% gehanteerd.