Einde inhoudsopgave
Uitbesteding in de financiële sector (O&R nr. 88) 2015/5.15.5.3
5.15.5.3 Onderzoek ter plaatse
mr. drs. P. Laaper, datum 17-11-2015
- Datum
17-11-2015
- Auteur
mr. drs. P. Laaper
- JCDI
JCDI:ADS596405:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Voetnoten
Voetnoten
Voor financiële ondernemingen kan het uitvoeren van een onderzoek ter plaatse ook nodig zijn om vragen van de toezichthouder te beantwoorden. De toezichthouder richt zich in beginsel tot de onder toezicht staande instelling. Een onderzoek ter plaatse van de dienstverlener is slechts aan de orde als niet op andere wijze kan worden vastgesteld dat de wettelijke voorschriften ter zake worden nageleefd. Zie par. 5.15.5.3.
Art. 38e, lid 2, sub i, Bgfo.
Dan kan ook eenvoudig worden voldaan aan de verplichting te bedingen dat de toezichthouder een onderzoek ter plaatse kan uitvoeren (zie par. 6.6.2.4). Het pensioenfonds wijst dan eenvoudigweg een of meer toezichthouders aan. Ook voor de accountant kan het noodzakelijk zijn om een onderzoek ter plaatse van de vermogensbeheerder te verrichten. Beleggingsondernemingen zijn verplicht die mogelijkheid voor hun accountant te bedingen (art. 38e, lid 2, sub i, Bgfo). Ook dan is het dan eenvoudig als hij slechts hoeft te worden aangewezen.
Voor beleggingsondernemingen is dit expliciet verplicht (art. 38e, lid 2, sub i, Bgfo).
Art. 13, lid 2, sub g, Bupw.
Een pensioenfonds kan bedingen dat het bevoegd is om een onderzoek ter plaatse uit te (laten) voeren. Het opnemen van een dergelijk beding is niet expliciet verplicht. Men kan zich evenwel afvragen of een pensioenfonds wel “in control” kan zijn, wanneer het een dergelijk beding niet opneemt. Het pensioenfonds is immers te allen tijde verantwoordelijk voor de uitvoering van de uitbestede werkzaamheden.1 Een derdenverklaring geeft wel enige mate van zekerheid dat de dienstverlener te allen tijde volledig “in control” is. Een sluitende garantie geeft het echter niet. Indien op enig moment twijfels rijzen, moet het fonds die twijfels kunnen wegnemen. Wanneer de vermogensbeheerder geen tevredenstellende antwoorden produceert, rest niets anders dan een onderzoek ter plaatse. Pensioenfondsen die deze bevoegdheid hebben bedongen, gebruiken haar in de praktijk niet vaak. Dat doet er niet aan af dat het pensioenfonds te allen tijde zijn verantwoordelijkheid moet kunnen waarmaken. Voor uitbestedende beleggingsondernemingen is het opnemen van een dergelijk beding dan ook verplicht.2
Het uitvoeren van het onderzoek vereist de nodige kennis over operationele zaken. Die kennis zal niet altijd binnen het fonds aanwezig zijn. Het is daarom verstandig te bedingen dat het fonds ook anderen kan aanwijzen om een onderzoek ter plaatse uit te voeren.3 Met een dergelijke afspraak kan ook de accountant toegang worden verleend.4 Ook kan het fonds zo voldoen aan zijn verplichting om voor zijn toezichthouder toegang te bedingen.5