Fusies en overnames in de Europese BTW
Einde inhoudsopgave
Fusies en overnames in de Europese BTW (FM nr. 146) 2016/6.5.4.4:6.5.4.4 Het arrest PPG Holdings
Fusies en overnames in de Europese BTW (FM nr. 146) 2016/6.5.4.4
6.5.4.4 Het arrest PPG Holdings
Documentgegevens:
S.B. Cornielje, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
S.B. Cornielje
- JCDI
JCDI:ADS414522:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Bevestigd door de Hoge Raad in HR 18 maart 2016, nr. 14/02615, BNB 2016/127. Zie ook A-G Van Hilten, conclusie van 13 maart 2015, nr. 14/02615, V-N 2015/19.17.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ik zie mijn analyse van de Midland Bank-toets bevestigd in het arrest PPG Holdings. In dit arrest draait het om een volledig belast presterende onderneming, die wettelijk verplicht is een pensioenvoorziening in de vorm van een ondernemingspensioenfonds aan te houden. Dit pensioenfonds is een afzonderlijke entiteit en belastingplichtige. In dit verband maakt PPG Holdings kosten voor bijvoorbeeld het vermogensbeheer en de bewaarneming van de effecten in het pensioenfonds PPG. De vraag is in hoeverre de btw die drukt op deze kosten bij PPG Holdings voor aftrek in aanmerking komt. Het is evident dat de kosten niet kunnen worden voorondersteld te zijn verdisconteerd in een specifieke uitgaande handeling van PPG Holdings. Immers, het zijn feitelijk kosten die thuishoren bij het pensioenfonds. Het Hof van Justitie stelt dit inderdaad vast (geen directe kosten) en verwijst vervolgens naar Abbey National I en Midland Bank, voor de tweede stap van de Midland Bank-toets. Die tweede stap biedt wederom soelaas. De kosten vinden hun oorzaak in de bedrijfsactiviteit van PPG Holdings, dat immers wettelijk verplicht is een pensioenvoorziening te bieden aan zijn werknemers. Als gevolg daarvan zijn de kosten algemene kosten.1
Hoewel het PPG Holdings arrest in zoverre afwijkt van Abbey National I, Cibo en Kretztechnik dat geen sprake is van een onbelastbare handeling, toont het naar mijn idee daarmee nu juist aan dat de redenering steeds dezelfde is, en de aan- of afwezigheid van onbelastbare handelingen feitelijk irrelevant is. Indien kosten hun oorzaak vinden in de economische activiteit, is aftrek het uitgangspunt. Directe kosten moeten worden aangetoond door middel van de vooronderstelde verdiscontering die voortvloeit uit het feitelijk gebruik (verdisconteringstoets) terwijl algemene kosten worden aangenomen (causaliteit).