Einde inhoudsopgave
Fusies en overnames in de Europese BTW (FM nr. 146) 2016/5.4.3.1
5.4.3.1 Samenhang
S.B. Cornielje, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
S.B. Cornielje
- JCDI
JCDI:ADS419387:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie in gelijke zin G.J. van Norden, ‘Geen paradox maar een echte tegenstelling in de btw: strikter en ruimer’, WFR 2010/684.
H.W.M. van Kesteren, Fiscale rechtswil, Arnhem Gouda Quint 1994, blz. 266.
A-G Jacobs, conclusie bij HvJ EG 27 november 2003, nr. C-497/01, V-N 2003/61.18 (Zita Modes).
Taalkundig was het naar mijn idee gelukkiger geweest om de richtlijntekst in het Nederlands te vertalen als ‘totaliteit’ of ‘gezamenlijkheid’ aangezien het woord ‘algemeenheid’ een zekere willekeurigheid suggereert die genoemde synoniemen ontberen. Daarnaast geven de alternatieven beter uitdrukking aan de gedachte van (de overdracht van) een samenstel van intern afhankelijke zaken. De verschillende taalversies verschillen op dit punt. Engels: ‘totality of assets’, Frans: ‘universalité totale des biens’, Duits: ‘Gesamt oder Teilvermogen’. Hierbij geldt naar mijn idee voorts dat het gebruik van het woord ‘assets’ in de Engelse taalversie duidelijk maakt dat het gaat om een gezamenlijkheid van activa, waardoor veel duidelijker wordt aangesloten bij de samenstellende delen van een onderneming.
Naar mijn idee wordt door het Hof van Justitie met de voorwaarden ‘handelszaak of autonoom bedrijfsonderdeel’, ‘tezamen een onderneming vormen’ en ‘autonome economische activiteit’ feitelijk driewerf uitdrukking gegeven aan één uitgangspunt.1 Dit uitgangspunt komt erop neer dat hetgeen wordt overgedragen (de lichamelijke en eventueel onlichamelijke zaken) een zekere samenhang moet hebben en als samenstel op zichzelf door de verkrijger gebruikt moet kunnen worden voor het verrichten van een economische activiteit of meerdere economische activiteiten. Er moet voldoende samenhang bestaan om een btw-onderneming te vormen. Deze samenhang rechtvaardigt vervolgens de inbreuk op het algemene karakter van de btw die het gevolg is van de toepassing van het niet-leveringsbeginsel.
Van Kesteren geeft aan dat de samenhang die van goederen een algemeenheid van goederen maakt, een door de overdrager tot stand gebrachte immateriële band betreft. Deze onzichtbare band houdt de goederen tezamen, en gaat mede over bij de overdracht.2
A-G Jacobs concludeert dat voor toepassing van de geruisloze overgang sprake dient te zijn van verschillende componenten, waarbij het cement dat deze componenten bijeenhoudt, het feit is dat zij tezamen de uitoefening van een specifieke economische activiteit of groep activiteiten mogelijk maken. Afzonderlijk zijn deze componenten de bouwstenen voor een bedrijf, tezamen vormen zij een bedrijf.3 Het is naar mijn idee deze ‘cement-gedachte’ die evenals de ‘immateriële band’ van Van Kesteren het onderscheid aangeeft tussen losse zaken (waarop de geruisloze overgang niet kan worden toegepast) en een algemeenheid van goederen. De algemeenheid omvat méér dan de som van de samenstellende delen. Aan dat idee geeft het Hof van Justitie naar mijn lezing uitdrukking door de drie genoemde voorwaarden. Het vormt hiermee feitelijk de invulling van het begrip ‘algemeenheid’.4