Einde inhoudsopgave
De huur van ongebouwde onroerende zaken (R&P nr. VG8) 2017/4.6.4.2
4.6.4.2 In gebruik geven aan een ander
mr. E.H.M. Swaneveld-Bakelaar, datum 26-04-2016
- Datum
26-04-2016
- Auteur
mr. E.H.M. Swaneveld-Bakelaar
- JCDI
JCDI:ADS374059:1
- Vakgebied(en)
Huurrecht / Bijzondere onderwerpen
Huurrecht / Verplichtingen huurder en verhuurder
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijvoorbeeld artikel 1.3 Algemene Bepalingen Huurovereenkomst Woonruimte volgens het model van de Raad voor Onroerende Zaken (www.roz.nl), waarin is bepaald:‘Huurder is – zonder voorgaande schriftelijke toestemming van verhuurder – niet bevoegd het gehuurde geheel of gedeeltelijk in huur, onderhuur of gebruik aan derden af te staan, daaronder begrepen het verhuren van kamers en het verlenen van pension of het doen van afstand van huur. Een door of vanwege verhuurder gegeven toestemming is eenmalig en geldt niet voor andere of opvolgende gevallen.’
In artikel 7:244 is bepaald dat de huurder niet bevoegd is om het gehuurde geheel of gedeeltelijk aan een ander in gebruik te geven. De huurder van een zelfstandige woning die daarin zijn hoofdverblijf heeft, is echter wel bevoegd om een deel daarvan aan een ander in gebruik te geven. Deze regeling is van regelend recht; afwijking in de huurovereenkomst is dan ook mogelijk. In de meeste gevallen wordt van deze regeling afgeweken door het in gebruik geven van (een deel van) het gehuurde volledig te verbieden.1 Wat dit betreft is de positie van de huurder van woonruimte derhalve gelijk aan die van de huurder van een ongebouwde onroerende zaak. Ook artikel 7:221 BW, waarin is bepaald dat de huurder bevoegd is om het gehuurde geheel of gedeeltelijk aan een ander in gebruik te geven, tenzij hij moest aannemen dat de verhuurder daartegen redelijke bezwaren zal hebben, is immers van regelend recht. Zowel bij de huur van woonruimte als bij de huur van een ongebouwde onroerende zaak kan dan ook een verbod op het in gebruik geven van het gehuurde aan een ander in de huurovereenkomst worden opgenomen.