De huur van ongebouwde onroerende zaken: een leemte in de wet
Einde inhoudsopgave
De huur van ongebouwde onroerende zaken (R&P nr. VG8) 2017/4.4:4.4 Opstalrecht
De huur van ongebouwde onroerende zaken (R&P nr. VG8) 2017/4.4
4.4 Opstalrecht
Documentgegevens:
mr. E.H.M. Swaneveld-Bakelaar, datum 26-04-2016
- Datum
26-04-2016
- Auteur
mr. E.H.M. Swaneveld-Bakelaar
- JCDI
JCDI:ADS382488:1
- Vakgebied(en)
Huurrecht / Bijzondere onderwerpen
Huurrecht / Verplichtingen huurder en verhuurder
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 5:92 en 5:95 zijn van toepassing op alle opstalrechten; de artikelen 5:86, 5:87, 5:88, 5:91, 5:92, 5:94, 5:97 en 5:98 zijn van toepassing op alle zelfstandige opstalrechten.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De derde vergelijking die ik maak is die tussen de positie van een opstaller en die van een huurder van een ongebouwde onroerende zaak die zelf het gehuurde bebouwt. De huurder van een ongebouwde onroerende zaak die het gehuurde zelf bebouwt voert eenzelfde activiteit uit als de opstaller, namelijk het bebouwen van een onroerende zaak die eigendom is van iemand anders.
De regeling omtrent opstalrechten is opgenomen in titel 8 van boek 5 BW, bestaande uit artikel 101-105. Dit lijkt een heel beperkte regeling, doch via de schakelbepaling van artikel 5:104 BW is een groot aantal bepalingen uit titel 7 – erfpacht – tevens van toepassing op het opstalrecht.1
4.4.1 Doel en aard van het recht4.4.2 Dwingend/aanvullend recht4.4.3 Duur4.4.4 Rechten en plichten van partijen4.4.5 Einde van het recht4.4.6 Conclusie