Pleitbaar standpunt in het fiscale boete- en strafrecht
Einde inhoudsopgave
Pleitbaar standpunt in het fiscale boete- en strafrecht (FM nr. 148) 2016/3.4.3.2:3.4.3.2 Opzet: weten en willen
Pleitbaar standpunt in het fiscale boete- en strafrecht (FM nr. 148) 2016/3.4.3.2
3.4.3.2 Opzet: weten en willen
Documentgegevens:
dr. mr. M.M. Kors, datum 21-11-2016
- Datum
21-11-2016
- Auteur
dr. mr. M.M. Kors
- JCDI
JCDI:ADS568696:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Y. Buruma in zijn noot onder NJ 2003/552, punt 3; Van Dijk 2008, p. 340; De Hullu 2015, p. 230-231.
Van Dijk 2008, p. 341; De Hullu 2015, p. 226-228.
Van Dijk 2008 maakt op p. 234 een onderscheid tussen opzet als materieel begrip en het bewijs van opzet. De omstandigheid dat opzet bewezen kan worden aan de hand van algemene ervaringsregels houdt niet in dat het materiële opzetbegrip door algemene ervaringsregels wordt bepaald.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Opzet vormt volgens de heersende leer in het strafrecht een individuele geestesgesteldheid.1 Bij opzet moeten het weten en het willen steeds beide aanwezig zijn, hoewel de mate waarin elk van deze componenten aanwezig moet zijn afhankelijk is van de opzetvorm en kan variëren per delict.2
De verklaring van de verdachte over zijn weten en willen vormt bij opzet in beginsel de informatiebron bij uitstek. Een verdachte hoeft op grond van zijn zwijgrecht zijn geestesgesteldheid echter niet kenbaar te maken. Als hij zich wel uitlaat over hetgeen hij heeft geweten en gewild, kunnen zijn uitlatingen moeilijk controleerbaar zijn. Het bewijs van opzet kan in deze situaties worden geleverd door het vertoonde gedrag, in het licht van de feiten en omstandigheden, aan de hand van algemene ervaringsregels en regels van algemene bekendheid te duiden in termen van weten en willen, oftewel door, zoals hiervoor in paragraaf 3.4.1.2 uiteengezet, te objectiveren. De noodzaak om bij opzet te objectiveren houdt derhalve verband met het bewijs van het opzet, niet met de invulling van het begrip opzet.3