Einde inhoudsopgave
Pleitbaar standpunt in het fiscale boete- en strafrecht (FM nr. 148) 2016/3.4.3.1
3.4.3.1 Inleiding opzet
dr. mr. M.M. Kors, datum 21-11-2016
- Datum
21-11-2016
- Auteur
dr. mr. M.M. Kors
- JCDI
JCDI:ADS566200:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
De Hullu 2015, p. 262.
Met uitzondering blijkbaar van strafbepalingen in de besluitenwetgeving uit de Tweede Wereldoorlog, aldus Kamerstukken II 1954/55, 4080, 3 (MvT), p. 28.
Kamerstukken II 1954/55, 4080, 3 (MvT), p. 16-17.
Kamerstukken II 1988/89, 21058, 3 (MvT), p. 16; Kamerstukken II 1993/94, 23470, nr. 3 (MvT), p. 44. Kamerstukken II 1997/98, 24800, 7 (NV), p. 2-3.
HR 22 juni 2007, BNB 2007/292, ECLI:NL:HR:2007:BA7728, r.o. 3.2.3.
Brouns 2006, p. 941-942; De Hullu 2015, p. 226-228. G.J.M.E. de Bont, ‘Opzet in fiscaal boete- en strafrecht’, TFB 2002/6, p. 6 spreekt in verband met opzet van een “conceptuele inkleuring”. Rb. Zwolle-Lelystad (sector straf) 13 september 2005, ECLI:NL:RBZLY:2005:AU2558 overweegt dat aan het opzetbegrip in het fiscale strafrecht een eigen karakter toekomt.
Bij de invoering van het Wetboek van Strafrecht is als uitgangspunt gehanteerd dat de delictsomschrijvingen met een subjectief bestanddeel van het bestanddeel opzet werden voorzien.1Ook in het fiscale strafrecht hebben de strafbepalingen met een subjectief bestanddeel bijna altijd opzetdelicten gevormd.2
In het fiscale boeterecht zijn opzet en grove schuld pas met ingang van de Tweede Wereldoorlog voor de destijds geldende verhoging bij navordering van belang geworden. Tijdens de parlementaire behandeling van de AWR in de jaren ‘50 van de vorige eeuw is over de invulling van het opzetbegrip niets opgemerkt.3 In de parlementaire toelichting bij de wetgeving die uiteindelijk in 1998 tot de invoering van de vergrijpboetes van art. 67d AWR, art. 67e AWR en art. 67f AWR heeft geleid, heeft de wetgever opgemerkt dat grove schuld, voorwaardelijk opzet en opzet in het fiscale boeterecht vertrouwde begrippen zijn. Voorwaardelijk opzet maakt volgens de wetgever niet alleen in het strafrecht, maar ook in het fiscale boeterecht deel uit van het begrip opzet. Verder heeft de wetgever verwezen naar de bestaande fiscale boetejurisprudentie.4 De belastingkamer van de Hoge Raad heeft in vervolg hierop in 2007 geoordeeld dat aan het opzetbegrip in de in 1998 ingevoerde boetebepaling bij definitieve aanslag geen andere betekenis wordt toegekend dan overigens in het fiscale boeterecht.5
Hierna wordt het begrip opzet in het fiscale straf- en boeterecht beoordeeld met behulp van de strafrechtelijke theorie over het opzetbegrip. Ik begin steeds met de theorie uit het strafrecht en vertaal deze theorie vervolgens naar de straf- en boetebepalingen die verband houden met het doen van een onjuiste aangifte. Zoals eerder opgemerkt vindt, hoewel opzet en schuld in het strafrecht algemene leerstukken vormen, de concrete invulling ervan immers steeds vanuit het desbetreffende delict plaats.6