Einde inhoudsopgave
Het pre-insolventieakkoord 2016/8.2.8.3
8.2.8.3 Beëindiging geen akkoordbesluit
N.W.A. Tollenaar, datum 16-10-2016
- Datum
16-10-2016
- Auteur
N.W.A. Tollenaar
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook paragraaf 8.2.8.1 hiervoor.
Verschillende klassen kunnen elkaar niet binden; zie hierover uitgebreider paragraaf 4.3.6. Men zou hooguit kunnen aanvaarden dat negatieve contracten in stand kunnen blijven indien iedere klasse die de last daarvan draagt (dat wil zeggen niet de klasse van de betrokken contractspartijen) met onverkorte instandhouding en nakoming van de betrokken negatieve contracten bij meerderheidsbesluit instemt.
Als de aanbieder niet tevens de financier is van het akkoord, zal de aanbieder van het akkoord zijn standpunt hierover en de inhoud van het akkoord nauw met de financier afstemmen.
Zie in dezelfde zin de consultatiereactie van de Nederlandse Orde van Advocaten, 12 december 2014, p. 18.
Dit zou bijvoorbeeld nuttig kunnen zijn indien de schuldenaar over een herstructurering met alle overige betrokken schuldeisers overeenstemming heeft bereikt en zij instemmen met de volledige voldoening van de concurrente schadevordering uit de beëindiging van een negatief contract.
Zie in dit verband ook de UNCITRAL Legislative Guide, recommendation 73 met de bijbehorende toelichting.
Het ligt niet zonder meer voor de hand om een contractsbeëindiging te laten lopen via de band van een akkoord, althans om alle aspecten van de contractsbeëindiging te onderwerpen aan democratische besluitvorming.
De beëindiging en afwikkeling van een contract in het kader van een akkoordprocedure omvat drie elementen: i) de beëindiging als zodanig, ii) de toekenning van een concurrente schadeloosstellingsvordering en iii) de behandeling van de aldus toegekende concurrente schadevordering onder het akkoord.
Het ligt niet voor de hand om het eerste element, de beëindiging zelf, onderwerp van groepsbesluitvorming te maken. Allereerst zijn veel contracten uniek. Alleen al om die reden zal een voorgestelde contractsbeëindiging zich voor groepsbesluitvorming niet vaak lenen.
Belangrijker is echter dat, zelfs als er meerdere identieke contracten met verschillende partijen zouden zijn afgesloten, contractsbeëindiging geen onderwerp is waar een groep gelijk geplaatste contractspartijen op zinvolle wijze over kan beslissen. Indien een contract een negatieve waarde heeft (per saldo een last voor de onderneming vormt), is beëindiging en conversie van de rechten onder het contract in een concurrente geldvordering in geval van insolventie in beginsel geboden om de gelijkheid van gelijk gerangschikte schuldeisers te waarborgen.1 Of anders gezegd: de beëindiging en conversie van het contract is onder meer nodig om de positie tussen de groep van betrokken contractspartijen (met obligatoire aanspraken) gelijk te trekken met de positie van de groep van overige concurrente schuldeisers. Het gaat derhalve over de relatieve verhouding tussen verschillende groepen. De relatieve verhouding tussen verschillende groepen schuldeisers kan in beginsel geen onderwerp van democratische besluitvorming zijn. De groep van personen die partij zijn bij contracten met een voor de onderneming negatieve waarde (en voor de contractspartijen een positieve waarde) zullen wel altijd stemmen voor instandhouding en onverkorte uitvoering van de contracten, wat ten laste zou komen van de overige schuldeisers. Deze beslissing heeft geen democratische betekenis en mist bindend gezag.2 Ook de vraag of een contract een negatieve of positieve waarde heeft, is in beginsel geen vraag waarover de groep van betrokken contractspartijen zelf of een andere klasse democratisch kan besluiten. Dit is een vraag voor de schuldenaar en/of de aanbieder en/of financier van het akkoord.3
Kortom, de beëindiging van een lopend contract is geen onderwerp waarover democratisch kan worden beslist bij wijze van stemming. Dit is een bevoegdheid die zou moeten toekomen aan de schuldenaar en een eventuele derde die bevoegd is tot aanbieding van een akkoord (zie hierna paragraaf 8.3).4 Indien het de schuldenaar is die de bevoegdheid tot contractsbeëindiging uitoefent, zou de contractsbeëindiging plaats kunnen vinden bij wijze van zelfstandige voorziening los van een eventueel akkoord.5 Indien het een derde is die bevoegd is een akkoord aan te bieden die de bevoegdheid tot contractsbeëindiging inroept, zou de contractsbeëindiging uitsluitend kunnen plaatsvinden op voorwaarde van totstandkoming van het aangeboden akkoord. In alle gevallen zou de rechter moeten toetsen of de schuldenaar in staat van insolventie of pre-insolventie verkeert en conversie in een concurrente vordering tot schadevergoeding daarmee gerechtvaardigd is.
Wellicht ten overvloede merk ik op dat er wel een rechtvaardiging bestaat voor het volledig beëindigen van een lopend contract en het converteren daarvan in een concurrente schadevordering. Geen rechtvaardiging bestaat echter voor een eenzijdige gedeeltelijke aanpassing van een lopend contract waarbij ten nadele van de contractspartij een wijziging plaatsvindt van door de schuldenaar verschuldigde prestatie en/of de door de wederpartij verschuldigde tegenprestatie.6 Een contractspartij kan – vanzelfsprekend – niet worden gedwongen prestaties te leveren tegen andere condities dan waarmee zij heeft ingestemd. Indien de schuldenaar een aanpassing in het contract wenst aan te brengen, zal hij de gewenste aanpassing met de wederpartij moeten uitonderhandelen met de dreiging van volledige beëindiging en inkorting of eliminatie van de daaruit voortvloeiende schadevordering door middel van een akkoord als alternatief.