Het schuldige geheugen?
Einde inhoudsopgave
Het schuldige geheugen? (SteR nr. 32) 2017/IV.8.2.2.2.a:IJkpunt 1: Verbod op vernederende behandelingen
Het schuldige geheugen? (SteR nr. 32) 2017/IV.8.2.2.2.a
IJkpunt 1: Verbod op vernederende behandelingen
Documentgegevens:
mr. D.A.G. van Toor, datum 22-02-2017
- Datum
22-02-2017
- Auteur
mr. D.A.G. van Toor
- JCDI
JCDI:ADS454390:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Paragraaf 2.3 van hoofdstuk 5 bevat de uitwerking van de onderdelen waaraan moet worden voldaan om het respect voor menselijke waardigheid op te brengen (hierboven is deze vorm ook waardigheid-als-respect genoemd, naast de waardigheid-als-status en waardigheid-als-autonomie). Als uitwerking van ongeoorloofde vorm van dwang is, op basis van Margalits Fatsoenlijkesamenleving en de jurisprudentie van de HRC, het EHRM en het BVerfG, gekozen voor een verbod op vernederende behandelingen. Vernederen tast volgens Margalit (en anderen) de inherente en intrinsieke eer van de persoon, het zelfrespect dat iemand voor zichzelf heeft, aan. Het EHRM overweegt dat onder meer iemand het gevoel van ‘fear, anguish and inferiority’ geven, vernederend is. Beide uitwerkingen van het begrip vernederen komen wezenlijk overeen. Het gaat in beide gevallen om de subjectieve ervaring van emoties die het zelf betreffen en die de waarde van het zelf in de kern raken. Hierbij heb ik in hoofdstuk 5 een onderscheid tussen onveilige behandelingen (die hier centraal staan) en ongelijke behandelingen (die bij het volgende ijkpunt aan bod komen) gemaakt.
Bij de onveilige behandelingen gaat het voornamelijk om het daadwerkelijk toebrengen van pijn of letsel door met gebruik van onnodig geweld. Bij zulke behandelingen wordt volledig voorbij gegaan aan het feit dat de mens geen (of ten minste niet enkel een) object is. Geweld toepassen, is naast lichamelijk onveilig, ook een aantasting van het zelfrespect omdat de persoon zijn leven en lichaam op dat moment niet zelf kan sturen. Ook de aantasting van de geestelijke en mentale integriteit valt onder de onveilige behandelingen. Door constant het licht aan en uit te doen in een cel, om daarmee de mentale weerbaarheid te breken (met als mogelijk doel het spraakzaam maken van de verdachte), is op heel andere manier schadelijk voor het welzijn van de mens dan fysiek geweld. Niettemin is het onveilig voor het psychische welzijn om voor een langere periode slaapdeprivatie en stress te ondergaan. Daarnaast roepen mentale of geestelijke onveilige behandelingen dezelfde gevoelens van angst en inferioriteit op. Verder zijn deze soort behandelingen juist bedoeld om een persoon kwetsbaar te maken, te breken. Dit kan mijns inziens niet anders als een aantasting van het zelfrespect worden bestempeld, omdat de persoon hoogstwaarschijnlijk in strijd gaat handelen met zijn eerder genomen, maar nu gebroken, resolutie. Voor het strafprocesrecht en de toepassing van opsporingsmethoden betekent dit dat alleen strikt noodzakelijk geweld mag worden gebruikt om de medewerking aan de inzet van een opsporingsmethode af te dwingen. Niet noodzakelijk geweld maakt van de verdachte een object. Zijn wil doet niet ter zake, enkel dat zijn geheugen of zijn lichaam informatie verschaft. Alle vernederende behandelingen hebben gemeen dat van de mens een object wordt gemaakt, op de een of andere manier wordt hij speelbal van de autoriteiten zonder eerbied voor zijn fysieke en psychische welzijn. Hiermee wordt de verdachte onderwerp van de strafvorderlijke politiek. De verboden aard en mate van dwang onder het recht op respect voor menselijke waardigheid zijn mijns inziens vernederende (be)handelingen die het zelfrespect van de mens aantasten, waardoor hij enkel als object wordt gebruikt.