Het pre-insolventieakkoord
Einde inhoudsopgave
Het pre-insolventieakkoord 2016/7.6:7.6 Wie is bevoegd een scheme of arrangement aan te bieden?
Het pre-insolventieakkoord 2016/7.6
7.6 Wie is bevoegd een scheme of arrangement aan te bieden?
Documentgegevens:
N.W.A. Tollenaar, datum 16-10-2016
- Datum
16-10-2016
- Auteur
N.W.A. Tollenaar
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Volgens de tekst van de Companies Act 2006 mag behalve de vennootschap zelf, ook de administrator van de vennootschap alsmede iedere crediteur of aandeelhouder een scheme aanbieden.1
Buiten het kader van een formele insolventieprocedure is de bevoegdheid van een crediteur om een akkoord aan te bieden echter van weinig praktische betekenis. In de eerste plaats heeft de rechtspraak uitgemaakt dat voor het homologeren van een scheme die een crediteur buiten het kader van een formele insolventieprocedure heeft aangeboden de instemming van de vennootschap is vereist (gegeven bij besluit van het bestuur of de algemene vergadering van aandeelhouders).2
Dit laat zich mogelijk verklaren door het feit dat een scheme of arrangement geen zuiver insolventierechtelijk instrument is maar primair een vennootschapsrechtelijk instrument dat (ook) is toe te passen bij vennootschappen die volledig solvent zijn. Buiten het kader van een formele insolventieprocedure is nog niet vastgesteld dat de schuldeisers bevoegd zijn zich op het vermogen van de schuldenaar te verhalen. De voorgestelde aanspraken uit hoofde van het aangeboden akkoord zijn dan niet af te leiden uit meeromvattende verhaalsrechten van de crediteuren die ook zonder instemming van de schuldenaar bestaan en zijn uit te oefenen. Voor zover de aanspraken uit hoofde van het akkoord een wijziging inhouden van de rechtsverhouding met de schuldenaar, zal instemming van de schuldenaar daarvoor nodig zijn. Zie ook paragraaf 3.6.1 hiervoor. Uit het voorgaande volgt dat de rechter voor de eis van instemming van de vennootschap in de plaats had kunnen stellen de eis dat de vennootschap financieel in staat van insolventie verkeert. De bevoegdheid van crediteuren om bij een financieel insolvente vennootschap een akkoord aan te bieden, zou dan meer betekenis hebben en niet kunnen worden uitgehold door een tegenwerkende schuldenaar of aandeelhouder.
Daarnaast wordt erop gewezen dat een crediteur of aandeelhouder buiten een insolventieprocedure zonder medewerking van de vennootschap feitelijk niet in staat is aan de informatieverschaffingsverplichting uit hoofde van de explanatory statement te voldoen.
Binnen het kader van een formele insolventieprocedure is voor de totstandkoming van een schemede instemming van de administrator vereist. De administrator kan de derde die een scheme wenst aan te bieden toegang tot de noodzakelijke informatie verschaffen.3
Buiten het kader van een formele insolventieprocedure hebben derden derhalve, zonder medewerking van de vennootschap of aandeelhouders, feitelijk niet de mogelijkheid een (concurrerend) akkoord aan te bieden. Zij hebben effectief alleen de mogelijkheid om een concurrerend akkoord aan te bieden binnen het kader van een insolventieprocedure. De negatieve publiciteit en schade die een formele meeromvattende insolventieprocedure doorgaans met zich brengt, zal hen daar veelal van weerhouden.