Fusies en overnames in de Europese BTW
Einde inhoudsopgave
Fusies en overnames in de Europese BTW (FM nr. 146) 2016/5.4.3.6:5.4.3.6 Conclusie met betrekking tot samenhang tijdens de overdracht
Fusies en overnames in de Europese BTW (FM nr. 146) 2016/5.4.3.6
5.4.3.6 Conclusie met betrekking tot samenhang tijdens de overdracht
Documentgegevens:
S.B. Cornielje, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
S.B. Cornielje
- JCDI
JCDI:ADS419390:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie in gelijke zin D.B. Bijl, Onroerend goed; omzetbelasting en overdrachtsbelasting, Deventer: Kluwer 1998, blz. 36.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uit de hiervoor besproken arresten van de Hoge Raad is af te leiden dat de voor het aanmerken van een bundel zaken als algemeenheid van goederen noodzakelijke samenhang, schadeloos kan worden verbroken door de wijze van overdracht, zo lang er vóór en na overdracht maar een perfecte algemeenheid bestaat bij één overdrager en één verkrijger.1 Het oogmerk van partijen kan hierbij een rol spelen.
De besproken arresten van de Hoge Raad gaan – zoals passend was bij de wettekst tot 1998 – in belangrijke mate uit van de subjectbenadering. Vorm en inhoud van de overdracht is daarin ondergeschikt aan de idee dat een lopende onderneming wordt voortgezet. Vanuit de objectbenadering lijken die arresten achterhaald voor zover deze betrekking hebben op situaties waarbij de overdracht via meerdere partijen verloopt. Daarbij geldt dat indien alleen een onroerende zaak via een ‘omweg’ ter beschikking van de verkrijger komt, het Hof van Justitie geneigd zal zijn de principiële lijn uit het arrest Christel Schriever voort te zetten. Dat acht ik uitsluitend gerechtvaardigd indien hetgeen door de overdrager aan verkrijger rechtstreeks wordt overgedragen op zichzelf volstaat een autonome economische activiteit uit te oefenen, en de onroerende zaak dus niet een noodzakelijk element voor het kunnen uitoefenen van die activiteit vormt.
Bij ketentransacties doet zich een dilemma voor: immers, alle overdragers die in de keten volgen op de oorspronkelijk overdrager, exploiteren de overgedragen economische activiteit niet zelf vóór overdracht. Vanuit doel en strekking van de regeling is toepassing van de geruisloze overgang gerechtvaardigd, indien hetgeen wordt overgedragen vanuit het perspectief van het object als algemeenheid van goederen moet worden aangemerkt en de uiteindelijke verkrijger die algemeenheid van goederen zal voortzetten.