Einde inhoudsopgave
Het uniciteitsbeginsel in het goederenrecht (O&R nr. 92) 2016/3.3.1
3.3.1 Inleiding
V. Tweehuysen, datum 31-01-2016
- Datum
31-01-2016
- Auteur
V. Tweehuysen
- JCDI
JCDI:ADS455635:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Asser/Mijnssen, Van Velten & Bartels 5* 2008, nr. 320; Asser/Perrick 4 2013, nr. 154; Van Mourik e.a. 2011, p. 148.
Vgl. Bos 2005, p. 41.
Uiteraard is een vruchtgebruik op aandelen in een BV of NV mogelijk (zie Bos 2005), maar dat is niet hetzelfde als het vruchtgebruik van een onderneming, zie paragraaf 4.3.2.1. In het kader van erfopvolging bij het overlijden van een vennoot in een personenvennootschap (maatschap, vof of cv) zal een vruchtgebruik op het aandeel van de (erfgenaam van de overleden) vennoot in de gehele gemeenschap (van de onderneming) zich niet snel voordoen. Zolang de vennootschap niet ontbonden is, kan een (erfgenaam van een overleden) vennoot niet beschikken over zijn aandeel in de gehele gemeenschap en na ontbinding, zo wordt aangenomen, in de regel slechts met toestemming van de overige vennoten, zie Assink e.a. 2013, p. 1923; Asser/Maeijer 5-V 1995, nr. 198; Van Veen, GS Personenassociaties, aant. 5.10.4.2.1.3 (online, laatst bijgewerkt op 11 oktober 2012); Mohr & Meijers 2013, p. 47, 247; Parl. Gesch. Boek 3 (Inv. 3, 5 en 6), p. 1305.
Assink e.a. 2013, p. 74 vermeldt als de twee meest voorkomende rechtsvormen van de in 2012 in het handelsregister ingeschreven ondernemingen en rechtspersonen 887.656 eenmanszaken en 808.497 BV’s. Het CBS vermeldt voor 2014 als meest voorkomende rechtsvorm van bedrijven (waarbij een bedrijf wordt gedefinieerd als “de feitelijke transactor in het productieproces gekenmerkt door zelfstandigheid ten aanzien van de beslissingen over dat proces en door het aanbieden van zijn producten aan derden” en dientengevolge ook uit meer dan één ‘juridische eenheid’ (rechtssubject) kan bestaan) 864.160 eenmanszaken tegenover 311.060 BV’s (Bedrijven; grootte, rechtsvorm, bedrijfstak/branche (SBI 2008), 1 januari2014, CBS 28 maart 2014, te raadplegen door op statline.cbs.nl te zoeken op de titel van het document).
Zoals uit paragraaf 3.3.3 nog zal blijken, bestaat in §§1085-1088 BGB een regeling voor het vruchtgebruik van een vermogen. Die bepalingen zijn van overeenkomstige toepassing op het vruchtgebruik van een nalatenschap (Erbschaft, §1089 BGB) en dat is ook meteen het meest voorkomende toepassingsgeval van die bepalingen, zie Baur & Stürner 2009, p. 871; MünchKommBGB/Pohlmann 2013 §1085 nr. 8, §1089 nr. 1; Staudinger/Frank 2009 Anh zu §§ 1068, 1069 nr. 20, Vorbem zu §§1085- 1089 nr. 6, §1089 nr. 2. Voor het Franse recht zie Reygrobellet & Denizot 2011, nr. 47.51 over het fonds de commerce, Terré & Simler 2010, nr. 779 over vruchtgebruik in het algemeen.
35. Art. 3:222 BW regelt het geval waarin “een nalatenschap, onderneming of soortgelijke algemeenheid in vruchtgebruik is gegeven”. Bij de nalatenschap moet gedacht worden aan het geval dat het vruchtgebruik van de nalatenschap bij uiterste wilsbeschikking aan de langstlevende is gelegateerd.1 Ook het vestigen van een recht van vruchtgebruik op een onderneming zal zich met name voordoen binnen het erfrecht.2 Dan moet vooral gedacht worden aan de onderneming van een natuurlijk persoon: de eenmanszaak. Een rechtspersoon kan immers niet overlijden waardoor het vestigen van vruchtgebruik op diens onderneming in het kader van de erfopvolging niet aan de orde is.3 Dat het vruchtgebruik van een onderneming zich vooral voor zal doen bij een eenmanszaak, maakt deze figuur niet minder relevant of interessant, integendeel: de eenmanszaak is demeest voorkomende rechtsvorm van een onderneming.4
Ook in het Duitse en Franse recht doet een vruchtgebruik van een algemeenheid van goederen zich met name voor in het kader van het erfrecht5 en ook in het Duitse en Franse recht is een regeling daarvoor in de wet opgenomen. Voor het Nederlandse en Duitse recht roept de regeling van een vruchtgebruik op een algemeenheid de vraag op of hier een uitzondering wordt gemaakt op het uniciteitsbeginsel en zo ja, hoe zich dat verhoudt tot het uitgangspunt van uniciteit. Een vergelijking met het Franse recht is interessant omdat het Franse recht de algemeenheid als object erkent.