Het pre-insolventieakkoord
Einde inhoudsopgave
Het pre-insolventieakkoord 2016/8.2.8.4:8.2.8.4 Vaststelling schadevordering mogelijk een akkoordbesluit
Het pre-insolventieakkoord 2016/8.2.8.4
8.2.8.4 Vaststelling schadevordering mogelijk een akkoordbesluit
Documentgegevens:
N.W.A. Tollenaar, datum 16-10-2016
- Datum
16-10-2016
- Auteur
N.W.A. Tollenaar
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het tweede element van de voortijdige beëindiging en afwikkeling van een lopende overeenkomst, te weten de vaststelling van de omvang van de toe te kennen schadevordering, kan ook niet zonder meer bij democratische besluitvorming plaatsvinden. Zoals in de voorgaande subparagraaf al is opgemerkt, zijn veel contracten uniek. De schade die voortvloeit uit de beëindiging van verschillende unieke contracten, zal naar alle waarschijnlijkheid voor ieder contract verschillend zijn. De vaststelling van de omvang van de contractbeëindigingsschade leent zich dan niet voor groepsbesluitvorming. Dit neemt niet weg dat er ook gevallen zijn waarin er meerdere vergelijkbare contracten met verschillende wederpartijen bestaan. De vaststelling van de omvang van de schade, of van de uitgangspunten voor de vaststelling van de schade, zou zich dan in principe wel voor groepsbesluitvorming kunnen lenen.
Het blijft echter de vraag of de vaststelling van de omvang van (schade)vorderingen door middel van groepsbesluitvorming verenigbaar is met grondrechten zoals het recht op toegang tot de rechter onder artikel 6 EVRM en het recht op ongestoord genot van eigendom onder artikel 1 van het eerste Eerste Protocol van het EVRM (zie ook hierna, paragraaf 8.10). De beantwoording van deze vraag valt buiten het bestek van dit boek en merk ik aan als onderwerp van nader onderzoek.
Indien vaststelling van betwiste (schade)vorderingen bij meerderheidsbesluit niet mogelijk is, zou in het kader van een akkoordtraject de rechter of de rechter-commissaris alleen een beslissing moeten nemen over de omvang van de betwiste vordering voor de toelating tot de stemming. De stemming zou dan alleen zien op de wijze van behandeling van de schadevordering als concurrente vordering onder het akkoord. De omvang van de vordering, voor de bepaling van de materiële aanspraak die deze onder het akkoord geeft, zou dan in een separate bodemprocedure moeten worden vastgesteld.