Einde inhoudsopgave
Het pre-insolventieakkoord 2016/7.10
7.10 Wanneer is een scheme of arrangement aangenomen?
N.W.A. Tollenaar, datum 16-10-2016
- Datum
16-10-2016
- Auteur
N.W.A. Tollenaar
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Voetnoten
Voetnoten
Companies Act 2006, s 899.
Vgl. re Cape Plc [2006] EWHC 1316 (Ch); [2007] 2 B.C.L.C. 546. In deze zaak stelde de rechter vast dat aan de meerderheidseis was voldaan en dat daaraan niet afdeed dat slechts circa 25% van de crediteuren een stem hadden uitgebracht. Zie ook Re Orisis Insurance Ltd [1991] 1 BCLC 182 waarin slechts 35 van de 971 stemgerechtigden een stem uitbracht en Re British Aviation Insurance Co Ltd waarin slechts 15% van de stemgerechtigden stemde.
Absenteïsme vormt onder het huidige Nederlandse recht, in ieder geval volgens de letterlijke tekst van de wet, wel een probleem omdat voor de vereiste meerderheid in bedrag niet slechts een meerderheid vereist is van het bedrag dat ter vergadering vertegenwoordigd is, maar een meerderheid van het totale bedrag aan erkende en toegelaten vorderingen (ongeacht of deze vorderingen ter vergadering vertegenwoordigd zijn of niet). Indien niet meer dan de helft van het totale bedrag ter vergadering vertegenwoordigd is, is de vereiste meerderheid per definitie niet te behalen (ook al stemt 100% van de crediteuren die ter vergadering zijn verschenen vóór). Vgl. artikel 145 en 268 Fw.
Re Alabama, New Orleans Texas & Pacific Junction Railway Co [1891] 1 Ch. 213.
Een scheme geldt als aangenomen indien iedere klasse vóór heeft gestemd. Een klasse heeft vóór gestemd indien i) een gewone meerderheid van de crediteuren die een stem hebben uitgebracht vóór heeft gestemd (head count) en ii) deze meerderheid gezamenlijk 75% van het bedrag vertegenwoordigt van de vorderingen van de crediteuren van de desbetreffende klasse die een stem hebben uitgebracht.1
Voor het bepalen van de meerderheid tellen dus in de noemer uitsluitend mee de crediteuren en de vorderingen van de crediteuren die daadwerkelijk een stem hebben uitgebracht. Crediteuren en vorderingen van crediteuren die geen stem hebben uitgebracht, tellen in de noemer niet mee. Er geldt geen quorumeis.2 Dit voorkomt in principe het probleem dat een akkoord niet tot stand kan komen als gevolg van gebrek aan participatie (uit desinteresse of anderszins).3 De rechter kan een lage opkomst echter wel laten meewegen bij de beslissing over de homologatie van het akkoord.4 Om te voorkomen dat de rechter de homologatie wegens een te lage opkomst weigert, doet de schuldenaar er goed aan zich maximaal in te spannen om een zo groot mogelijke participatie te bewerkstelligen.