Einde inhoudsopgave
Het pre-insolventieakkoord 2016/7.7
7.7 Wie kan een scheme of arrangement binden?
N.W.A. Tollenaar, datum 16-10-2016
- Datum
16-10-2016
- Auteur
N.W.A. Tollenaar
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Voetnoten
Voetnoten
Re Midland Coal, Coke & Iron Co [1895] 1 Ch 267.
Re B&S Distributors Pty Ltd (1986) 5 NSWLR 492. Bij een CVA is dit anders. Toekomstige vorderingen vallen wel onder de werking van een CVA; Re Cancol Ltd [1996] 1 All ER 36. Zie in dit verband ook J. Payne, Schemes of Arrangement, Cambridge University Press, 2014, p. 198.
Re Lehman Brothers International (Europe) [2009] EWCA Civ 1161; zie ook J. Payne, Schemes of Arrangement, Cambridge University Press, 2014, p. 183-184.
Re Garuda [2001] EWCA 1869; Re Bluebrook Ltd (IMO Car Wash) [2009] EWHC 2114 (Ch); J. Payne, Debt Restructuring in English Law: Lessons from the US and the Need for Reform, University of Oxford, Research Paper No 89/2013, p. 11.
Een scheme of arrangement kan in principe aandeelhouders en alle soorten crediteuren binden, inclusief preferente en gesecureerde crediteuren. Een scheme bindt ook crediteuren met voorwaardelijke vorderingen.1 Een scheme heeft echter geen werking op toekomstige vorderingen, dat wil zeggen vorderingen die nog niet, ook niet voorwaardelijk, bestonden ten tijde van de beslissing van de rechter om crediteurenvergaderingen bijeen te roepen.2 Een scheme bindt slechts de juridische houder van een vordering, dus de formele schuldeiser. Een scheme bindt niet de economische gerechtigde (beneficial owner) tot een vordering.3
De vennootschap is vrij om zelf te bepalen tot wie het akkoord zich richt en wie het zal binden.4 Zij hoeft niet alle aandeelhouders of crediteuren bij het akkoord te betrekken, maar kan de groep betrokkenen beperken tot een deelverzameling naar eigen keuze.