Einde inhoudsopgave
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/IV.17.4.2.5
IV.17.4.2.5 Vertrouwen begunstigde versus algemeen belang (§ 48 lid 2 eerste volzin VwVfG)
B. de Kam, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
B. de Kam
- JCDI
JCDI:ADS374120:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Europees bestuursrecht
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Bestuursrecht algemeen / Bestuursbevoegdheden
Voetnoten
Voetnoten
Öffentliche Interesse.
Vgl. Knack/Henneke 2010, § 48 VwVfG, Rn. 93: ‘Die Frage der Schutzwürdigkeit des Vertrauens ist zu beantworten aufgrund einer Abwägung von Gründen, die für eine Aufrechterhaltung des VA (BdK: Verwaltungsakt) sprechen […] mit dem öffentlichen Interesse an seiner Rücknahme.’
Opvallend is dat de afweging die het bestuursorgaan dient te maken, integraal kan worden getoetst door de rechter. Zie onder meer Stelkens/Bonk/Sachs 2014, § 48 VwVfG Rn. 135 en Ehlers/Kallerhoff 2009, p. 831.
BT-Dr. 7/910, p. 69.
Dit laatste belang wordt ook wel aangeduid als Vollzugsinteresse.
Kopp/Ramsauer 2014, § 48 VwVfG Rn. 99.
Vgl. bijvoorbeeld § 63 e.v. VwVfG.
Maurer 2011, p. 308-309, Erichsen/Ehlers 2010, p. 729.
Stelkens/Bonk/Sachs 2014, § 48 VwVfG Rn. 138 met een verwijzing naar BVerwGE 26 september 1991, NVwZ-RR 1992/485. Het Bundesverwaltungsgericht overweegt daar als volgt: ‘Zwar besteht für zukünftige Leistungen […] ein geringerer Vertrauensschutz als für bereits erbrachte Leistungen.’
Zoals hiervoor aangegeven, dient voor het antwoord op de vraag of een Leistung mag worden ingetrokken, op grond van § 48 lid 2 eerste volzin VwVfG een afweging te worden gemaakt tussen het vertrouwen van de begunstigde op het in stand blijven van de beschikking enerzijds, en het algemeen belang1 dat met de intrekking wordt gediend anderzijds. Het vertrouwen van de begunstigde verdient gelet op de tekst van § 48 lid 2 eerste volzin VwVfG bescherming, indien dit vertrouwen zwaarder weegt dan het algemeen belang dat met de intrekking wordt gediend:2
‘Ein rechtswidriger Verwaltungsakt, der eine einmalige oder laufende Geldleistung oder teilbare Sachleistung gewährt oder hierfür Voraussetzung ist, darf nicht zurückgenommen werden, soweit der Begünstigte auf den Bestand des Verwaltungsaktes vertraut hat und sein Vertrauen unter Abwägung mit dem öffentlichen Interesse an einer Rücknahme schutzwürdig ist.’3
Volgens de wetgever kan het conflict dat bij de intrekking van een onrechtmatige beschikking ontstaat tussen wetmatigheid enerzijds en vertrouwen en rechtszekerheid anderzijds enkel worden opgelost door een afweging in een concreet geval te maken.4 Bij het algemeen belang dat met de intrekking wordt gediend, moet onder meer worden gedacht aan het belang van wetmatigheid van bestuur, het voorkomen van onrechtmatige uitgaven in het belang van de begroting en het belang van een juiste toepassing van bijzondere wetgeving.5,6 Tegenover het algemeen belang staat het vertrouwen van de begunstigde op het in stand blijven van de beschikking. In dat kader zijn onder meer relevant de gevolgen van de intrekking voor die begunstigde, de gevolgen van het achterwege laten van intrekking voor de gemeenschap (en eventuele derden), de wijze van totstandkoming van de Leistung,7 de ernst van de onrechtmatigheid en de tijd die is verstreken na verlening van de beschikking.8 Voorts is van belang of het vertrouwen betrekking heeft op reeds verstrekte Leistungen of enkel toekomstige Leistungen.9
Indien het vertrouwen van de begunstigde zwaarder weegt dan een van de hiervoor genoemde belangen (vallend onder de noemer algemeen belang), dan mag de beschikking niet worden ingetrokken, omdat het vertrouwen dan wordt geacht beschermenswaardig te zijn. Of de begunstigde heeft vertrouwd op het in stand blijven van de Leistung wordt voor een belangrijk deel ingevuld door de tweede en derde volzin van § 48 lid 2 VwVfG.