Misleidende beursberichten
Einde inhoudsopgave
Misleidende beursberichten (IVOR nr. 124) 2022/0.1.5:0.1.5 Naar een Nederlandse causaliteitsleer bij aansprakelijkheid voor misleidende beursberichtgeving
Misleidende beursberichten (IVOR nr. 124) 2022/0.1.5
0.1.5 Naar een Nederlandse causaliteitsleer bij aansprakelijkheid voor misleidende beursberichtgeving
Documentgegevens:
mr. drs. A.C.W. Pijls, datum 01-07-2022
- Datum
01-07-2022
- Auteur
mr. drs. A.C.W. Pijls
- JCDI
JCDI:ADS657623:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het voorgaande doet de vraag rijzen hoe in het Nederlandse recht zou moeten worden omgegaan met het causaliteitsvereiste bij aansprakelijkheid voor misleidende beursberichtgeving. Een belangrijke rechtsvergelijkende vraag binnen dit onderzoek is daarom of het wenselijk is om de Amerikaanse fraud on the market-theorie in het Nederlandse rechtssysteem in te passen.1 Dit zou bijvoorbeeld kunnen leiden tot meer uniformiteit en het zou de rechter meer houvast kunnen bieden bij het beantwoorden van de causaliteitsvraag. Het zou bovendien voor de beursvennootschap die informatie openbaar maakt, haar functionarissen, haar adviseurs en het beleggende publiek op voorhand meer duidelijkheid kunnen verschaffen over hun positie in een aansprakelijkheidsprocedure. Aan de introductie van een andere benadering van het causaal verband bij aansprakelijkheid voor misleidende beursberichtgeving kunnen echter ook nadelen kleven. Het biedt bijvoorbeeld minder mogelijkheden om in aansprakelijkheidsprocedures het causaliteitsvereiste te gebruiken als middel om de uitdijende reikwijdte van het aansprakelijkheidsrecht in te dammen.
Bij aansprakelijkheid voor misleidende beursberichtgeving op grond van het Amerikaanse federale effectenrecht op grondslag van SEC-regel 10b-5 moet naast het vereiste van reliance/transaction causation tevens zijn voldaan aan het vereiste van loss causation. Loss causation heeft betrekking op het causaal verband tussen (het publiceren van) de misleidende informatie en het door de belegger gevorderde vermogensverlies of anders gezegd: op het causaal verband tussen de misleidende informatie en de door de belegger gestelde beleggingsschade. Gezegd zou kunnen worden dat de loss causation-eis in beginsel twee betekenissen heeft of anders gezegd: twee functies vervult (die overigens in elkaars verlengde liggen).2 In de eerste plaats vervult loss causation een functie die vergelijkbaar is met die van het toerekeningsverband in het Nederlandse recht. Slechts de schade die rechtens in voldoende causaal verband staat met de misleiding, komt voor vergoeding in aanmerking. In de tweede plaats wordt aan de hand van loss causation bepaald wanneer beleggingsschade (bestaande uit betaalde koersinflatie of ander beleggingsverlies) kan worden aangemerkt als rechtens relevante schade. Pas als de factoren waarop de misleiding betrekking had er daadwerkelijk voor hebben gezorgd dat de effecten in waarde zijn gedaald, is voldaan aan de rechtens vereiste loss causation en kan men (in zoverre) spreken van rechtens relevante schade. Een andere belangrijke rechtsvergelijkende vraag binnen dit onderzoek is wat wij in het Nederlandse recht van het Amerikaanse recht zouden kunnen leren op het punt van loss causation.3