Einde inhoudsopgave
Accijnzen (FM nr. 126) 2008/5.2.1
5.2.1 Externe neutraliteit
Mr. dr. W.M.G. Visser, datum 27-03-2008
- Datum
27-03-2008
- Auteur
Mr. dr. W.M.G. Visser
- JCDI
JCDI:ADS304064:1
- Vakgebied(en)
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Accijns en verbruiksbelastingen / Accijns
Voetnoten
Voetnoten
Art. 90-91 EG.
Thans art. 14 EG.
Art. 93 EG. Vgl. Overweging 2 considerans Structuurrichtlijn tabaksproducten. HvJ EG 9 februari 1982, nr. 270/80, Polydor Ltd. en RSO Records Inc. vs. Harlequin Record Shops Ltd. en Simons Records Ltd. (vrij verkeer van grammofoonplaten – auteursrechten), Jur. 1982 p. 329-351, r.o. 16-21. HvJ EG 5 mei 1982, nr. 15/81, Gaston Schul Douane Expediteur BV (Gaston Schul I) vs. Inspecteur der Invoerrechten en Accijnzen, Roosendaal, Jur. 1982, p. 1437-1441, r.o. 33.
Art. 8 Accijnsrichtlijn. HvJ EG 23 november 2006, nr. C-5/05, staatssecretaris vs. B.F. Joustra, Jur. 2006, p. I-11075.
Art. 6, 7, 9 en 10 Accijnsrichtlijn.
HvJ EG 3 december 1998, nr. C-247/97, Marcel Schoonbroodt, Marc Schoonbroodt en Transports A.M. Schoonbroodt SPRL vs. België, Jur. 1998, p. I-8095, r.o. 29.
Neutraliteit van belastingheffing is met nadruk een fundamenteel belastingbeginsel met betrekking tot de accijnzen. Het is deels geconcretiseerd in het fiscaal discriminatieverbod.1 Bezien vanuit het internemarktconcept van de Europese Akte (1986) vindt als hoofdregel de heffing van de communautaire accijnzen plaats in het binnenland van de Gemeenschap naar het internemarktbeginsel.2 Volgens dit beginsel is de voldoening van de accijns in de lidstaat van aankoop, invoer of vervaardiging tevens eindheffing en wordt van accijnsgoederen die worden overgebracht van de lidstaat van aankoop, invoer of vervaardiging naar een andere lidstaat waar het verbruik metterdaad zal plaatsvinden, in de lidstaat van verbruik geen accijns meer geheven. Daarbij vormt het grondgebied van de lidstaten de Gemeenschap conform de internemarktgedachte één groot binnenland zonder binnengrenzen, analoog aan het binnenland van elk van de lidstaten.3
Gegeven echter de vooralsnog zeer beperkte omvang van de accijnsharmonisatie, staat de toepassing van deze hoofdregel tot dusverre nog slechts open voor particulieren die voor eigen verbruik zelf accijnsgoederen vervaardigen of accijnsgoederen aankopen en zelf meenemen naar hun eigen lidstaat.4 Voor accijnsgoederen die worden aangekocht, ingevoerd of vervaardigd voor handelsdoeleinden, waarmee in tegenstelling tot particuliere aankopen en vervaardigingen zeer grote budgettaire belangen van lidstaten zijn gemoeid, geldt de hoofdregel van de interne markt (nog) niet. Door het ontbreken van een centrale Europese schatkist in het Europa met zijn interne markt zonder binnengrenzen en het voortbestaan van evenzovele schatkisten als lidstaten, moeten de accijnsopbrengsten zoals vóór de instelling van de interne markt ook het geval was, terechtkomen in de schatkisten van de lidstaten van bestemming.
Het Europese accijnsregime is derhalve zo geconstrueerd, dat de opbrengsten van de accijnzen van goederen met handelsdoeleinden met toepassing van het bestemmingslandbeginsel vloeien in de schatkisten van de lidstaten van bestemming.5 Het ijkpunt is het verbruik van die goederen in de lidstaat van bestemming. Daarmee is de accijns alleen in het binnenland van de lidstaat van bestemming een bestanddeel van de prijs.
Specifieke bepalingen bakenen het uitgangspunt van de heffing in de lidstaat van bestemming nog af.
Met het Schoonbroodt-arrest (1998) bevestigt het HvJ EG dit uitgangspunt, de werking ervan en de beperkingen die de weeffout in het systeem meebrengt. Schoonbroodt is gespecialiseerd in internationaal goederenvervoer bij gecontroleerde temperatuur, en beschikt over trekkers en opleggers met koelsystemen. Deze opleggers waren oorspronkelijk door de producent ervan af fabriek voorzien van een brandstofreservoir met een inhoud van 100 liter om het koelsysteem van brandstof te voorzien.
Later zijn de opleggers door carrosseriebouwers blijvend uitgerust met een bijkomend reservoir met een inhoud van 700 liter. Deze bijkomende reservoirs zijn zo ingericht, dat de inhoud ervan via een elektrische pomp die wordt bediend met een schakelaar die zich op de aanhangwagen bevindt, kan worden gebruikt voor zowel de werking van het koelsysteem, als om de trekkers van brandstof te voorzien. Op de rechtsvraag of deze reservoirs als normale reservoirs voor het wegvervoer over lange afstand kunnen worden gezien, omdat deze tot doel hebben (1) bevoorradingsproblemen te voorkomen in landen (óók derde landen) waar de brandstofdistributie onzeker is, (2) te voorkomen, dat moet worden getankt in landen waar brandstof duur is, (3) administratieve lasten te vermijden om de btw terug te krijgen in de landen waar zij is geheven, en (4) de bevoorrading zoveel mogelijk te groeperen bij de oliemaatschappijen met de meest interessante tarieven, heeft het HvJ EG beslist, dat onder het begrip ‘normale reservoirs‘ vallen de reservoirs die door de producent af fabriek zijn aangebracht in of aan containers met een koelsysteem, die zijn bestemd voor wegvervoer over lange afstand, en niet wanneer die reservoirs later door een dealer van de constructeur of door een carrosseriebouwer blijvend zijn aangebracht.6