Einde inhoudsopgave
Accijnzen (FM nr. 126) 2008/5.2.4
5.2.4 Fiscaal discriminatieverbod
Mr. dr. W.M.G. Visser, datum 27-03-2008
- Datum
27-03-2008
- Auteur
Mr. dr. W.M.G. Visser
- JCDI
JCDI:ADS299310:1
- Vakgebied(en)
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Accijns en verbruiksbelastingen / Accijns
Voetnoten
Voetnoten
HvJ EG 5 mei 1982, nr. 15/81, Gaston Schul Douane Expediteur BV (Gaston Schul I) vs. Inspecteur der Invoerrechten en Accijnzen Roosendaal, r.o. 33. HvJ EG 25 februari 1988, nr. 299/86, Strafgeding tegen Rainer Drexl, Jur. 1988, p. 1213, r.o. 24.
Art. 90-91 EG.
HvJ EG 27 februari 1980, nr. 168/78, EC vs. Frankrijk (belastingregeling voor gedistilleerd), Jur. 1980, p. 347. HvJ EG 27 februari 1980, nr. 171/78, EC vs. Denemarken (Aquavit), Jur. 1980, p. 447.
HvJ EG 11 juli 1989, nr. 323/87, EC vs. Italië (belastingregeling rum), Jur. 1989, p. 2275. HvJ EG 27 februari 1980, nr. 168/78, EC vs. Frankrijk (belastingregeling voor gedistilleerd), Jur. 1980, p. 347. HvJ EG 4 april 1968, nr. 20/67, Firma Kunstmühle Tivoli vs. Hauptzollamt Würzburg, Jur. 1968, p. 281.
Zie bijvoorbeeld: art. XXVIIIbis WTO/GATT.
Zie bijvoorbeeld: HvJ EG 7 mei 1987, nr. 193/85, Cooperativa Co-Frutta Srl vs. Amministrazione delle Finanze dello Stato, Jur. 1987, p. 2085, r.o. 25. HvJ EG 17 juni 1999, nr. C-166/98, Société critouridienne de distribution (Socridis) vs. Receveur principal des douanes, Jur. 1999, p. I-3791, r.o. 16. HvJ EG 11 december 1990, nr. C-47/88, EC vs. Denemarken, Jur. 1990, p. I-4509, r.o. 9. HvJ EG 11 augustus 1995, nrs. C-367/93 t/m C-377/93, F.G. Roders BV t/m Damco van Swieten BV vs. Inspecteur der Invoerrechten en Accijnzen, Jur. 1995, p. I-2229, FED 1995/624, r.o. 15. HvJ EG 9 maart 1995, nr. C-345/93, Fazenda Pública en Ministério Público vs. Americo Joao Nunes Tadeu (Portugese bijzondere belasting op motorvoertuigen), Jur. 1995, p. I-0479, r.o. 20.
HvJ EG 19 september 2002, nr. C-101/00, Antti Siilin vs. Finland, Jur. 2000, p. I-7487, r.o. 46 en 54. HvJ EG 17 juni 1998, nr. C-68/96, Grundig Italiana SpA vs. Ministero delle Finanze, Jur. 1998, p. I-3775, r.o. 16. HvJ EG 3 februari 2000, nr. C-228/98, Charalampos Dounias vs. Ypourgio Oikonomikon, Jur. 2000, p. I-00577, r.o. 41. HvJ EG 2 april 1998, nr. C-213/96, Outokumpu Oy vs. Piiritullikamari (regionaal douanekantoor) Helsinki (accijns van elektriciteit – verschillende belastingtarieven naargelang het productieprocedé van in binnenland geproduceerde elektriciteit – eenvormig tarief voor ingevoerde elektriciteit), Jur. 1998, p. I-1777, r.o. 34. HvJ EG 22 februari 2001, nr. C-393/98, Ministério Público en António Gomes Valente vs. Fazenda Pública (Portugese bijzondere belasting op motorvoertuigen), Jur. 2001, p. I-01327, r.o. 21. HvJ EG 17 juni 1998, nr. C-68/96, Grundig Italiana SpA vs. Ministero delle Finanze, Jur. 1998, p. I-3775, r.o. 12. HvJ EG 23 oktober 1997, nr. C-375/95, EC vs. Griekenland, Jur. 1997, p. I-5981, r.o. 20 en 29. HvJ EG 17 februari 1976, nr. 45/75, Rewe Zentrale des Lebensmittel Grosshandels GmbH vs. Hauptzollamt Landau/Pfalz, Jur. 1976, p. 181, r.o. 15. HvJ EG 12 mei 1992, nr. 327/90, EC vs. Griekenland (invoer van motorvoertuigen – verschillende belastinggrondslag), Jur. 1992, p. I-3033, r.o. 12. HvJ EG 15 maart 2001, nr. C-265/99, EC vs. Frankrijk, Jur. 2000, p. I-2305, r.o. 49.
HvJ EG 11 december 1990, nr. C-47/88, EC vs. Denemarken, Jur. 1990, p. I-4509, r.o. 18. HvJ EG 12 mei 1992, nr. C-327/90, EC vs. Griekenland (invoer van motorvoertuigen – verschillende belastinggrondslag), Jur. 1992, p. I-3033, r.o. 11.
HvJ EG 3 maart 1988, nr. 252/86, Gabriel Bergandi vs. Directeur Général des Impôts (Direction des Services Fiscaux de La Manche) (ontmoediging gebruik speelautomaten), Jur. 1988, p. 1343. HvJ EG 11 juli 1989, nr. 323/87, EC vs. Italië (belastingregeling rum), Jur. 1989, p. 2275. HvJ EG 27 februari 1980, nr. 168/78, EC vs. Frankrijk (belastingregeling voor gedistilleerd), Jur. 1980, p. 347.
HvJ EG 10 maart 1992, nrs. C-38/90 en C-151/90, Strafzaken tegen Thomas Edward Lomas en anderen, r.o. 17-18. HvJ EG 23 april 2002, nr. C-234/99, Niels Nygård vs. Svineafgiftsfonden, in tegenwoordigheid van Ministeriet for Fødevarer, Landbrug og Fiskeri (nationale varkensbelasting), Jur. 2002 p. I-3657, r.o. 41. HvJ EG 2 augustus 1993, nr. C-266/91, Celulose Beira Industrial (CELBI) SA vs. Fazenda Pública, Jur. 1993, p. I-4337, r.o. 14.
HvJ EG 29 juni 1978, nr. 142/77, Statens Kontrol med Edle Metaller Flemming Kjerulff vs. Preben Larsen Statens Kontrol med Edle Metaller, Jur. 1978, p. 1543, r.o. 27.
HvJ EG 2 augustus 1993, nr. C-266/91, Celulose Beira Industrial (CELBI) SA vs. Fazenda Pública, Jur. 1993, p. I-4337, r.o. 14.
Conclusie A-G Mischo voor HvJ EG 11 december 1990, nr. C-47/88, EC vs. Denemarken, Jur. 1990, p. I-4509, r.o. 15-19.
HvJ EG 5 oktober 2006, nrs. C-290/05 en C-333/05, Ákos Nádasdi (C-290/05) en Ilona Németh (C-333/05) vs. Vám- és Pénzügyőrség Dél-Alföldi Regionális Parancsnoksága (autoregistratiebelasting naar motortype, cilinderinhoud en milieucategorie), Jur. 2006, p. I-10115, r.o. 46. HvJ EG 29 april 2004, nr. C-387/01, Harald Weigel en Ingrid Weigel vs. Finanzlandesdirektion für Vorarlberg, Jur. 2004, p. I-04981, r.o. 66 en de aldaar aangehaalde rechtspraak.
Zie bijvoorbeeld: HvJ EG 23 april 2002, nr. C-234/99, Niels Nygård vs. Svineafgiftsfonden, in tegenwoordigheid van Ministeriet for Fødevarer, Landbrug og Fiskeri (nationale varkensbelasting), Jur. 2002 p. I-3657.
HvJ EG 18 december 1997, nr. C-284/96, Didier Tabouillot vs. Directeur des services fiscaux de Meurthe-et-Moselle, Jur. 1997, p. I-7471, r.o. 23. HvJ EG 17 juli 1997, nrs. C-114/95 en C-115/95, Texaco A/S vs. Middelfart Havn, Århus Havn, Struer Havn, Ålborg Havn, Fredericia Havn, Nørre Sundby Havn, Hobro Havn, Randers Havn, Åbenrå Havn, Esbjerg Havn, Skagen Havn en Thyborøn Havn en Olieselskabet Danmark amba vs. Trafikministeriet, Fredericia Kommune, Køge Havn, Odense Havnevæsen, Holstebro-Struer Havn, Vejle Havn, Åbenrå Havn, Ålborg Havnevæsen, Århus Havnevæsen, Frederikshavn Havn, Esbjerg Havn, Jur. 1997, p. I-4263, r.o. 35. HvJ EG 13 juli 1994, nr. C-130/92, Oto SpA vs. Ministero delle Finanze, Jur. 1997, p. I-3281, r.o. 18. HvJ EG 17 juli 1997, nr. C-90/94, Haahr Petroleum Ltd vs. Åbenrå Havn, Ålborg Havn, Horsens Havn, Kastrup Havn NKE A/S, Næstved Havn, Odense Havn, Struer Havn en Vejle Havn, in aanwezigheid van: Trafikministeriet (taxes portuaires sur les navires et sur les marchandises), Jur. 1997, p. I-4085, r.o. 26.
Art. 133 EG.
HvJ EG 13 juli 1994, nr. C-130/92, Oto SpA vs. Ministero delle Finanze, Jur. 1994, p. I-3281, r.o. 20.
Het fiscaal discriminatieverbod omvat het fundamentele algemene beginsel van het vrije verkeer van goederen binnen de interne markt van de Gemeenschap.1 Mutatis mutandis geldt hetzelfde voor het mondiaal werkende fiscaal discriminatieverbod in WTO-verband. Met het fiscaal discriminatieverbod wordt volstrekte externe neutraliteit van de heffing van binnenlandse belastingen nagestreefd.2 Het beoogt het vrije verkeer van goederen tussen de lidstaten onder normale concurrentieverhoudingen te waarborgen door elke vorm van rechtstreekse of zijdelingse bescherming uit te sluiten die het gevolg kan zijn van de toepassing van binnenlandse belastingen die onderscheid maken tussen binnenlands geproduceerde goederen en goederen uit andere lidstaten3 en daardoor de neutraliteit te waarborgen van de binnenlandse belastingen ten faveure van de vrije mededinging binnen de interne markt4 dan wel het liberaliseringsproces van de wereldhandel (WTO-verband) te waarborgen.5
Het fiscaal discriminatieverbod heeft tot doel (1) het vrije verkeer van goederen tussen de lidstaten onder normale mededingingsvoorwaarden te verzekeren door de afschaffing van elke vorm van bescherming die het gevolg kan zijn van de toepassing van binnenlandse belastingen die discriminerend zijn ten opzichte van goederen uit andere lidstaten, en (2) de volstrekte neutraliteit van binnenlandse belastingen te waarborgen ten aanzien van de mededinging tussen producten die zich reeds op de binnenlandse markt bevinden en producten afkomstig uit andere lidstaten te waarborgen.6 Het fiscaal discriminatieverbod verbiedt discriminerende en protectionistische belastingen op goederen.
Vele malen heeft het HvJ EG vastgesteld, dat het fiscaal discriminatieverbod wordt geschonden, wanneer de belasting op goederen uit andere lidstaten en die op gelijksoortige binnenlandse goederen op verschillende wijze en volgens verschillende modaliteiten worden berekend, zoals in het Siilin-arrest (2002) wanneer alleen bij het binnengebrachte product waarderingsfactoren in aanmerking worden genomen die de waarde ervan ten opzichte van het overeenkomstige nationale product kunnen vergroten, waardoor de binnengebrachte goederen, al is het maar in enkele gevallen, zwaarder worden belast.7 Niet alleen moet daarbij volgens het HvJ EG in het Deense gebruikte auto’s-arrest (1990) worden gelet op het tarief van de belasting dat al dan niet rechtstreeks op nationale en binnengebrachte goederen drukt, maar ook op de belastinggrondslag en de overige heffingsmodaliteiten van de betrokken belastingregeling.8 Zodoende waarborgt het fiscaal discriminatieverbod de neutraliteit van binnenlandse belastingen ten aanzien van de mededinging tussen binnenlands voortgebrachte en binnengebrachte goederen9 en tussen binnenlandse goederen die naar andere lidstaten worden overgebracht en goederen waarmee die binnenlandse goederen op de markten van andere lidstaten in concurrentie treden.10
De artikelen 90-91 EG, gelezen in samenhang met de andere EG-verdragsbepalingen betreffende belastingen, moet volgens het HvJ EG in het arrest-Flemming Kjerulff (1978) aldus worden verstaan, dat het ook elke fiscale discriminatie verbiedt van goederen die binnen de Gemeenschap naar andere lidstaten worden overgebracht.11 Ook al is een belastingregeling zonder onderscheid naar herkomst van toepassing, toch moet die als een schending van het discriminatieverbod worden aangemerkt, wanneer vooral belaste binnenlandse producten die op de binnenlandse markt worden verwerkt of verhandeld, profiteren van de voordelen die de bestemming van de opbrengst van de belasting met zich brengt, doordat zij de op deze producten drukkende last gedeeltelijk compenseren en aldus uitgevoerde binnenlandse producten benadelen.12 Het fiscaal discriminatieverbod is echter niet bedoeld om een optimalisering van het goederenverkeer te bewerkstelligen.13 Optimalisering van het intracommunautaire handelsverkeer is nog niet mogelijk binnen de tot dusverre beperkt tot stand gebrachte harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten op dit gebied. Het staat de lidstaten op vele fiscale gebieden nog steeds vrij om autonoom belastingregelingen in het leven te roepen en te handhaven. Het is niet in strijd met het fiscaal discriminatieverbod dat (1) de ene lidstaat ten aanzien van dezelfde goederen zwaardere maatregelen treft, dat (2) een lidstaat uit andere lidstaten ingevoerde goederen ten opzichte van binnenlands vervaardigde goederen minder zwaar belast, en dat (3) er nog intracommunautair dubbele belasting optreedt, doordat lidstaten op dezelfde goederen, zoals op auto’s14 en varkens15, eigen nationale belastingen heffen zonder dat die belasting wordt teruggegeven bij het brengen van die goederen naar andere lidstaten.
Het fiscaal discriminatieverbod is van toepassing op uit andere lidstaten afkomstige goederen en, in voorkomend geval, op goederen uit van oorsprong derde landen die zich in de lidstaten in het vrije verkeer bevinden. Het fiscaal discriminatieverbod is niet van toepassing op rechtstreeks uit derde landen ingevoerde goederen.16 Met betrekking tot binnenlandse belastingen en het handelsverkeer met derde landen bevatten de regels in het EG-verdrag voor de gemeenschappelijke handelspolitiek niet een soortgelijke bepaling als het fiscaal discriminatieverbod.17 Deze regels, die de Gemeenschap de bevoegdheid verschaffen om alle passende maatregelen op het gebied van de gemeenschappelijke handelspolitiek te treffen, stellen het zonder norm waaraan nationale belastingregelingen kunnen worden getoetst.18