Einde inhoudsopgave
De positie van aandeelhouders bij preventieve herstructureringen (VDHI nr. 163) 2020/2.5.4.1
2.5.4.1 Recht om voorzieningen te verzoeken
mr. S.C.E.F. Moulen Janssen, datum 02-02-2020
- Datum
02-02-2020
- Auteur
mr. S.C.E.F. Moulen Janssen
- JCDI
JCDI:ADS197861:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Art. 2:346 lid 1 sub b en sub c BW jo. art. 2:345 lid 1 BW. De aandeelhouder dient van tevoren zijn bezwaren hieromtrent kenbaar gemaakt te hebben aan het bestuur en de raad van commissarissen, zie art. 2:349 lid 1 BW.
HR 10 januari 1990, ECLI:NL:HR:1990:AC1234, NJ 1990/466 (OGEM). Zie Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II* 2009, hfst. 13 voor een uitgebreid overzicht van de procedure.
Art. 2:349a lid 2 en lid 3 BW jo. art. 2:356 BW. De aandeelhouder die aan de genoemde vereisten voldoet, maar niet de enquêteprocedure heeft verzocht, mag tevens voorzieningen verzoeken, zie art. 2:355 lid 1 en lid 3 BW jo. art. 2:349a BW.
Onmiddellijke voorzieningen mogen wel tot onomkeerbare gevolgen leiden, zie HR 19 oktober 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD5138, JOR 2002/5 (Skygate).
Zie art. 2:356 BW.
Zie bijv. Kemp 2015 over de voor- en nadelen van de voorzieningenrechter of de Ondernemingskamer.
Zivilprozeβordnung, hfst. 8 en Civil procedure rules - rules and direction part 25. Zie uitgebreid Koschinka & Leanze 2015 over voorlopige voorzieningen in Engeland en Duitsland.
S.994 e.v. CA 2006. Zie uitgebreid Davies & Worthington 2016, hfst. 20 en Mayson, French & Ryan 2016, par. 18.6.
S.994 lid 1 CA 2006.
S.996 lid 1 CA 2006.
Het enquêterecht in Nederland is uniek. Een of meer aandeelhouders die alleen of tezamen aan bepaalde vereisten voldoen, kunnen een verzoek indienen bij de Ondernemingskamer tot onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van een rechtspersoon.1 De doeleinden van het enquêterecht zijn onder meer het herstel van de gezonde verhoudingen binnen de onderneming, opening van zaken en vaststelling van de verantwoordelijke(n) van mogelijk wanbeleid. 2 Een aandeelhouder mag gedurende de procedure om onmiddellijke voorzieningen vragen en, indien van wanbeleid is gebleken, om definitieve voorzieningen.3 De rechter mag iedere onmiddellijke voorziening opleggen, zolang deze tijdelijk van aard is.4 Dit in tegenstelling tot de definitieve voorzieningen die limitatief in de wet zijn opgenomen.5 Een onmiddellijke voorziening zoals schorsing van bestuurders (die een preventieve herstructurering willen realiseren) is met name een mogelijkheid voor aandeelhouders om het beleid van de vennootschap te beïnvloeden en een preventieve herstructurering te frustreren. Zie hierover verder paragraaf 6.5.11.4 onder e. Anderzijds worden voorlopige voorzieningen, maar dan op verzoek van de vennootschap, thans in Nederland soms gebruikt voor het realiseren van een preventieve herstructurering (zie par. 6.2 over noodzaakfinanciering).
Aandeelhouders kunnen in plaats van bij de Ondernemingskamer ook bij de voorzieningenrechter verzoeken om voorlopige voorzieningen.6 Dit is ook mogelijk in Duitsland en Engeland (einstweilige oder vorläufige Verfügungen en preliminary injunctions).7 Daarnaast kunnen aandeelhouders in Engeland ook kiezen voor de procedure van unfair prejudice wanneer zij door de vennootschap zijn benadeeld.8 Een aandeelhouder kan de rechter verzoeken om remedies, zoals schorsing van bestuurders, wanneer een van de volgende twee gronden zich voordoet:
“(a) that the company’s affairs are being or have been conducted in a manner that is unfairly prejudicial to the interests of members generally or of some part of its members (including at least himself), or
(b) that an actual or proposed act or omission of the company (including an act or omission on its behalf) is or would be so prejudicial.”9
De Engelse rechter heeft een ruime discretionaire bevoegdheid voor het geven van remedies.10