Einde inhoudsopgave
De positie van aandeelhouders bij preventieve herstructureringen (VDHI nr. 163) 2020/2.5.4.3
2.5.4.3 Recht om vernietiging besluiten te vorderen
mr. S.C.E.F. Moulen Janssen, datum 02-02-2020
- Datum
02-02-2020
- Auteur
mr. S.C.E.F. Moulen Janssen
- JCDI
JCDI:ADS197730:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie voor een discussie naar Nederlands recht over de vernietiging van een emissiebesluit en de vraag of ook de emissie zelf ongeldig is: Asser/Van Olffen & Rensen 2-IIa 2019/355.
Zie par. 5.4.9 en par. 6.5.11.4.
Zie voor Nederland: art. 2:15 BW. De Nederlandse wet spreekt van belanghebbenden die mogen verzoeken om vernietiging: aandeelhouders zullen doorgaans een redelijk belang hebben ‘bij de naleving van de verplichting die niet is nagekomen’, zie lid 3 sub a. In Duitsland staat deze bevoegdheid niet in het GmbHG, maar wordt deze analoog aan het AktG (§245 AktG jo. §243 AktG) aangenomen voor de GmbH. Zie o.a. Müller 2006, p. 48 en Henssler/Strohn GesR/Drescher 2019, AktG § 245 Rn. 19-23. Zie par. 2.7.1 en par. 2.7.3 over de redelijkheid en billijkheid en de Treuepflicht.
Aandeelhouders staan de unfair prejudice remedies ter beschikking.
Aandeelhouders kunnen om vernietiging van besluiten van vennootschapsorganen verzoeken, waardoor het besluit met terugwerkende kracht geen rechtsgevolg meer heeft. Dit kunnen besluiten zijn die in het kader van een preventieve herstructurering zijn genomen, zoals een besluit tot aandelenemissie.1 Vernietiging zal echter niet vaak voorkomen omdat het wel moet gaan om onregelmatige besluiten, oftewel er moet een grond voor vernietiging bestaan. Onder de WHOA en de Duitse akkoordprocedure zijn bepaalde besluiten van de algemene vergadering, zoals een besluit tot aandelenemissie, voor de uitvoering van een akkoord niet vereist.2 Een vernietiging van besluiten is dan ook niet aan de orde.
Duitsland en Nederland kennen een vrijwel gelijkluidende bepaling over de vernietiging van besluiten: aandeelhouders mogen vernietiging van besluiten vorderen wanneer, kort gezegd, een besluit in strijd is met de wet, de statuten of de redelijkheid en billijkheid (Treuepflicht).3 In Engeland bestaat geen afzonderlijke vordering tot ongeldigverklaring van een besluit door aandeelhouders.4