Einde inhoudsopgave
Aansprakelijkheid van de bedrijfsmatige gebruiker (R&P nr. CA18) 2018/7.3
7.3 Opvattingen in de literatuur en rechtspraak
mr. A. Kolder, datum 16-03-2018
- Datum
16-03-2018
- Auteur
mr. A. Kolder
- JCDI
JCDI:ADS296748:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Voetnoten
Voetnoten
Asser/Hartkamp 4-III 1990/184; Klaassen 1991, p. 90; Sterk 1994, p. 264.
Zo geeft Sterk 1994, p. 264 het voorbeeld van een computer van een derde, die op de administratieve afdeling van een productiebedrijf wordt gebruikt. Wessels 1989, p. 56-58 en Schoonbrood-Wessels 1991, p. 793-798 discussiëren over het gebruik van een zaak in concernverband en vragen zich af of meerdere vennootschappen tegelijkertijd als bedrijfsmatige gebruiker ex art. 6:181 aangemerkt kunnen worden.
Rb. Amsterdam 16 mei 2007, JA 2007/107, m.nt. Kolder (Valraam ziekenhuis).
HR 26 november 2010, NJ 2010/ 636 (DB/Edco); Rb. Utrecht 16 januari 2008, JA 2008/38 (Ontbreken traptrede).
Rb. Breda 19 december 2007, ECLI:NL:RBBRE:2007:BC8144 (Trailer).
Rb. Amsterdam 23 juni 2011, JA 2011/184 (Toegangspoort); Rb. Rotterdam 13 oktober 2010,ECLI:NL:RBROT:2010:BO3418 (Loopplank).
Hof Den Bosch 20 januari 2004, VR 2004/147 (Ugurludogan/Manege Vlakwater); Hof Arnhem 11 mei 2004, NJ 2004/664 (Reitsma/Van der Kam).
Hof Arnhem 6 januari 2004, NJF 2004/285 (Paard Muchet); Rb. Maastricht 22 januari 2003,ECLI:NL:RBMAA:2003:AF3869 en 12 november 2003, ECLI:NL:RBMAA:2003:AN8406 (A/M.A. S.H.).
Zie voor roerende zaken Rb. Utrecht 17 september 2008, JA 2008/161 (Prorail BV/Railion), over het vervoer van een onbeladen ertswagon. Zie voor dieren Rb. Breda 16 januari 2008, ECLI:NL: RBBRE:2008:BC2035 (Pina Colada), over een paard dat werd gestald in een paardenpension. Zie ook Hof Leeuwarden 19 december 2001, rolnr. 96/00368 (niet gepubl.) (Dierenambulance), over een hond waarover een medewerker van de dierenambulance zich had ontfermd. Voor wat betreft opstallen kan in dit verband worden gewezen op Hof Amsterdam 26 oktober 2006, ECLI:NL:GHAMS:2006: AZ6089 (Allianz/SFB Diensten), over het beheren van een wooncomplex. Overigens, al zou het beheren van een opstal wél ‘gebruik’ ex art. 6:181 kunnen opleveren, dan is de aansprakelijkheid van de beheerder gezien de voor opstallen geldende tenzij-clausule in art. 6:181 lid 1 nog altijd niet zonder meer gegeven. Zie voor een uitwerking hiervan par. 7.6.5 e.v.
In de literatuur over art. 6:181 werd van meet af aan aangenomen dat zijn gebruiksbegrip een ruime uitleg toekomt en méér omvat dan alleen het aanwenden van zaken als ‘productiemiddel’. Het enkele bewaren of vervoeren van zaken werd daarentegen niet als ‘gebruik’ in de zin van art. 6:181 aangemerkt. In de eerste wetenschappelijke beschouwingen werd vooral verwezen naar de – niet altijd in helderheid uitblinkende – wetsgeschiedenis.1 Waar de grenzen in de doctrine wel eigenstandig werden verkend, geschiedde dat voornamelijk aan de hand van zelfbedachte voorbeelden van concreet omschreven activiteiten.2 Een definitieve beantwoording van dergelijke casus bleef echter niet zelden achterwege vanwege beschreven onzekerheden over het gebruiksbegrip van art. 6:181.
In veel feitenrechtspraak waarin toepassing aan art. 6:181 werd gegeven, was sprake van het sprekende geval van het zich als ‘productiemiddel’ bedienen van de in art. 6:173, 174 en 179 bedoelde zaken. Het betrof het in de uitoefening van een bedrijf gebruikmaken van bedrijfsterreinen3 en bedrijfsgebouwen,4 machines, werktuigen5 en andere hulpzaken.6 Ten aanzien van dieren ging het veelvuldig om gevallen waarin paarden werden gebruikt voor het geven van paardrijlessen.7 Ook het ‘beleren’ van een paard werd in de feitenrechtspraak reeds als ‘gebruik’ in de zin van art. 6:181 aangemerkt.8 Het enkele bewaren en vervoeren van de in art. 6:173, 174 en 179 bedoelde zaken werd evenwel niet geacht ‘gebruik’ als bedoeld in art. 6:181 op te leveren.9
7.3.1 Het Loretta-arrest7.3.2 Breuk met het verleden7.3.3 De ontvangst van het Loretta-arrest