Groepsregime, jaarrekening en 403-aansprakelijkheid
Einde inhoudsopgave
Groepsregime, jaarrekening en 403-aansprakelijkheid (IVOR nr. 116) 2019/7.4.1:7.4.1 EU richtlijn jaarrekeningen
Groepsregime, jaarrekening en 403-aansprakelijkheid (IVOR nr. 116) 2019/7.4.1
7.4.1 EU richtlijn jaarrekeningen
Documentgegevens:
mr. drs. E.C.A. Nass, datum 01-08-2019
- Datum
01-08-2019
- Auteur
mr. drs. E.C.A. Nass
- JCDI
JCDI:ADS85648:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de unitaire regeling komt beëindiging van de garantstelling voor de aangegane verplichtingen bij verbreking van de moeder-/dochterband niet aan de orde. De gestelde garantie betreft alle aangegane verplichtingen van de dochteronderneming. Zou na het jaar waarover van de vrijstelling gebruik wordt gemaakt, de moeder-/dochterband tussen de moederonderneming en de dochteronderneming worden verbroken, dan zal voor dat jaar geen gebruik van de vrijstelling kunnen worden gemaakt. De door deze moederonderneming gestelde garantie zou in mijn opvatting moeten doorlopen voor alle door de voormalige dochteronderneming aangegane verplichtingen tot het tijdstip dat over dat jaar hetzij een jaarrekening wordt openbaar gemaakt hetzij opnieuw van de vrijstelling gebruik wordt gemaakt doordat zij tot de groep van een andere moederonderneming is toegetreden en de voorwaarden van die vrijstelling in het nieuwe moeder-/dochterverband zijn vervuld. Voor de op dat moment niet- afgewikkelde verplichtingen voorziet de richtlijn niet in een voor de lidstaten te treffen beëindigingsregeling. Omdat in de richtlijn de aard van de garantstelling niet is omschreven, acht ik het niet in strijd met de richtlijn als een lidstaat een dergelijke regeling in zijn wetgeving opneemt mits aan de gegarandeerden in plaats van de garantstelling gelijkwaardige waarborgen worden geboden.