Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/5.12.1.4
5.12.1.4 Dekker: staatsinrichting in basisvorming onderbelicht
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977150:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Dekker SLO 2001 en NRC 7 februari 2001.
Dekker 2001.
Ibid., 2001.
Ibid., 2001.
B. Tromp, ´Kennis van zaken´, Elsevier, 10 januari 2004, p. 67. Hij ziet dat ‘onderwijs over onze staatkundige inrichting door ‘het veld’ beschouwd wordt als verbanning naar Siberië. Dit interesseert scholieren het minst van alles. Aan de ene kant woedt een debat over inburgeringseisen voor immigranten en aan de andere kant wordt het gewoon gevonden dat steeds meer Nederlanders geen benul hebben van hun geschiedenis en inrichting van de democratie. Dit is geen louter Nederlands verschijnsel’.
Onderwijs in burgerrechten en -plichten schiet te kort
Het rapport-De Rooy werd breed ontvangen, maar de politicologen Dekker en Tromp plaatsen kritische kanttekeningen bij de positie van staatsinrichting in het vak geschiedenis en maatschappijleer. Uit het artikel Het vak ‘Geschiedenis en Staatsinrichting’ biedt de jongeren geen staatsinrichting meer blijkt dat vooral Dekker, lid van de subcommissie, staatsinrichting onderbelicht vindt in het rapport.1 ‘Staatsinrichting kan geen volwaardige positie verwerven, waardoor het onderwijs in burgerrechten en -plichten schromelijk tekort blijft schieten’, stelt Dekker. Hij ziet scholen goed in staat om de politieke kennis aan scholieren bij te brengen en daarom is het vak geschiedenis en staatsinrichting in de basisvorming zo cruciaal en onvoldoende geregeld bij de voorbereiding van leerlingen op burgerschap, nu de voorstellen in het rapport voorzien in 15 jaarlijkse uren staatsinrichting (en 10 uur sociale zorg in de basis-plus-variant). ‘Er is zo zeker geen garantie dat leerlingen in de basisvorming de hoognodige elementaire kennis van de staat en politiek verkrijgen’, stelt Dekker.2
Weeffout in positionering van staatsinrichting
Al met al ziet Dekker de tekortkomingen in de positie en het curriculum van staatsinrichting als een weeffout in de voorstellen die ervan uitgaan dat het voorstel voor geschiedenis en maatschappijleer aansluit op de elementaire kennis van staatsinrichting in de basisvorming. Maar dat is naar zijn stellige overtuiging niet het geval. Bovendien oefent hij kritiek op geschiedenis als profielvak in de maatschappelijke profielen, zonder de combinatie met staatsinrichting. Hij noemt de vaknaam geschiedenis en staatsinrichting zo verhullend, dat staatsinrichting er beter uit gehaald kan worden.
Dekker: vak politiek en maatschappij in plaats van staatsinrichting
Dekker wil staatsinrichting als institutiekunde schrappen en het vak politiek en maatschappij invoeren, wat bevorderlijker is voor de politieke belangstelling. Als de wetgever dit voorstel niet overneemt, dient het beoogd in te voeren vak geschiedenis en maatschappijleer meer uren te krijgen voor een introductie in de staatsinrichting.3 Verder dient maatschappijleer verplicht te blijven voor de politieke en maatschappelijke vorming. ‘Politici die iets willen doen tegen verdere daling van de opkomst bij de verkiezingen onder jongeren moeten condities scheppen voor adequater onderwijs’, stelt Dekker.4 In dezelfde trant laat commissielid Tromp zich uit over de voorstellen van De Rooy.5 De kern van Dekkers betoog betrek ik in zoverre in par. 12.8, waarin ik het hiaat in de onderbouw in de longitudinale burgerschapsvorming blootleg. Overigens komt de stelling van Dekker over de ondermaatse positie van het vak staatsinrichting in de voorstellen-De Rooy in par. 6.12.3 aan bod.