Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/5.12.1.0
5.12.1.0 Introductie
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977421:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Verleden, heden en toekomst, Enschede: SLO 2001, p. 20; zie: ´Verlichting wordt op school ‘pruikentijd’. Op naar de tastbare geschiedenis´, NRC 22 februari 2001, M.C.R. Grever, ´Geschiedenis moet weer verplicht vak worden (‘Het vak geschiedenis moet niet in een antiquarische hoek terechtkomen’)´, NRC 22 februari 2001; ´Voorstel nieuwe inrichting van het vak geschiedenis´ en ´Ik ben wakker gekust door maatschappijleer’, Trouw 23 februari 2001.
Vgl. H. Blom & P. de Rooy, ´Geschiedenis moet verplicht blijven´, NRC 16 januari 2003 en B. Bommeljé, ´Historisch besef is onzin´, NRC 20 januari 2003.
Verleden, heden en toekomst 2001, p. 14 e.v. Concentrisch staat tegenover lineair.
Ibid., p. 25.
H. Dekker, Het vak ‘Geschiedenis en Staatsinrichting’ biedt jongeren geen staatsinrichting meer, SLO Enschede 2001 en ´Tijd van pruiken en tijd van ridders? Prima!´, NRC 23 februari 2001. Dekker is lid van de subcommissie geschiedenis en maatschappijleer.
M.C.R. Grever, NRC 22 februari 2001.
Ibid., p. 38.
De Rooy: geschiedenis en staatsinrichting leren met concentrische methode
Begin 2001 is het rapport Verleden, heden en toekomst van de commissie-De Rooy verschenen (Bijlage XVIe).1 De kernopdracht aan historicus De Rooy bestaat uit het adviseren over de indeling van het geschiedenisonderwijs in tien tijdvakken’ met tien logo's, longitudinaal van basisschool tot eind vwo en de ontwikkeling van geprogrammeerd geschiedenisonderwijs.2 De commissie ziet historisch besef als de eerste doelstelling van het geschiedenisonderwijs, wat ze wil bereiken door het verschil tussen historisch en chronologisch besef te onderwijzen. Voor de vorming van de historisch-maatschappelijke beelden is een chronologisch kader voorwaarde.3 ‘De concentrische methode voldoet ruimschoots voor het longitudinaal geschiedenisonderwijs’.4 Daarnaast is het leren van benaderingswijzen, vaardigheden en orientatiekennis verplicht.5
Dekker en Tromp: advies staatsinrichting onderbouw onder de maat
Bij de presentatie van het advies maken de commissieleden Dekker en Tromp kenbaar zich niet te kunnen vinden in het advies over staatsinrichting ‘omdat het beduidend onder de maat is. De commissie gaat er te eenvoudig vanuit dat er in de basisvorming behoorlijke aandacht is voor staatsinrichting, maar dat blijkt dan toch vies tegen te vallen’, stelt Dekker.6 Vooral de tijd is onvoldoende om in te leiden in de beginselen van de democratische rechtsstaat en ‘[…] staatsinrichting dient uit de vaknaam geschiedenis en staatsinrichting geschrapt te worden’. In par. 5.12.1.4 ga ik in op Dekkers oppositie.
Reacties VGN-voorzitter Grever en kamerlid Barth: democratie leren
VGN-voorzitter Grever laat als reactie op het rapport-De Rooy weten, veel te zien in de voorstellen. Zij noemt het behartenswaardig, maar ook creatief giswerk.7 Bovendien is veel al praktijk. Staatsinrichting is bij maatschappelijke verhoudingen vastgelegd (artikel 9 lid 2 onder d Wpo en 13 lid 3 onder d Wec) en niet bij geschiedenis (artikel 9 lid 2 onder b Wpo en 13 lid 3 onder b Wec). De commissie adviseert dus niet over staatsinrichting, maar beveelt een gerichte afstemming aan met geschiedenis.8 Kamerlid Barth (PvdA) geeft in een motie in 2001 over de versterking van elkaars kennis van cultuur, achter grond en beginselen van de parlementaire democratie, een aanzet tot het vastleggen van staatsburgerlijke vorming. Scholen vervullen een onmiskenbare rol in de democratische opvoeding, waardenoverdracht en sociale cohesie.9