Voorlichting door de Belastingdienst in rechtsstatelijke context
Einde inhoudsopgave
Voorlichting door de Belastingdienst in rechtsstatelijke context (FM nr. 177) 2022/7.5.7:7.5.7 Casuspositie 7: Revisierente (BNB 2022/10)
Voorlichting door de Belastingdienst in rechtsstatelijke context (FM nr. 177) 2022/7.5.7
7.5.7 Casuspositie 7: Revisierente (BNB 2022/10)
Documentgegevens:
Mr. dr. T.A. Cramwinckel, datum 29-07-2022
- Datum
29-07-2022
- Auteur
Mr. dr. T.A. Cramwinckel
- JCDI
JCDI:ADS661504:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Organisatie Belastingdienst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Daarbij zij opmerkt dat de burger zich enkel vanwege de herziening van de Hoge Raad van zijn uitleg van het dispositievereiste in het arrest van BNB 2022/10 met succes kon beroepen op het vertrouwensbeginsel.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Bij toepassing van het afwegingskader op de casus van de burger die zijn lijfrenteverzekering voortijdig afkoopt en met revisierente wordt geconfronteerd, ontstaat een eenduidig beeld.
De burger gaat te goeder trouw af op de informatie op de website. Uit die informatie volgt helder dat geen revisierente is verschuldigd bij afkoop als een lijfrenteverzekering is afgesloten voor 16 oktober 1990, zoals in het geval van de betrokken burger. Hij maakt op basis van de tekst van de Website de enige logische, dus een juiste, interpretatie van het fiscale gevolg (stap I). De informatie blijkt achteraf onjuist, maar er was geen aanwijzing voor de burger om de waarschijnlijkheid van zijn interpretatie in twijfel te trekken. De tekst was helder en niet voor meerderlei uitleg vatbaar, de informatie noemde precies en concreet in welke situaties geen revisierente is verschuldigd, suggereerde een volledige opsomming en bevatte overigens geen voorbehoud. Kortom, de verwachting die bij de burger was gewekt op basis van de Website was zonder meer redelijk (stap I).
Aan de redelijke verwachtingen moeten rechtsgevolgen worden verbonden (stap II). Op basis van de informatie had de burger de lijfrenteverzekering voortijdig afgekocht en wordt hij nu met nadeel in de vorm van revisierente geconfronteerd. Hij heeft een zwaarwegend belang bij nakoming van het bij hem gewekte vertrouwen. Uitgaande van de huidige benadering dient de toepassing van het vertrouwensbeginsel mee te brengen dat geen revisierente wordt berekend, conform de gewekte verwachtingen. Bijzonder is dat daarmee in dit geval ook het nadeel in de vorm van revisierente wordt gecompenseerd.
Kortom, in deze casus brengt toepassing van het afwegingskader eenzelfde uitkomst mee als onder de huidige koers. Wel is de weg ernaartoe anders: het dispositievereiste is hier een voldoende en niet noodzakelijke omstandigheid en de burger hoeft niet in drie instanties te procederen om uiteindelijk bescherming van zijn gewekte vertrouwen te krijgen.1