Einde inhoudsopgave
De grenzen van het recht op nakoming (R&P nr. 167) 2008/6.3.7
6.3.7 De beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid
mr. D. Haas, datum 02-12-2008
- Datum
02-12-2008
- Auteur
mr. D. Haas
- JCDI
JCDI:ADS375109:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie par. 6.2.
Een aantal van de in deze paragraaf te bespreken gevallen zouden ook via de weg van de onvoorziene omstandigheden kunnen worden opgelost, vgl. voor het Duitse recht BT-Drucks 14/6040, p. 130.
Smits 1995, p. 85.
Zie par. 4.5.
Spry 2001, p. 198.
Wroth v Tyler [1973] 1 All ER Ch.D. 897.
Zie hiervoor par. 6.3.6.3.
Saillant detail in deze zaak was dat de veroordeling tot schadevergoeding onvermijdelijk het faillissement van de man tot gevolg zou hebben. Dit zou leiden tot de verkoop van het huis door de crediteuren. Ondanks het feit dat de vrouw hiervan op de hoogte was en de rechter haar de mogelijkheid gaf de aantekening in de registers alsnog door te halen, heeft zij hiervan geen gebruik gemaakt.
Patel and another vAli and another [1984] 1 All ER Ch.D. 978.
Patel and another vAli and another [1984] 1 All ER Ch.D. 978, op p. 982. Het is mogelijk dat na verloop van tijd de bezwarendheid van nakoming vervalt. Bijv. Easton v Brown [1981] 3 All ER Ch.D. 278 (kopers hadden jaren gewacht met het ten uitvoer leggen van de veroordeling tot nakoming, omdat de ex-vrouw van de verkoper en zijn negen kinderen niet het verkochte huis konden worden uitgezet. Pas toen de vrouw acht jaar later bereid was het huis te verlaten, werd de veroordeling door de kopers alsnog ten uitvoer gelegd.)
De Moslimgemeenschap in de woonplaats van de vrouw had zich bereid verklaard een groot deel van de schadevergoeding te betalen, zie Patel and another vAli and another [1984] 1 All ER Ch.D. 978, op p. 982.
MounOrd v Scott [1975] 1 All ER CA 198, op p. 200.
HR 26 september 2003, NJ 2004, 21, r.o. 4.4.2(W/W), zie uitgebreid par. 6.2.
Vgl. Müko/Ernst 2007, § 275, nr. 88; en Huber & Faust 2002, hfdst 2, nr. 50.
Zie voor het Engelse recht Jones & Goodhart 1996, p. 65 en 123-124; en Spry 2001, p. 201-203.
HR 20 mei 1994, NJ 1995, 691 m.nt. CJHB. De omwonenden zouden na plaatsing van het kunstwerk uitkijken op de neonletter die de woorden 'De Negende Van Oma' vormden. In zijn noot op het arrest schrijft Bnuumer dat de tekst associaties oproept met de negende (en laatste) symfonie van Beethoven (Alle Menschen werden BrOder), maar ook door de verbinding met 'oma' met het naderende levenseinde. Insiders wisten echter dat de neonletters duidden op het negende uitgevoerde ontwerp van het stedenbouwkundig bureau OMA (Office for Metropolitan Architecture) van Rem Koolhaas. Overigens vond de afwijzing van de vordering tot nakoming niet plaats, omdat de belangen van derden zich daartegen zouden verzetten, maar heeft de Hoge Raad de weg van de uitleg gekozen. Afwijzing van de vordering wegens belangen van derden had m.i. echter meer voor de hand gelegen, zo ook Stolp 2007a, p. 237-238 vtnt. 22.
Stolp 2007, p. 247.
Wel kan ik mij vinden in de redering van Stolp als het gaat om de redelijkheid en billijkheid zoals gehanteerd in Multi Vastgoed. Die norm valt ook onder de 130%-richtlijn.
Zie ook hierna par. 6.3.8.
Het in de voorgaande paragrafen uitgewerkte afwegingssysteem ter beperking van het recht op nakoming is voorgesteld ter vervanging van de open normen die thans het recht op nakoming omsluiten, de relatieve onmogelijkheid, de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid en de Multi Vastgoedtoets. Deze drie normen zijn uitwerkingen van de redelijkheidsgedachte die het overeenkomsten-recht beheerst.1 De 130%-richtlijn kan eveneens worden gezien als een geconcretiseerde uitwerking van de redelijkheid en billijkheid.
Het overgrote gedeelte van de gevallen waarin een schuldeiser nakoming vordert en de schuldenaar stelt dat nakoming in redelijkheid niet van hem kan worden gevergd, zal aan de hand van de 130%-richtlijn en de twee uitzonderingscategorieën kunnen worden afgehandeld. Toch kunnen zich altijd bijzondere omstandigheden voordoen waarbij de toepassing van de ontworpen regel ter beperking van het recht op nakoming tot onredelijke uitkomsten leidt. De beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid kan in die gevallen uitkomst bieden.2 Net als bij elke scherpere norm in het conctractenrecht behoudt de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid ook bij de 130%-richtlijn zijn corrigerende functie om rechtvaardige uitkomsten te creëren voor die gevallen waarin toepassing van de hoofdregel tot onrechtvaardige uitkomsten leidt. In deze lijn schrijft Smits:3
Het ontstaan van (...) nieuwe leerstukken (...) mag nooit [leiden] tot een verminderde betekenis van het algemene begrip der redelijkheid en billijkheid. Een eventuele concretisering is steeds een voorlopige; de algemene norm blijft de overhand houden ter aanvulling van en correctie op eerder bereikte resultaten.
Als er geen sprake is van een inefficiënte niet-nakoming, zal op die grond de 130%-grens niet naar beneden worden bijgesteld. Indien gedwongen nakoming echter ingrijpende gevolgen heeft op het persoonlijk leven van de schuldenaar, zal onverminderde toepassing van de 130%-richtlijn tot onaanvaardbare uitkomsten kunnen leiden. Toepassing van art. 6:248 lid 2 kan in dat geval een veroordeling tot nakoming voorkomen. Voor verbintenissen die strekken tot het verrichten van een (hoogst)persoonlijke prestatie zou in mijn stelsel de betekenis van art. 6:248 lid 2 overigens bijzonder klein zijn, omdat ik daarvoor heb voorgesteld een zelfstandig verweermiddel te creëren.4 Zoals hierna zal worden geïllustreerd en toegelicht, is nakoming naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar, indien nakoming tot onaanvaardbare emotionele spanning leidt in de relationele sfeer of inbreuk maakt op de persoonlijke integriteit van de schuldenaar. Spry schrijft hierover:5
If the hardship suffered by the defendant, if specific performance took place, would be so much greater than the detriment that would be suffered by the plaintiff if he were confined to remedies in damages that it would be oppressive and unjust to grant relief, specific performance is denied. In these regards there must be a balancing of the intererts of the panties; and indeed, the court takes into account other matters as well, such as the manner in which the grant of relief would affect third persons, or any advantages that the plaintiff may have taken of the defendant at the time of entry into the material agreement, in order to determine what course is most just in all circumstances.
De situaties waarin nakoming naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, zijn divers. De hier beschreven voorbeelden hebben dan ook een casuïstisch karakter.
Een voorbeeld waarin de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid doorbreking van de 130%-richtlijn rechtvaardigt, is de Engelse zaak Wroth v Tyler.6 Een verkoper verkocht zijn woonhuis aan een koper. De echtgenote van de verkoper was het daarmee oneens en, zonder haar man daarvan te verwittigen, liet zij een dag na de verkoop in de registers aantekenen dat zij als echtgenote mederechthebbende was van het huis. Kort voor de levering kwam de koper er achter dat de vrouw van de verkoper aan de overdracht van het huis weigerde mee te werken. De verkoper kon zijn vrouw niet vermurwen haar medewerking aan de overdracht te verlenen. De koper vorderde `specific performance'. Hoewel naar Engels recht de rechter de schuldenaar in beginsel kan veroordelen een onroerende zaak te leveren,7 wees de rechter de vordering van de koper af. De rechter overwoog dat een veroordeling tot nakoming de verkoper zou dwingen tegen zijn vrouw te procederen om de aantekening in het register door te halen. De rechter achtte deze procedure onevenredig belastend voor de koper.8
Een ander voorbeeld van is de Engelse zaak Patel v Ali.9 In deze zaak had een jonge vrouw haar huis verkocht dat een maand later zou worden geleverd. Deze datum werd echter niet gehaald als gevolg van een vertraging die onder meer werd veroorzaakt door een beslag op het huis vanwege het faillissement van de echtgenoot van de vrouw. De vertraging duurde ruim vier jaar. Na die tijd vorderde de koper nakoming van de overeenkomst. De omstandigheden van de vrouw waren in die jaren echter drastisch gewijzigd. Bij de vrouw was botkanker geconstateerd en zij moest daardoor een been missen. Haar man was failliet gegaan en werd na het faillissement gevangengenomen. Een tweede kind werd geboren dat zij met haar beenprothese slechts met moeite kon verzorgen. De rechter Goulding J. overwoog:10
Only in extraordinary and persuasive circumstances can hardship supply an excuse for resisting performance of a contract for the sale of immovable properties.
De rechter oordeelde dat van extreme omstandigheden sprake was, onder andere omdat de vrouw afhankelijk was van de religieuze gemeenschap en van haar familie bij wie zij in de buurt woonde.11
Nakoming is overigens weer niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar indien deze omstandigheden in de overeenkomst zijn verdisconteerd. Lord Russell LJ overwoog:12
If the owner of a house contracts with his eyes open (...) it cannot in my view be right to deny specific performance to the purchaser because the vendor then finds it difficult to find a house to buy that suits him and his family on the basis of the amount of money in the proceeds of the sale.
Bij de beoordeling of de nakoming naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid van de schuldenaar kan worden gevergd, speelt ook het gedrag van de schuldeiser een rol. Zo oordeelde de Hoge Raad dat het hof terecht aan een schuldeiser zijn recht op nakoming had ontzegd, omdat hij willens en wetens zijn hoogbejaarde moeder ertoe had gebracht een voor haar nadelige overeenkomst te sluiten.13
Indien de verhindering in de nakoming aan de schuldeiser is te wijten, maar nakoming op zich nog mogelijk is, zal een veroordeling tot nakoming naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid mogelijk onaanvaardbaar zijn.14 Behalve de belangen van de schuldenaar kunnen ook belangen van derden zich tegen een veroordeling tot nakoming verzetten.15 In het arrest De Negende van Oma hadden bewoners van een bejaardenflat belang bij afwijzing van de door een kunstenaar tegen de gemeente ingestelde vordering tot plaatsing van een door hem vervaardigd kunstwerk. De omwonenden ervoeren het kunstwerk als grievend 16
De situatie kan zich voordoen, dat nakoming niet relatief onmogelijk is en het verzuimvereiste dus geldt, maar dat nakoming wel naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Stolp heeft er moeite mee dat de maatstaf van de relatieve onmogelijkheid een andere is dan die van de redelijkheid en billijkheid:17
Wanneer nu evenwel relatieve onmogelijkheid van nakoming minder snel zou kunnen worden aangenomen dan de onaanvaardbaarheid van nakoming gelet op de maatstaven van redelijkheid en billijkheid, dan zou de hoogst merkwaardige situatie kunnen ontstaan dat de schuldeiser gelet op het verzuimvereiste éérst de nakomingsremedie dient uit te oefenen omdat relatieve onmogelijkheid zich niet voordoet, terwijl als hij vervolgens de nakomingsvordering instelt de striktere proportionaliteitstoetsing van de maatstaven van redelijkheid en billijkheid ertoe zou kunnen leiden dat zij (alsnog) wordt afgewezen. Het is kortom van tweeën één: nakoming is disproportioneel of zij is dat niet; voor de invulling en uitkomst van de proportionaliteitstoetsing bij de nakomingsremedie dient het geen verschil uit te maken of zij verricht wordt in het kader van de relatieve onmogelijkheid dan wel op grond van de maatstaven van redelijkheid en billijkheid.
Niet valt echter in te zien waarom de maatstaven van de relatieve onmogelijkheid en de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid geheel samen moeten vallen. Dat er geen sprake is van relatieve onmogelijkheid (geen beroep van de schuldenaar op 130%-richtlijn), staat er mijns inziens niet aan in de weg dat de schuldenaar zich in bijzondere omstandigheden wel met een beroep op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid aan nakoming moet kunnen onttrekken. De beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid komt immers een corrigerende restfunctie toe.18 Indien echter een schuldenaar zich met succes op de relatieve onmogelijkheid beroept, zal de rechter de schuldenaar niet tot nakoming veroordelen en kan de schuldeiser, zonder zich om het verzuim van de schuldenaar te bekommeren, schadevergoeding of ontbinding vorderen.19