Scheiding van zeggenschap en belang in de familiesfeer
Einde inhoudsopgave
Scheiding van zeggenschap en belang in de familiesfeer (FM nr. 162) 2020/15.5.5:15.5.5 Conclusie
Scheiding van zeggenschap en belang in de familiesfeer (FM nr. 162) 2020/15.5.5
15.5.5 Conclusie
Documentgegevens:
Mr. dr. A.E. de Leeuw, datum 29-02-2020
- Datum
29-02-2020
- Auteur
Mr. dr. A.E. de Leeuw
- JCDI
JCDI:ADS232958:1
- Vakgebied(en)
Vermogensbelasting (V)
Schenk- en erfbelasting / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Artikel 17 lid 1 SW schrijft voor dat als een begunstigde aan wie APV-vermogen wordt toegerekend een uitkering ontvangt, hij dit niet uitsluitend “van zichzelf” ontvangt, maar deels geacht wordt een schenking te krijgen van de ander(en) aan wie het APV-vermogen wordt toegerekend. De wetgever meent echter dat in bepaalde omstandigheden uit de wetssystematiek voortvloeit dat een persoon zijn “aandeel” in het APV-vermogen zonder heffing van schenkbelasting uitgekeerd kan krijgen. Ik vind dit beroep op de wetssystematiek niet overtuigend. Daarnaast lijkt het me dat een beroep op de desbetreffende passages uit de parlementaire geschiedenis ook niet succesvol zal zijn. De wetgever heeft deze uitlatingen mijns inziens als medewetgever gedaan, zodat van opgewekt vertrouwen geen sprake kan zijn. Daarnaast is de tekst van artikel 17 lid 1 SW duidelijk, zodat wetshistorische interpretatie met als uitkomst dat geen schenkbelasting verschuldigd is naar mijn mening niet mogelijk is. De interpretatie van artikel 17 SW is door deze uitlatingen in de parlementaire geschiedenis echter wel vertroebeld.
Los daarvan past de door de wetgever voorgestane systematiek niet in het voor de inkomstenbelasting gehanteerde uitgangspunt van gemeenschappelijke “eigendom” van het APV-vermogen. Dit laatste uitgangspunt past echter weer niet volledig in de bedoeling van de APV-regeling, zijnde het zo veel mogelijk nabootsen van de situatie waarin geen inbreng heeft plaatsgevonden. Het resultaat is een innerlijk tegenstrijdig systeem. Mijn voorstel is daarom om nog meer aan te sluiten bij die laatste situatie en een zodanige interpretatie te geven aan de APV-regeling dat het mogelijk is om “aandelen” bij te houden en een uitkering aan een specifiek “aandeel” toe te rekenen, op de wijze zoals hierboven in paragraaf 15.5.1 beschreven.
Vooralsnog geldt echter de veel minder ver gaande interpretatie van de wetgever. Desondanks is het naar mijn mening mogelijk om het APV zo vorm te geven dat een vergelijkbare structuur gecreëerd wordt, door middel van het instellen van sub-APV’s. Dit is besproken in paragraaf 14.4.2.3.3.