Betrouwbaar getuigenbewijs
Einde inhoudsopgave
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/11.6.2:11.6.2 Hermetisch karakter en toetsbaarheid van het proces-verbaal
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/11.6.2
11.6.2 Hermetisch karakter en toetsbaarheid van het proces-verbaal
Documentgegevens:
Mr. Dr. M.J. Dubelaar, datum 01-12-2013
- Datum
01-12-2013
- Auteur
Mr. Dr. M.J. Dubelaar
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Komter 2001, p. 30.
Komter 2011, p. 24 en Malsch, Haket & Nijboer 2008, p. 2581.
Komter 2011, p. 24 en Komter 2001, p. 30. Zie ook Haket 2007, p. 97.
Vgl. Haket 2007, p. 88-89, die wijst op de vermenging die plaatsvindt tussen de inbreng van de verhorende functionaris en de getuige.
Komter 2001, p. 30.
Lamb e.a. 2000, p. 704.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een ander gevolg van het proces van (normatieve) transformatie is dat het proces-verbaal van verhoor een zogenaamd ‘hermetisch karakter’ krijgt.1 Niet alleen kunnen aarzelingen en nuances die de getuige tijdens het verhoor heeft geuit niet altijd in het proces-verbaal worden teruggelezen, ook de inbreng van de verhoorder valt niet of slechts in beperkte mate te achterhalen. 2 Een zakelijke verslaglegging in de vorm van een monoloog biedt nauwelijks inzicht in het proces van totstandkoming. De omzetting van dialoog naar monoloog zorgt ervoor dat de gestelde vragen wegvallen. Uit het procesverbaal kan niet meer worden afgeleid of sturing heeft plaatsgevonden en wie als eerste bepaalde informatie in het verhoor heeft ingebracht of een bepaalde kwalificatie heeft gegeven aan de feiten.3 Doordat het proces-verbaal hierin geen inzicht biedt, kan de gang van zaken tijdens het verhoor niet goed worden gecontroleerd en wordt verhuld welke bijdrage de verhorende functionaris heeft geleverd aan de constructie van de verklaring zoals die is afgelegd en (nadien) op schrift is gesteld.4
Het feit dat een deel van de interactie tijdens het verhoor voor de gebruiker van het proces-verbaal verborgen blijft, heeft consequenties voor de inschatting van de waarheidsgetrouwheid van de tijdens het verhoor afgelegde verklaring. Voor de waardering van de afgelegde verklaring is controle op de totstandkoming van wezenlijk belang. Als vragen niet worden genoteerd, dan heeft de gebruiker van het proces-verbaal geen aanknopingspunten om de totstandkoming van de verklaring op dit punt te toetsen. Indien de verhorende functionaris suggestieve vragen heeft gesteld of bepaalde cruciale informatie zelf in het verhoor heeft ingebracht, dan kan de gebruiker dat niet uit het procesverbaal afleiden.5 Het kan dus zijn dat bepaalde informatie aan de getuige wordt toegeschreven, terwijl die in werkelijkheid van de verbalisant afkomstig is. Buitenlands onderzoek maakt duidelijk dat dit een reëel gevaar is. Al eerder aangehaald onderzoek van Lamb en collega’s naar de schriftelijke verslaglegging van verhoren laat zien dat achteraf minder dan de helft (44%) van details genoemd door de kinderen in het onderzoek werden toegeschreven aan de correcte ondervragingstechniek. Verbalisanten schreven details systematisch toe aan open vragen in plaats van aan gesloten vragen.6 Geconstateerd moet worden dat de toetsing van de geloofwaardigheid van de afgelegde verklaring door de stijl van verbaliseren wordt bemoeilijkt. Dit is extra problematisch, omdat ook de controle ten tijde van de totstandkoming van de verklaring beperkt is, zoals eerder in dit hoofdstuk is beschreven.