Einde inhoudsopgave
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/11.6.1
11.6.1 Duidelijkere narratieve structuur en verwijdering van de oorspronkelijke inhoud
Mr. Dr. M.J. Dubelaar, datum 01-12-2013
- Datum
01-12-2013
- Auteur
Mr. Dr. M.J. Dubelaar
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Voetnoten
Voetnoten
Jönsson & Linell 1991, p. 431.
Haket 2007 p. 97.
De Jong 2008, p. 232.
De Jong 2008, p. 216.
Op het gebied van de narrativiteit bestaat de nodige theorievorming, waarin vanuit verschillende perspectieven worden gekeken naar het verhaal en de betekenisverlening aan feiten daarbinnen. Zie hierover onder meer ’t Hart 1982, p. 81-218, Witteveen 1990, p. 179-203 en De Jong 2008, p. 207-235.
In de thans geldende Aanwijzing opsporing en vervolging inzake seksueel geweld is uitdrukkelijk opgenomen dat in het overzichtsproces-verbaal geen samenvattingen uit verhoren worden vermeld, maar slechts een korte verwijzing naar het betreffende verhoor.
Uit zijn column in Opportuun 2007, p. 18. Zie ook de rapporten van Nationale ombudsman 2006/10 en 2006/346.
Van Kampen 2011, p. 29.
Lamb e.a. 2000, p. 704.
Een voorbeeld betreft de Schiedammer parkmoord, waar uit de evaluatie bleek dat een tweetal processen-verbaal van verhoor van Kees B. pas weken later waren opgemaakt (Posthumus 2005).
Volgens Brouwer is het ook niet altijd de oorspronkelijke griffier die de zittingsaantekeningen uitwerkt tot een volwaardig proces-verbaal (Brouwer 2009, p. 210).
Een consequentie van de normatieve transformatie die de getuigenverklaring ondergaat is dat deze een sterkere narratieve structuur krijgt.1 De verklaring in het proces-verbaal is veelal logischer van vorm en vertoont meer samenhang dan de dialoog waarop de verslaglegging is gebaseerd.2 De narratieve structuur wordt voorts versterkt doordat in het proces-verbaal aarzelingen en nuanceringen worden weggelaten en de verklaring in kwalificerende bewoordingen wordt opgetekend.
In de literatuur is wel benadrukt dat handelingen, waarnemingen en gebeurtenissen pas betekenis krijgen in de context van een ‘verhaal’. Door feiten en gebeurtenissen in de context van een verhaal te plaatsen worden zij vatbaar gemaakt voor normatieve verwerking.3 Kenmerkend voor verhalen is dat zij niet volkomen neutraal of waardevrij zijn. In een verhaal wordt niet alleen verslag gedaan van feiten en gebeurtenissen, maar worden deze ook op zodanige wijze gerangschikt dat zij passen in een overstijgende, normatieve structuur.4 De verteller van het verhaal speelt daarin een belangrijke rol, omdat hij degene is die de feiten en omstandigheden in hun samenhang presenteert, waarmee al dan niet bewust de normatieve achtergrondkennis van de lezer of toehoorder wordt geactiveerd.5 De vraag is echter of, met het aanbrengen van narratieve coherentie, de inhoud van het proces-verbaal houdende de getuigenverklaring nog een voldoende accurate weergave behelst van hetgeen tijdens het verhoor is verteld. Dat verhalen een belangrijke rol spelen bij het betekenis geven aan bepaalde waarnemingen en gebeurtenissen, betekent niet dat een coherent verhaal altijd voldoende is. In het recht moet de vraag altijd zijn of het verhaal nog wel overeenkomt met de buitentalige werkelijkheid en met de door de ‘zender’ beoogde beschrijving van de werkelijkheid.
Het risico dat is verbonden aan een (te nadrukkelijke) narratieve verhaalstijl in een proces-verbaal is dat de functionaris die het verslag opstelt (in de rol van verteller) te veel zijn interpretatie van de feiten en gebeurtenissen op de voorgrond stelt. De lezer kan hierdoor te veel worden gestuurd in de waardering van de in het verhaal besloten liggende feiten en omstandigheden. De selectie van informatie door de verbalisant brengt voorts mee dat de mogelijkheden worden beperkt om in een latere fase alternatieve scenario’s te onderzoeken die zouden kunnen worden geconstrueerd aan de hand van de weggelaten informatie. Tevens ontstaat het gevaar dat de gebruiker/lezer te veel aandacht heeft voor het verhaal als geheel en te weinig voor de details. Een mooi rond verhaal zonder al te veel tegenstrijdigheden en nuances nodigt nu niet bepaald uit tot een zorgvuldige atomistische analyse. Integendeel, het gevaar van confirmation bias en belief perseverance zoals dat aan de orde kwam in hoofdstuk 9, wordt hierdoor in potentie juist versterkt. Er vindt immers als het ware al een normatieve ‘voorbewerking’ plaats van het materiaal dat aan de rechter wordt voorgelegd, waardoor het in potentie lastiger wordt om van het zogenaamde ‘plot’ af te wijken. Ook het overzichtproces-verbaal voorin het dossier, waarin alle bevindingen en verklaringen van de politie in verkorte vorm zijn opgenomen, kan belief perseverance in de hand werken. Dit proces-verbaal is in de regel meer dan een instrument voor de ontsluiting van het dossier. In het overzichtsproces-verbaal wordt veelal tevens een verhaallijn geschetst, een perspectief of leidraad, tegen de achtergrond waarvan de lezer de processtukken in het dossier kan bekijken. Echter, zonder kennisname van de tenlastelegging en het overzichtproces-verbaal is het voor de lezer erg lastig om snel een beeld te krijgen van waar het in de desbetreffende zaak om draait.6
Het te veel anticiperen op toekomstig bewijsgebruik kan er tevens toe leiden dat de verklaring aan waarheidsgetrouwheid moet inboeten. De Nationale ombudsman heeft zich meermalen kritisch uitgelaten over de processen-verbaal van verhoor bij de politie en de mogelijke verschillen tussen dat wat is verklaard tijdens het verhoor en hetgeen daaromtrent is opgetekend. Hij heeft hierover het volgende opgemerkt.
‘Het is een Nederlands gebruik dat de politie toeschrijft naar de tenlastelegging. De politie selecteert en verwoordt de relevante feiten zodanig dat deze passen bij een delictsomschrijving. Onder strafrechtjuristen is hierover helaas weinig discussie. (...) Het al te zeer toeschrijven naar de tenlastelegging en (...) het eventueel niet ondertekend zijn van een verbaal in een dossier vormen zwakke schakels in onze strafrechtspleging.’7
Het toeschrijven naar de tenlastelegging of bewijsbeslissing is overigens een gevaar dat zich in potentie ook kan manifesteren bij het vaststellen van de inhoud van ter terechtzitting afgelegde (getuigen)verklaringen. Het (uitgewerkte) proces-verbaal ter terechtzitting wordt immers meestal pas opgemaakt nadat de beslissing omtrent de feiten reeds is genomen en op het moment dat ook de bewijsmiddelen in aanvulling op het verkorte vonnis worden uitgewerkt. De verleiding is groot om de verklaring op te stellen met de bewezenverklaring in het achterhoofd.8
De selectie van informatie en het toeschrijven naar een bepaalde delictsomschrijving hebben voorts als risico dat delen van de afgelegde verklaring worden weggelaten die in een latere fase van het strafproces van belang kunnen blijken te zijn. De verhoorder bepaalt welke uitlatingen van de getuige relevant zijn en in het proces-verbaal moeten worden opgenomen. Voor de verhorende functionaris is het echter – zeker vroeg in het onderzoek – niet altijd eenvoudig in te schatten welke informatie in een later stadium mogelijk nog belangrijk kan worden. Uit onderzoek van Lamb en collega’s waarin de aantekeningen bij twintig verhoren werden vergeleken met de geluidsbanden van de interviews, bleek dat meer dan de helft van de uitingen van de geïnterviewden, tezamen met 25% van de details relevant voor de zaak, niet in de zogenaamde verbatim aantekeningen van de verbalisanten waren opgenomen. 9 Zo ontstaat de paradoxale situatie dat bij de transformatie van de afgelegde verklaring naar een voor het strafproces bruikbaar bewijsmiddel informatie verloren kan gaan, die nadien voor het bewijs van (grote) betekenis kan blijken. Dit gevaar wordt versterkt als het lang duurt voordat een verklaring op schrift wordt gesteld of wanneer een andere persoon dit doet. Niet voor niets schrijft de wet ten aanzien van de politie voor dat zij ten spoedigste proces-verbaal opmaakt. In de praktijk kan er nog wel eens de nodige tijd overheen gaan.10 Het probleem dat gemaakte aantekeningen pas in een relatief laat stadium worden uitgewerkt doet zich vooral ook voor bij verklaringen afgelegd ter terechtzitting. Daar kunnen als gezegd maanden verstrijken alvorens de inhoud van de verklaring in het uitgewerkte proces-verbaal wordt vastgesteld.11