Einde inhoudsopgave
Aandeelhoudersverantwoordelijkheid (VDHI nr. 129) 2015/10.4.3
10.4.3 De Stichting Administratiekantoor
Mr. B. Kemp, datum 21-07-2015
- Datum
21-07-2015
- Auteur
Mr. B. Kemp
- JCDI
JCDI:ADS297723:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Asser/Maeijer/Van Solinge & Nieuwe Weme 2013, nr. 319; Van den Ingh 1992, p. 11.
Asser/Maeijer/Van Solinge & Nieuwe Weme 2013, nr. 319; Slagter/Assink 2013, p. 521.
Asser/Maeijer/Van Solinge & Nieuwe Weme 2013, nr. 319; Van den Ingh 1992, p. 12.
Artikel 2:227 lid 2 BW. Zie over het verschil tussen de nieuwe en de oude situatie bij de besloten vennootschap, in welke situatie sprake was van ‘bewilligde’ of ‘onbewilligde’ certificaathouders: Schwarz 2012, p. 29-32.
Evenzo: Van den Ingh 1992, p. 204; Slagter/Assink 2013, p. 529. Dit is veelal ook opgenomen in de administratievoorwaarden. Soms bepalen de statuten van de stichting echter dat de stichting zich dient te richten op het belang van de vennootschappen waarin zij aandelen houdt (en dus niet (primair) op het belang van de certificaathouders). Onder dergelijke omstandigheden zal het bovenstaande niet opgaan, maar moet de stichting zich als aandeelhouder richten op de belangen van de vennootschappen waarvan zij aandelen houdt.
Een aandeelhouder kan ook de aandelen houden voor een derde, die economisch gerechtigd is op de aandelen. Hiervan is bijvoorbeeld sprake wanneer certificaten worden uitgegeven van de door de vennootschap uitgegeven aandelen (en er dus sprake is van certificaathouders). De aandeelhouder, in de praktijk vaak een administratiekantoor in de vorm van een stichting,1 houdt onder die omstandigheden de aandelen voor de certificaathouders, die het economisch eigendom op de aandelen hebben.2 Daarbij is de rechtsverhouding tussen de aandeelhouder en de certificaathouder een contractuele verhouding, die wordt beheerst door de administratievoorwaarden.3 Certificaathouders oefenen in de regel niet het stemrecht op de aandelen uit, maar kunnen wel andere organisatierechtelijke rechten toekomen. Bij de besloten vennootschap kan in de statuten worden bepaald dat de certificaathouder vergaderrecht heeft.4
De bijzondere situatie die ontstaat bij een dergelijke aandeelhouder is dat het eigen belang van de aandeelhouder wordt gevormd door het belang van de certificaathouders.5 Het doel van de aandeelhouder is immers het behartigen van de belangen van de economisch gerechtigden op de aandelen; de certificaathouders. Daarmee is het ‘eigen’ belang van de stichting als aandeelhouder een afgeleide belang van het belang van de certificaathouders. Het belang van de certificaathouders zal desalniettemin in de regel wel gelijk zijn aan dat van de ‘gewone’ aandeelhouders.