Rechtsverwerking en klachtplichten in het verbintenissenrecht
Einde inhoudsopgave
Rechtsverwerking en klachtplichten in het verbintenissenrecht (R&P nr. CA28) 2024/4.4.2.3:4.4.2.3 In zijn algemeenheid: art. 6:89 BW is van toepassing op verbintenissen strekkende tot betaling van een geldsom
Rechtsverwerking en klachtplichten in het verbintenissenrecht (R&P nr. CA28) 2024/4.4.2.3
4.4.2.3 In zijn algemeenheid: art. 6:89 BW is van toepassing op verbintenissen strekkende tot betaling van een geldsom
Documentgegevens:
H. Boom, datum 28-06-2024
- Datum
28-06-2024
- Auteur
H. Boom
- JCDI
JCDI:ADS973559:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Boom 2021, p. 75.
HR 5 april 1968, ECLI:NL:HR:1968:AB6996, NJ 1968/251 (Pekingeenden).
Zie HR 23 november 2007, ECLI:NL:HR:2007:BB3733, NJ 2008/552 (Ploum/Smeets I), r.o. 4.8.2.
Idem, zie verder HR 11 mei 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB1565, NJ 2001/410 (Luttikhuis/Ridgefield c.s.).
In die zin ook J.J. Valk 2020, par. 5.4.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zelf heb ik in het verleden betoogd dat art. 6:89 BW, in lijn met art. 7:23 lid 1 BW, alleen een klachtplicht bevat voor de ‘kenmerkende prestatie’ en niet de daartegenover staande verplichting tot betaling van een geldsom.1 Dat leidt tot een aanzienlijke beperking van het toepassingsbereik van art. 6:89 BW ten aanzien van betalingsverplichtingen. Slechts wanneer betaling de kenmerkende prestatie onder de betreffende overeenkomst vormt, zou mogelijk een klachtplicht aangenomen kunnen worden. Te denken valt aan een leningsovereenkomst, waarbij verstrekking van het geleende geldbedrag als de kernprestatie kan worden aangeduid.
Uit de uiteenzetting in par. 4.2 hiervoor volgt dat de conclusie in dit boek anders uitvalt. Die conclusie is vooral gebaseerd het Obliegenheit-karakter van art. 6:89 BW. In par. 4.2.3 hiervoor refereerde ik in dat verband al aan de klassieke pekingeendencasus.2 In feite werd door het hof in die zaak aangenomen dat de verkoper had verzuimd om op tijd te klagen over door de koper toegepaste kortingen op de koopprijs. Het gaat in deze casus dus niet om een klachtplicht voor de koper met het oog op de conformiteit van de door de verkoper geleverde goederen, maar om een klachtplicht voor de verkoper met betrekking tot de gebrekkige nakoming van de verplichting tot betaling van de koopprijs door de koper. De door de koper toegepaste kortingen waren direct gerelateerd aan de kwaliteit van de door de verkoper geleverde eenden. De kwaliteit van deze eenden was vrij snel na levering niet meer te verifiëren, aangezien de eenden werden geslacht. Dat zadelde de koper, die op grond van het contract kortingen op de koopprijs mocht toepassen, op met een bewijsprobleem. Deze klassieke casus demonstreert dat bewijsproblemen die normaal gesproken met de klachtplicht worden geassocieerd, niet alleen spelen bij de kenmerkende prestatie op grond van een overeenkomst. Dergelijke bewijsproblemen kunnen net zo goed spelen bij de verplichting tot betaling van de daartegenover staande koopprijs. Er rust derhalve in dit geval een consistentieplicht op de verkoper met de strekking dat hij tijdig na kennisneming van de door de koper toegepaste kortingen bezwaren daartegen naar voren moet brengen. Doet hij dat niet, dan kan hij van deze toegepaste kortingen op een later moment niet alsnog een punt maken. Het hof vond dan ook dat de vordering van de verkoper tot betaling van de volledige koopprijs was verwerkt.
Het oordeel van het hof in de pekingeendencasus past goed bij de Obliegenheit-gedachte die achter art. 6:89 BW schuilgaat: de koper wordt in dit geval als gevolg van het feit dat de pekingeenden vrij snel na ontvangst daarvan tenietgaan geconfronteerd met een substantieel bewijsnadeel. Gelet op dat feit kan van de verkoper worden verwacht dat hij zich spoedig na kennisneming van de kortingen uitspreekt, omdat hij anders in strijd handelt met de op hem rustende consistentieplicht wanneer hij desondanks op een later moment een punt van de kortingen maakt.
Daarmee kan gezegd worden dat aan art. 6:89 BW een ruimer toepassingsbereik toekomt dan aan art. 7:23 lid 1 BW. De bewoordingen van dat laatste wetsart. maken duidelijk dat alleen een klachtplicht geldt voor de koper ten aanzien van de prestatie van de verkoper, en niet voor de verkoper met betrekking tot verplichtingen aan koperszijde. Art. 6:89 BW en art. 7:23 lid 1 BW vertonen weliswaar samenhang, maar die samenhang rechtvaardigt nog niet zonder meer dat art. 6:89 BW ook hetzelfde toepassingsbereik zou moeten hebben als art. 7:23 BW. De wetgever heeft nu eenmaal gekozen voor een algemene verbintenisrechtelijke klachtplicht naast een specifieke klachtplicht bij koop. De Hoge Raad noemt art. 7:23 lid 1 BW in lijn met die wetssystematiek een ‘precisering’ van art. 6:89 BW.3
De in par. 4.4.2.2 hiervoor genoemde argumenten die in de literatuur zijn genoemd ter onderbouwing van een beperkter toepassingsbereik leggen onvoldoende gewicht in de schaal voor een andere conclusie. Ten eerste leidt het feit dat de Hoge Raad in Luttikhuis/Ridgefield heeft overwogen dat het toepassingsbereik van art. 6:89 BW zich niet uitstrekt tot het opstellen en verzenden van een factuur, welke rechtsregel in literatuur is aangehaald ter onderbouwing van een beperkter toepassingsbereik van art. 6:89 BW, niet noodzakelijk tot de conclusie dat geen klachtplicht geldt bij betalingsverplichtingen.4 Het opstellen en toezenden van een factuur is een andere prestatie dan de verplichting tot betaling van een geldsom.
Het feit dat het bij gebrekkige nakoming van een betalingsverplichting in de regel zal gaan om een gebrek in kwantiteit, niet in kwaliteit, zoals in de literatuur ook nog is gesuggereerd,5 is evenmin voldoende overtuigend voor een andersluidende conclusie. In die redenering wordt de betalingsverplichting opgesplitst in deelprestaties, waarvan dan een deel niet zou zijn nagekomen. Zoals ik in par. 4.3.4 met betrekking tot de Brocacef/Simons-regel al heb betoogd, leidt die benadering tot lastige uitlegkwesties en formele discussies over het toepassingsbereik van de wettelijke klachtplichten. Volgens mij presteert een koper die een euro te weinig betaalt net zo gebrekkig als de verkoper die een zaak te weinig levert.6