Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht
Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/5.4.9.2:5.4.9.2 Inhoud van de SamenwerkingsMededeling
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/5.4.9.2
5.4.9.2 Inhoud van de SamenwerkingsMededeling
Documentgegevens:
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS574016:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De SamenwerkingsMededeling begint met een bespreking van het toepassingsgebied van de mededeling (1). Vervolgens wordt de toepassing van communautaire mededingingsregels door de nationale rechterlijke instanties nader toegelicht door middel van drie deelonderwerpen (II). De bevoegdheid van nationale rechterlijke instanties om communautaire mededingingsregels toe te passen (II-a), de procedurele aspecten van de toepassing van de communautaire mededingingsregels door nationale rechterlijke instanties (II-b) en de vraag hoe te handelen bij gelijktijdige of opeenvolgende toepassing van communautaire mededingingsregels door de Commissie en de nationale rechterlijke instanties (II-c).
In hoofdstuk m wordt de samenwerking tussen de Commissie en de nationale rechterlijke instanties nader toegelicht. Begonnen wordt met de Commissie als amicus curiae (III-a), onderverdeeld in de verplichting van de Commissie om de nationale rechterlijke instanties inlichtingen te verstrekken (1), het verzoek om advies over vragen betreffende de toepassing van communautaire mededingingsregels (2) en het maken van opmerkingen door de Commissie voor de nationale rechterlijke instanties (3). In III-b wordt de verlichting van de rol (taak) van de Commissie bij de handhaving van communautaire mededingingsregels door de nationale rechterlijke instanties besproken. III-b is onderverdeeld in een deel over de toezending van beslissingen van nationale rechterlijke instanties met betrekking tot de toepassing van de artikelen 81 of 82 EG-Verdrag (1) en een deel over de rol van de nationale rechterlijke instanties in het kader van inspecties door de Commissie (2). Besloten wordt met een slotbepaling waarin nog eens wordt gemeld dat de mededeling beoogt de nationale rechterlijke instanties bij te staan bij de toepassing van de artikelen 81 en 82 van het EG-Verdrag.
Als bijlage is een voor de nationale rechter bruikbare lijst opgenomen van de groepsvrijstellingsverordeningen, bekendmakingen, mededelingen en richtsnoeren van de Commissie die de rechter snel toegang verschaft tot de belangrijkste documenten. Een bijgewerkte versie is beschikbaar op de website van het directoraat-generaal Concurrentie van de Europese Commissie.1