Bedrijfswaarde (FM)
Einde inhoudsopgave
Bedrijfswaarde (FM nr. 83) 1997/7.6:7.6 'Subjectieve' waardering van ondernemingen
Bedrijfswaarde (FM nr. 83) 1997/7.6
7.6 'Subjectieve' waardering van ondernemingen
Documentgegevens:
G.Th.K. Meussen, datum 07-10-1997
- Datum
07-10-1997
- Auteur
G.Th.K. Meussen
- JCDI
JCDI:ADS346767:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Inkomstenbelasting / Algemeen
Inkomstenbelasting / Winst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
G.W. Greveling, Bedrijfsovername en emotie, De Accountant nr. 6, februari 1995, blz. 393-395.
Het is op zichzelf evenwel niet de berekening die subjectief is maar de inputvariabelen. Die hebben immers met een subjectieve keuze te maken.
L. Traas, De waarde van de onderneming gezien vanuit de theorie, Limperg-dag 1990: thema `Waardebegrip', blz. 33.
J.B. Wolters, De waarde van de onderneming vanuit de praktijk, Limperg-dag 1990: thema `Waardebegrip', blz. 36-53.
T.a.p., blz. 96.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ondernemingswaardering is geen exacte wetenschap, ook al komt er veel rekenwerk bij te pas. Een zo complex organisme als een bedrijf kan niet op een haast wiskundige wijze in geld worden uitgedrukt, er zal hoogstens sprake zijn van een waardebenadering. De waarde van een onderneming is bovendien een uiterst rekkelijk begrip, afhankelijk van het te kiezen vertrekpunt. Zo is hier onder meer bepalend van welk toekomstscenario men uitgaat en welk financieringsarrangement als haalbaar en redelijk kan worden beschouwd. Maar ook het loperstype' is van grote betekenis bij de bepaling van de waarde van een onderneming.
Greveling1 verwijst naar de praktijk en komt tot de gevolgtrekking dat er geen sjabloon bestaat hetgeen kan worden toegepast bij het vaststellen van de waarde van een onderneming. Waarderen is volgens hem een puur technisch proces. Als je bijvoorbeeld (aldus Greveling) honderd adviseurs 'loslaat' op een bedrijfsovername en allen een waardeberekening laat maken, dan zul je zien dat het resultaat honderd verschillende uitkomsten toont. Volgens Greveling is mede hierdoor het bewijs geleverd dat een berekening2 zeer subjectief is en vol schattingen zit. Adviseurs kunnen bij dergelijke waarderingsprocessen slechts randvoorwaarden invullen en waarde-indicaties geven; de feitelijke prijsvaststelling dienen zij aan de koper en de verkoper over te laten.
Volgens Greveling kan de prijs alleen maar zijn de waarde plus of minus de gekwantificeerde emotie. Hij introduceert in dit verband de JBF-methode. Wat wordt daarmee bedoeld? Greveling introduceert dit begrip voor het meer ongrijpbare, subjectieve element in de waarde van een onderneming. Hij noemt het daarom de Jarenlange-Betrokkenheid-Formule. Zo zal bijvoorbeeld een ondernemer niet altijd voor de hoogstbiedende partij kiezen maar wil hij soms vooral dat zijn opvolger het personeel goed behandelt of zijn klanten goed bedient.
Ondanks de steun vanuit de theorie, blijft in de meeste gevallen de waardebepaling van ondernemingen in de praktijk een moeilijke zaak. Traas3 leidt hieruit af dat het probleem bij de waardebepaling, zit in de inschatting van de toekomstmogelijkheden van de over te nemen onderneming ofwel de `inputvariabelen' voor de calculatie. Traas drukt dit gegeven heel prozaïsch uit: 'de waardebepaling van ondernemingen is eerder een kunst dan een wetenschap'.
Dit is op zichzelf wel mooi uitgedrukt en geconcludeerd, maar toch heeft de praktijk weinig aan deze artificiële opmerkingen. Terug derhalve naar de realiteit van de waardebepaling van ondernemingen in de praktijk. Een Nederlandse houdstermaatschappij met belangen in tientallen bedrijven, geeft in de persoon van Wolters4 van Wolters Schaberg een boeiende kijk in de keuken van de overnamepraktijk door middel van een aantal stellingen (opgedaan uit praktijkervaring):
De waarde van een bedrijf is een subjectief begrip. De oorzaak hiervoor ligt in de verschillende rollen (koper versus verkoper) en het verschil in kennisniveau tussen deze rollen. Ook de positie van de koper en verkoper (bijvoorbeeld ondernemer, vertegenwoordiger, adviseur) speelt hierbij mee.
Bij overname van een bedrijf is niet alleen de prijs, maar het samenstel van condities van belang. Deze condities kunnen namelijk dienen ter afdekking van de risico's.
De aanwezigheid van ongerealiseerd potentieel is zeer waardebepalend.
De financiële analyse vormt in het gehele proces slechts een referentiepunt.
Bij winstprognoses zou altijd een post 'voorziening voor risico's' meegenomen moeten worden.
Een resumé van deze paragraaf betreft eigenlijk alleen maar de volgende vraag: Is een 'objectieve' waarde van een onderneming wel te bepalen? Daarop reageren Kool en Poppelsdorf5 als volgt: Het woord 'objectief' wekt de indruk als zou het mogelijk zijn om (geabstraheerd van eigen inschattingen) een waarde toe te kennen aan een onderneming, welke waarde (op dat moment) door iedere (deskundige) ander als de enig juiste waarde zou moeten worden erkend. Dat nu lijkt de beide auteurs onmogelijk. Eigen inschattingen (met name voor wat betreft toekomstige factoren) zijn onlosmakelijk verbonden met het waarderen van ondernemingen. Derhalve geven de auteurs de voorkeur aan de term 'geobjectiveerde' waarde. Daaronder verstaan zij een zekere waarde toegekend aan de onderneming door een onafhankelijke derde, die daarbij niet wordt beïnvloed door subjectieve gezichtspunten van koper of verkoper.