Einde inhoudsopgave
Sturingsinstrumenten in de WW: 1987-2020 (MSR nr. 77) 2021/7.13.5
7.13.5 Loonniveau en reisduur
Datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
Kluwer
- JCDI
JCDI:ADS258929:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Algemeen
Sociale zekerheid algemeen / Algemeen
Sociale zekerheid werkloosheid (V)
Voetnoten
Voetnoten
Een deel van de jurisprudentie in deze paragraaf is ontleend aan het artikel: Driessen & Gundt, TRA 2013/66.
CRvB 28 februari 2007, ECLI:NL:CRVB:2007:BA1865, USZ 2007/126.
CRvB 23 augustus 2006, ECLI:NL:CRVB:2006:A&7052, USZ 2006/313 en CRvB 5 april 2000, USZ 2000/135 met noot red.
CRvB 28 februari 2007, ECLI:NL:CRVB:2007:BA1865, USZ 2007/126.
CRvB 22 februari 2006, ECLI:NL:CRVB:2006:AV3025, USZ 2006/132.
CRvB 17 augustus 2005, ECLI:NL:CRVB:2005:AU1813 en CRvB 30 november 1995, ECLI:NL:CRVB:1995:ZB5931.
CRvB 12 maart 2003, ECLI:NL:CRVB:2003:AL1591.
Mooij, ArbeidsRecht 2009/14.
CRvB 30 augustus 2000, ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8961.
CRvB 1 februari 2006, ECLI:NL:CRVB:2006:AV2459.
Rb. Zutphen 21 december 2000, ECLI:NL:RBZUT:2000:AG2809.
De voorbeelden uit de jurisprudentie in deze paragraaf zijn ontleend aan de analyse van Mooij, ArbeidsRecht 2009/14.
De eerste tijd kan de werknemer zich richten op het loonniveau dat niet veel lager is dan het voorheen verdiende loon.1 Een veel lager niveau is een bruto verlaging van 650 euro. Eventuele twijfel over de absolute salarisachteruitgang mag niet ten nadele van de uitkeringsgerechtigde worden geïnterpreteerd.2 Er moet ook aan de overige op geld waardeerbare arbeidsvoorwaarden gewicht worden toegekend, maar er mag geen doorslaggevende betekenis aan worden gegeven, zeker niet als de werkgever zich niet aan een cao houdt.3 Als de achteruitgang in salaris voortvloeit uit het niet naar behoren functioneren, dan lijkt de CRvB in 2006 een afwijzende opstelling in dat verband niet te accepteren.4
Als aan een functie alleen hetzelfde loon is verbonden dan is dat onvoldoende om te oordelen dat het gaat om passende arbeid, zo bleek uit een zaak in 2008. Het aanbod was in dat geval niet concreet en voortgekomen uit proefplaatsing. Er was bovendien geen duidelijkheid gegeven over de inhoud, taakomvang en verantwoordelijkheden van de functie.5
De toepasselijke cao kan een doorslaggevende rol spelen bij de vraag of het om passende arbeid gaat, waarbij het minimumloon wel een ondergrens is.6 In een zaak waarin de betrokkene een zwakke arbeidsmarktpositie en een minder stabiel arbeidsverleden had, werd de functie van afwashulp als passend beschouwd, ook al leidde dit tot concessies met betrekking tot het loon. Het was daarbij van belang dat het salaris in de betrokken functie substantieel hoger was dan de uitkering en dat betrokkene, nadat hij was gewezen op de gevolgen van het niet-aanvaarden daarvan, die functie ten tweede male heeft afgewezen.7 Een groter risico op voortdurende werkloosheid of een negatieve opstelling van de werknemer kan een rol spelen bij het doen van concessies omtrent het loon.8
Een langere reistijd dan twee of drie uur kan passend zijn als dat in de sector gebruikelijk is. In een zaak uit 2000 werd in het bijzonder door de duur van de werkloosheid en de in de bouwsector niet ongebruikelijke lange reistijden enerzijds en door het ontbreken van indicaties omtrent (andere) relevante belemmeringen anderzijds, door de CRvB geoordeeld dat in dit geval een reistijd van in totaal vier uur per dag, of zelfs wat meer, geen redenen was om passende arbeid te weigeren.9 Ook kan medewerking van de werknemer, in de vorm van bijvoorbeeld de aanschaf van een brommer of fiets worden verlangd.10 Het feit dat het ontvangen van een reiskostenvergoeding in de bedrijfstak waar betrokkene werkt, niet gebruikelijk is speelt daarbij een rol. In een zaak waar betrokkene een reistijd van drie uur had, werd van hem verwacht dat hij zou gaan verhuizen, zeker omdat de kosten door de werkgever werden vergoed.11
Kortom, hoe langer de werkloosheid duurt en daarmee de positie op de arbeidsmarkt verslechtert, hoe meer concessies van de werknemer door de Raad worden verwacht.12 Dit is in lijn met de bedoeling van het kabinet bij het aanscherpen van de richtlijnen.