Burgerschap op orde
Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/9.7.1.6:9.7.1.6 Burgerschapsvorming: het leren dragen van verantwoordelijkheid
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/9.7.1.6
9.7.1.6 Burgerschapsvorming: het leren dragen van verantwoordelijkheid
Documentgegevens:
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977154:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
J.W. Sap, ’Europese burgerschapsvorming in het onderwijs’, in: M. Laemers (red.) 2017, p. 141, 144-156.
Gielen & Strasser 1965, p. 238.
Ibid., p. 239.
Ibid., p. 240, 330.
Ibid., p. 40; vgl. Rapporten-Kohnstamm, ’Wat wil het NGC’, Publicatie 1 NGC 1949.
Ibid., p. 242.
Zie: Literatuurlijst voor de akte Q bij MO-Staatsinrichting.
Gielen 1965, p. 238-249.
Caspers 2012, p. 34.
Gielen & Strasser 1965, p. 239.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Burgerschapsvorming draagt bij aan het leren dragen van verantwoordelijkheid in en voor de (Europese) samenleving en de democratische rechtsstaat.1 Gielen en Strasser benaderen de democratie als regeringsvorm, waarin ieders vrijheid en verantwoordelijkheid voor de samenleving en de democratische rechtsstaat centraal staan en ‘waarvoor opgevoed moet worden’.2 Beiden zien in de democratische rechtsstaat een groter belang voor burgerschapsvorming dan in andere staten, ‘omdat de democratische staat door het kiesrecht afhankelijk is van bewuste burgerparticipatie’.3 De auteurs beschouwen het staatsburgerlijke aspect niet als apart opvoedingsgebied. In de school moeten de leerlingen leren gezamenlijk verantwoordelijkheden te dragen. Zelfverantwoordelijkheid kan leiden tot self-government. Dit is een wijze van organiseren die leerlingen bewust bij de schoolorganisatie betrekt.4
Een goede sociale vorming is de basis voor het staatsburgerlijke opvoedingsaspect: de vraag is dus waarop het staatsburgerlijke steunt, en hoe én waarin het een verbijzondering van de sociale vorming is.5 Het is van belang om te weten welke kennis nodig is voor de opvoeding tot goed staatsburger, immers ‘de staatsburgerlijke opvoeding moet zich richten op het gebruik maken van de vrijheden, teneinde zowel de plichten als rechten te kunnen realiseren’.6 Dit betekent dat burgerschapsvorming inzicht moet bieden in doelen, middelen en werking van de democratische (rechts)staat en zich niet moet beperken tot de formele staatsinrichting.7
Staatsburgerlijke opvoeding: bonum commune
Net als Kohnstamm en Langeveld achten Gielen en Strasser het leren dragen van verantwoordelijkheid als staatsburger een primair opvoedingsdoel.8 Hier voor dienen bepaalde eisen te worden gesteld aan de democratische kennis, vaardigheden en houdingen. Die eisen hebben betrekking op de belangstelling voor de politieke zaak, kennis van rechten en plichten, respect voor de rechten van medeburgers, bereidheid om het eigen belang ondergeschikt te maken aan het algemene (bonum commune), de eerbiediging van het gezag van overheden, vertrouwen koesteren in eigen vertegenwoordigers, fair play en kennis van de staatsinrichting.9 ‘In het toerusten met kennis, vaardigheden en houdingen heeft staatsinrichting een voorname rol’, stellen Gielen en Strasser.10