Instellingen voor collectieve belegging in effecten
Einde inhoudsopgave
Instellingen voor collectieve belegging in effecten (O&R nr. 119) 2020/6.5.5:6.5.5 Overig
Instellingen voor collectieve belegging in effecten (O&R nr. 119) 2020/6.5.5
6.5.5 Overig
Documentgegevens:
mr. drs. J.E. de Klerk, datum 01-02-2020
- Datum
01-02-2020
- Auteur
mr. drs. J.E. de Klerk
- JCDI
JCDI:ADS193612:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Tot slot dient de bewaarder periodiek een uitgebreid overzicht van alle activa te verstrekken aan de icbe of de beheerder.1
De bewaarder kent vanaf Icbe-Richtlijn V een verbod op het hergebruik van activa van de icbe voor eigen rekening.2 Op dit verbod gelden enkele uitzonderingen. Het verbod is een verschil met de AIFM-Richtlijn, waarin deze verplichting niet is opgenomen. Hergebruik is breed gedefinieerd en omvat elke transactie van in bewaring gehouden activa waaronder overdragen, als zekerheid verstrekken, verkopen en uitlenen. In de praktijk lenen bewaarders wel eens activa van icbe’s uit. Dit (en andere vormen van hergebruik) is onder voorwaarden toegestaan. Deze voorwaarden houden onder andere in dat het hergebruik moet plaatsvinden voor rekening van de icbe, ten goede moet komen aan de icbe, in het belang van de deelnemers moet zijn en gedekt moet zijn door liquide zekerheid van hoge kwaliteit van ten minste de marktwaarde van de hergebruikte activa vermeerderd met een toeslag. Deze regels verbieden bewaarders niet om een vergoeding in rekening te brengen voor het hergebruik van activa, zolang het hergebruik in het belang van de klant is. ESMA had al eerder richtsnoeren uitgebracht over technieken voor goed portefeuillebeheer (zoals het uitlenen van activa).3 Daarin is reeds bepaald dat de opbrengsten uit deze technieken ten goede moeten komen aan de icbe. Die regels zien echter niet alleen op de bewaarder, maar ook op de beheerder. De beheerder kan immers ook activa uitlenen. De regels in Icbe-Richtlijn V gaan met name op het vlak van onderpand verder dan de richtsnoeren van ESMA. Het is een wenselijke ontwikkeling dat de Europese regelgever op dit vlak regels uitvaardigt. Gegeven het gebrek aan regels hieromtrent in de Icbe-Richtlijn waren vraagtekens te zetten bij de grondslag waarop ESMA haar richtsnoeren baseerde. Met regels in de Richtlijn vervalt deze discussie. Ook de gehanteerde onderpandvereisten passen bij deze activiteiten en voorkomen dat icbe’s te veel risico kunnen lopen. Het is echter niet duidelijk waarom ervoor gekozen is om deze regels alleen toe te passen op bewaarders. Een uitbreiding van de reikwijdte naar beheerders is wenselijk.