De Europese Executoriale Titel
Einde inhoudsopgave
De Europese Executoriale Titel (BPP nr. III) 2005/6.5.8:6.5.8 Aanwijzing van bevoegde instanties
De Europese Executoriale Titel (BPP nr. III) 2005/6.5.8
6.5.8 Aanwijzing van bevoegde instanties
Documentgegevens:
Mr. M. Zilinsky, datum 02-03-2005
- Datum
02-03-2005
- Auteur
Mr. M. Zilinsky
- JCDI
JCDI:ADS379476:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ingevolge art. 16 dienen de lidstaten bekend te maken welke rechterlijke instanties bevoegd zijn een Europees betalingsbevel af te geven. Nu de voorgestelde procedure op een snelle en eenvoudige manier tot een betalingsbevel dient te leiden, ligt het mijns inziens voor de hand dat wat Nederland betreft de voorzieningenrechter van de (bevoegde) rechtbank wordt aangewezen. De voorzieningenrechter is immers met het behandelen van betalingsverzoeken bekend, aangezien een incasso kort geding tevens voor de voorzieningenrechter wordt gevoerd.1 De toekenning van de bevoegdheid tot het behandelen van de verzoeken tot een betalingsbevel aan de voorzieningenrechter bevordert de consistentie in de verlening van de bevelen. Indien verweer wordt gevoerd of verzet wordt ingesteld, zal de zaak moeten worden verwezen naar de bodemrechter. Kiest men in Nederland niet voor de toekenning van de bevoegdheid aan de voorzieningenrechter, dan dient ingevolge art. 16 aan de Commissie bekend te worden gemaakt dat afhankelijk van de grondslag van de vordering respectievelijk de hoogte van het gevorderde bedrag het verzoek gericht moet worden hetzij tot de sector kanton van de rechtbank hetzij tot de voorzieningenrechter van de rechtbank.2 Een dergelijke splitsing komt mijns inziens de rechtszekerheid niet ten goede.
Nu art. 13 van de voorgestelde verordening bepaalt dat voor het verzoeken van het betalingsbevel door de crediteur en voor het instellen van verweer respectievelijk verzet door de debiteur geen procesvertegenwoordiging is vereist, heeft dit tot gevolg dat ook buiten de gevallen van art. 93 Rv geen procesvertegenwoordiging geldt. Dit betekent dat bijvoorbeeld ook voor het instellen van een verzoek voor een betalingsbevel voor een vordering ten bedrage van EURO 20.000,- geen bijstand van de procureur nodig is.
De toelichting bij het voorstel vermeldt dat de lidstaten een bijzondere regeling kunnen invoeren waarbij de bevoegdheid tot kennisneming van een betalingsbevel-verzoek exclusief aan de rechter van de woonplaats van de schuldenaar wordt toegekend 3 Mijns inziens is deze mededeling onjuist zowel wat de rechtsmacht betreft als ook wat de relatieve competentie betreft. Het kan niet de bedoeling zijn dat de lidstaten in een nationale uitvoeringsregeling van de bevoegdheidsregeling van de EEX-Verordening afwijken. De rechtsmacht van de rechter wordt immers door de EEX-Verordening bepaald.4