De Europese Executoriale Titel
Einde inhoudsopgave
De Europese Executoriale Titel (BPP nr. III) 2005/6.5.1:6.5.1 Toepassingsbereik van de voorgestelde regeling
De Europese Executoriale Titel (BPP nr. III) 2005/6.5.1
6.5.1 Toepassingsbereik van de voorgestelde regeling
Documentgegevens:
Mr. M. Zilinsky, datum 02-03-2005
- Datum
02-03-2005
- Auteur
Mr. M. Zilinsky
- JCDI
JCDI:ADS373465:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In navolging van de reeds bestaande EEX- en EET-regeling is de door de Commissie voorgestelde incassoprocedure van toepassing op burgerlijke en handelszaken. Van het toepassingsgebied worden naast fiscale zaken, douanezaken en administratiefrechtelijke zaken tevens zaken uit hoofde van faillissement, akkoorden en andere soortgelijke procedures, alsmede zaken betreffende de sociale zekerheid uitgesloten, net als zaken met betrekking tot de vermogensrechtelijke gevolgen van een huwelijk of van een soortgelijke relatie.
De voorgestelde verordening is ingevolge art. 2 slechts van toepassing op opeisbare, niet-betwiste liquide geldvorderingen. Nu de vermogensrechtelijke gevolgen van een huwelijk of van een soortgelijke relatie zijn uitgesloten, betekent dit dat op basis van de voorgestelde verordening een betalingsbevel voor achterstallige alimentatie niet mogelijk is. In de toelichting bij het voorstel en in de (voorgestelde) considerans wordt als reden voor deze uitsluiting aangevoerd dat bij het toekennen van alimentatie de aangezochte rechter gehouden is om ambtshalve onderzoek naar de feiten te verrichten. De rechter mag niet - ook al is de vordering onbetwist - op de beweringen van een der partijen afgaan.1 Het gevolg van de uitsluiting is dat een betalingsbevel niet verkregen kan worden ter zake van een vordering tot levensonderhoud ingevolge een in een onderhandse akte opgenomen alimentatieovereenkomst. Mijns inziens is de uitsluiting van de alimentatie van het toepassingsgebied van de regeling niet juist. Indien partijen afspraken omtrent de te betalen alimentatie in een alimentatieovereenkomst hebben gemaakt en indien een alimentatiedebiteur, om welke reden dan ook, achterstallig is met het betalen van de alimentatie, behoeft de rechter voor het vaststellen van de bedragen geen nader onderzoek te verrichten, aangezien de verschuldigde bedragen uit een overeenkomst voortvloeien. Partijen hebben bij het opstellen van deze overeenkomst overeenstemming over de te betalen bedragen bereikt. Is de alimentatiedebiteur het niet meer eens met de overeengekomen bedragen, dan zou hij tegen het eventuele bevel kunnen opkomen of de rechter kunnen verzoeken de alimentatieovereenkomst te wijzigen.
De voorgestelde regeling is slechts van toepassing op opeisbare, niet-betwiste liquide geldvorderingen. De niet-betwisting van de vordering wordt niet nader gedefinieerd. Deze moet mijns inziens uit de houding van de wederpartij worden afgeleid.2 De wederpartij kan hetzij met het gevorderde ingestemd hebben, hetzij daarop in de loop van de procedure niet reageren of van het instellen van een rechtsmiddel afzien. De regeling beperkt het te vorderen bedrag niet. De Commissie wijst er op dat naarmate het gevorderde bedrag hoger is, de kans op een betwisting groter is, hetgeen tot een procedure op tegenspraak zal leiden.3 Hiermee zal de schuldeiser dan ook rekening moeten houden en afhankelijk van de waarde van de vordering in plaats van een incassoprocedure onmiddellijk een gewone procedure instellen.4