Antichresis en pandgebruik
Einde inhoudsopgave
Antichresis en pandgebruik (O&R nr. 125) 2021/4.2.6:4.2.6 Ontstaansmoment rechten uit pandgebruik
Antichresis en pandgebruik (O&R nr. 125) 2021/4.2.6
4.2.6 Ontstaansmoment rechten uit pandgebruik
Documentgegevens:
mr. R. Bobbink, datum 01-02-2021
- Datum
01-02-2021
- Auteur
mr. R. Bobbink
- JCDI
JCDI:ADS264405:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Genotsrechten
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Huber/Huber, Hedendaegse Rechts-geleertheyt, nr. 2.48.6-7 en 11.
Vinnius, Quaestiones Selectae, nr. 2.7; Voet, Ad Pandectas I, nr. 20.1.23; Noodt, De foenore et usuris, nr. 2.9.
Voor een uitgebreidere weergave van het moment van intreden van de rechtsgevolgen van pandgebruik verwijs ik naar §2.3.6.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Naar Rooms-Hollands recht traden de rechtsgevolgen van pandgebruik in werking op het moment waarop de pandhouder het onderpand feitelijk onder zich nam. Dit kon zijn op het moment van vestiging of een later moment, zoals het intreden van verzuim.1 Als grondslag van het bestaan van het verzuim-pandgebruik golden D. 20,1,1,3 (Papinianus) en D. 20,2,8 (Paulus).2 Wat betreft het ontstaansmoment van de rechten uit pandgebruik stemde het Rooms-Hollandse recht dus overeen met het Romeinse recht.3