Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/6.8
6.8 Regeringsnota Grondrechten in een pluriforme samenleving 2004
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977288:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 2003/04, 29614, nr. 2; vgl. A. van Miltenburg, ’Debat is de kern van onze democratie’, Trouw 17 oktober 2015.
Ibid., p. 2.
Ibid., p. 5.
Ibid., p. 22-23.
Ibid., p. 23.
R. Steenvoorde, ’Burgerschap van Babylon én Jeruzalem’, in: Van Bijsterveld & Steenvoorde 2013, p. 157-160.
J. Steenwegen & N. Clycq, ‘Extra les in eigen taal en cultuur werkt juist goed’, Trouw Opinie, 29 november 2022.
Kamerstukken II 2003/04, 29014, B; Vermeulen 2007, p. 71.
Zie: T. Crijnen, ’Les in ‘eigen taal en cultuur’ is fout’, Trouw 27 november 2002; Vermeulen 2007, p. 31 e.v.
Wet van 24 mei 2004, Stb. 2004, nr. 253 (Kamerstukken II 2003/04, 29019).
Eigentijds burgerschap
Nog hetzelfde jaar verschijnt de regeringsnota Grondrechten in een pluriforme samenleving, die zich richt op het belang van het debat over maatschappelijke en politieke vraagstukken.1 De regering stelt hierin dat ‘[dit debat] immers de kern [vormt] van het functioneren van onze democratie en wezenlijk [is] voor het behoud van de pluriforme samenleving’.2 Voor het continueren van de waardenpluriformiteit als een wezenskenmerk van de democratische rechtsstaat wil de regering ‘een sterk ontwikkeld eigentijds burgerschap […] bereiken met het funderend onderwijs’.3 De overheid heeft de primaire verantwoordelijkheid om de gedeelde basiswaarden van de democratische rechtsstaat te behouden en te bevorderen. Daar is eigentijds burgerschap voor nodig, want ‘met vaardigheden en noties als menselijke waardigheid, autonomie, verdraagzaamheid en tolerantie kunnen de abstracte waarden van de rechtsstaat in praktijk worden gebracht’.4
Scholen wegbereiders van integratie
Van belang is in onze constitutionele verhoudingen dat de wijze waarop scholen burgerschapsvorming geven niet door de overheid is voorgeschreven.5 In het integratiebeleid staat een keuze van burgers voor de Nederlandse samenleving en een actieve deelname centraal.6 Scholen zijn hiervoor de aangewezen partij als social agents. Oftewel: scholen zijn wegbereiders van integratie en cohesie.7 Zeker in tijden waarin bij de inburgering het onderwijs in de eigen taal en cultuur (OETC) onder grotere druk staat door de nadruk op sociale integratie van allochtonen.8 Volgens Crijnen is het OETC bij de bevordering van de sociale cohesie in de multiculturele samenleving ‘belemmerend, zelfs discriminerend’.9 Voor het bevorderen van een gedeelde cultuur is het zich verstaanbaar kunnen maken een voorwaarde voor elke participatie. In 1998 is het OETC vervangen door het in 2004 beëindigde onderwijs in allochtone levende talen (OALT).10